PEGI: ouders wegwijs maken in wereld van computergames

Games Om te beoordelen of een game geschikt is voor kinderen kunnen ouders PEGI raadplegen. De kijkwijzer voor games boog zich dit jaar onder andere over de microtransacties in spellen.

Hoe moet je als ouder omgaan met een medium dat je zelf eigenlijk niet begrijpt, maar waar je kind verzot op is? Dat is de vraag waarover Dirk Bosmans zich elke dag buigt. Bosmans is operationeel directeur van Pan-European Game Information (PEGI), de Kijkwijzer voor videogames. „Veel ouders weten gewoon weinig af van games. Daarom is het belangrijk dat de ouder die in de winkel staat, meteen kan zien wat er in een spel zit voordat hij het koopt.” Dat sommige mensen klagen dat PEGI wel heel veel labeltjes op de verpakkingen afdrukt, neemt Bosmans voor lief.

Elk jaar komen er duizenden games voor pc en spelcomputers op de Europese markt. En een veelvoud daarvan wordt uitgebracht op mobiel. Het is monnikenwerk om het allemaal te controleren. Daarom vraagt het wereldwijde samenwerkingsverband IARC (International Age Rating Coalition), waarbij PEGI is aangesloten, uitgevers van mobiele games zelf een vragenlijst in te vullen over de inhoud van hun games. Een medewerker beoordeelt vervolgens steekproefsgewijs of de classificaties fouten bevatten. Tegelijk struint de voorlichtingsorganisatie de appstores af op zoek naar foutieve classificaties.

Spellen voor spelcomputers en pc’s worden wel elk inhoudelijk beoordeeld door PEGI. De organisatie bekijkt bijvoorbeeld beelden en teksten uit de game en ook het spel zelf wordt gespeeld. De organisatie heeft onderzoeksbureaus in Hilversum en Londen. In Nederland worden de laagste twee leeftijdsclassificaties gecontroleerd, in Engeland de andere drie: PEGI-12, PEGI-16 en PEGI-18.

Lees ook: Kijkwijzer: ‘Wij kunnen jongeren niet meer voldoende beschermen’

Zelf weten

Ouders moeten zelf weten of ze zich houden aan de leeftijdsaanduiding op de verpakking. Marvel's Spider-Man lijkt in de winkel misschien een aantrekkelijk cadeau voor een wat ouder kind, maar kijk je op het doosje, dan zie je snel: PEGI-16, voor realistisch geweld en scheldwoorden.

Heeft het adviesorgaan genoeg macht om jonge spelers te beschermen tegen teveel geweld en andere kwalijke inhoud?

Officieel kan PEGI niemand iets verplichten, het onafhankelijke instituut is dienend aan de 38 landen die zijn richtlijnen onderschrijven. Maar die landen kunnen wel wetgeving maken op basis van de adviezen van PEGI. Zo mogen kinderen jonger dan 16 in Nederland geen games kopen die PEGI niet geschikt acht voor hun leeftijd. Ook in landen als het Verenigd Koninkrijk, Litouwen en Finland mogen games met een bepaalde PEGI-rating niet aan jongere kinderen worden verkocht.

Daar komt bij dat de grote fabrikanten van spelcomputers geen games accepteren zonder PEGI-label. Ook dat geeft het adviesorgaan macht, al is het maar omdat geen enkel bedrijf een PEGI-label krijgt zonder de ‘Code of conduct’ te tekenen, een reeks afspraken over zaken als verantwoord reclame maken en optreden tegen racistische uitingen door spelers.

Na de belofte zich aan die code te houden, moet een gamebedrijf een vragenlijst invullen: acht inhoudelijke criteria, 37 ja/nee-vragen. „Die gaan over angst, geweld, discriminatie, dat soort zaken”, zegt Bosmans. Beantwoordt een ontwikkelaar ze allemaal, dan rolt er al een voorlopig label uit de bus. Bevat een game bijvoorbeeld realistisch geweld? Dan kan het de laagste classificaties, PEGI-3 en PEGI-7, al vergeten.

Gaat het om realistisch geweld tegen mensen, dan is de leeftijdsgrens nog hoger. En wordt er gegokt in deze game? Is er drugsgebruik? Discriminatie? Reden voor een extra stempel naast de leeftijdsclassificatie.

Onderzoekers van PEGI controleren vervolgens aan de hand van bijgeleverd bewijs – het spel, video’s, teksten, cheat codes – of het bedrijf de vragenlijst correct heeft ingevuld. Zo niet, dan wordt de classificatie bijgesteld.

„Soms reageert een bedrijf dan door te zeggen: we mikken op een jong publiek, wat moeten we nu? Dan geven we advies. Het hoeft soms niet meer te zijn dan één scène die er uit moet. Maar het is aan de bedrijven zelf om te zien hoe ver ze willen gaan.” Uiteindelijk krijgt het bedrijf dan een licentie, waarvoor ze moet betalen – de enige inkomstenbron van PEGI, aldus Bosmans.

Microtransacties

De vragen op de lijst worden doorlopend gecontroleerd door een groep experts, onder wie psychologen. „We blijven het systeem aanpassen aan de realiteit van vandaag. De vraag is altijd: is er behoefte aan een criterium? En gaan we dat pan-Europees toepassen?”

Bosmans wijst op de discussie rond kleine aankopen in games, waarbij je bijvoorbeeld voor een paar euro nieuwe kleding kan aanschaffen voor spelpersonages.

Sommige Europese landen onderzoeken momenteel of bepaalde vormen van zulke ‘microtransacties’ als gokken beschouwd moeten worden. Soms is niet duidelijk wat je voor een betaling krijgt. Elk land kijkt er anders naar, zegt Bosmans. Het is niet altijd simpel om tegemoet te komen aan 38 landen met allemaal andere wetgeving op het gebied van kinderen en mediagebruik.

PEGI besloot daarom twee maanden geleden om een algemeen label toe te voegen dat waarschuwt voor de aanwezigheid van kleine aankopen. Dat label prijkt straks bijvoorbeeld op de gamehit Fortnite. Het is echter niet de bedoeling dat zo’n PEGI-label als een verbodsbord geldt. Bosmans: „Verschillende ouders gaan verschillend om met dit soort zaken. Bij kleine aankopen zullen sommigen elke maand de creditcardrekening gaan controleren, anderen zeggen juist: kom het vragen als je iets wil kopen.”

Bosmans raadt ouders vooral aan om te letten op de ‘parental controls’ die alle spelcomputers bevatten. Daarmee kun je niet alleen kleine aankopen in games aan- of uitzetten, maar ook de speeltijd inperken en aangeven welke games je kind wel en niet mag spelen.

„Maar we kunnen natuurlijk niks opleggen. We willen er vooral voor zorgen dat ouders het gesprek aangaan met hun kinderen over gamen en daarvoor goed beslagen ten ijs komen.”

    • Len Maessen