OM strafte burgers onterecht

Strafbeschikkingen

De schuld van ‘daders’ van misdrijven werd regelmatig niet goed vastgesteld, waardoor ze onterecht een strafbeschikking kregen.

Duizenden verdachten verzetten zich tegen strafbeschikking

Het Openbaar Ministerie heeft de afgelopen jaren met de zogenoemde ‘strafbeschikking’ duizenden burgers onterecht veroordeeld. Dat valt op te maken uit interne metingen van het OM die NRC opvroeg met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

Het OM mag sinds 2008 zonder tussenkomst van de rechter boetes, taakstraffen, gebiedsverboden en meldplichten opleggen voor alle misdrijven met een maximumstraf van zes jaar. Het gaat dan bijvoorbeeld om diefstal, geweld, drugs- en wapenbezit en verstoring van de openbare orde of vernieling.

De afgelopen tien jaar legde het OM in totaal 267.210 strafbeschikkingen voor misdrijven op. In deze zaken vervolgt én veroordeelt het OM. Daarmee stelt het OM ook de schuld van verdachten vast, die daardoor een strafblad kunnen krijgen.

Het OM moet zich als een rechter gedragen: het bewijs wegen, ook actief zoeken naar ontlastende bewijzen en kijken naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Dat gaat vaak mis, blijkt uit onderzoeken van het OM naar de strafbeschikkingen. In 2017, zo bleek uit een steekproef, werd 6 procent van de strafbeschikkingen opgelegd zonder „adequate schuldvaststelling”. Een jaar eerder was het 15 procent. Het ontbrak aan bewijs, of de onderzoekers konden door incomplete dossiers niet zien of de schuld juist was vastgesteld. Soms bleek een straf voor het verkeerde feit te zijn opgelegd. Uitgaande van die 6 procent ging het in 2017 om bijna tweeduizend onterechte veroordelingen.

Het idee achter de strafbeschikking is dat de rechter wordt ontlast: de schuld van burgers is evident, bewijs wettelijk en overtuigend.

Als burgers in „verzet” gaan tegen een strafbeschikking komt een zaak alsnog bij de rechter. Die rechter legt dan nog maar in de helft van de gevallen een straf op, en die straf is dan in 39 procent van de gevallen lager dan die van het OM. „Deze discrepantie is opmerkelijk te noemen en vraagt om nader onderzoek”, schrijft het OM. In een kwart van de zaken worden verdachten vrijgesproken. Een kwart komt niet bij de rechter, meestal omdat het OM zelf de zaak seponeert.

In een reactie spreekt het OM tegen dat er mensen onterecht veroordeeld zijn. Dat officieren van het OM bij het opnieuw beoordelen van zaken tot een andere conclusie kwamen dan de officier die de straf uitdeelde, betekent „niet dat er sprake is van een onterechte bestraffing” maar „geeft slechts aan dat er ook anders over gedacht zou kunnen worden”. Volgens het OM mag de meting niet worden gebruikt om algemene uitspraken te doen. Het onderzoek „beoogt slechts een indicatief beeld te geven dat niet noodzakelijkerwijs representatief is”. Op het niveau van de afzonderlijke parketten is het beeld uit de meting overigens wel representatief.

Lees ook: Het rommelt in de straffabriek van het OM
    • Derk Stokmans
    • Mark Lievisse Adriaanse