Opinie

Nederland, omarm dit pact, het past bij ons

Het pact van Marrakesh is een eerste stap op weg naar menswaardige migratie, schrijft . Nederland zou voorop moeten lopen. „Dit pact is net zo Nederlands als rookworst.”

Foto Jorge Guerrero/AFP

Een flirtpartij in de kroeg afschilderen als een huwelijkssluiting. Die metafoor borrelt op bij al het gekrakeel rondom het pact van Marrakesh, de dappere poging van vele landen om de mondiale migratie beter te regelen. Natuurlijk is het kwalijk dat een politicus die promoveerde in de rechten volhardt in een fout die iedere Leidse eerstejaars het tentamen zou kosten. Een verklaring is geen verdrag. Punt.

Veel erger is het echter dat al onze politici inmiddels zo druk zijn met het pareren van de puberale prietpraat dat zij vergeten wat de waarde van het pact van Marrakesh wél is. En hoe, juist nu vaderlandsliefde weer zo hoog in het vaandel staat, weinig beter in de Nederlandse traditie past dan zo’n gesprek als dat in Marrakesh.

Eerst toch even die noodzaak. Een alternatief voor de duizenden zielloze lichamen op de bodem van de Middellandse zee, de vrieswagens volgepakt met vrouwen en kinderen aaneengekleefd, de grauwe, ijskoude tentenkampen die thuis zijn voor miljoenen, de miljarden besteed aan muren en prikkeldraad die wellicht de menselijkheid uitsluiten maar niet veel meer. Niets van dit alles kan een land alleen aanpakken. Marrakesh draait om een unieke zoektocht naar oplossingen gebaseerd op principes als soevereiniteit en mensenrechten, duurzaamheid en wederzijds belang. Mechanismen om het gegeven van migratie menswaardig te maken.

In die zoektocht zou Nederland voorop moeten lopen, in plaats van energie steken in een stemverklaring – net zo onzinnig als het, tijdens die eerste flirt, op de bar poneren van een flink pak geprint papier over de huwelijkse voorwaarden met de vraag om een paraaf op elke pagina. Vooroplopen omdat multilateralisme, de rechtsstaat en internationale diplomatie net zo Nederlands zijn als Rembrandt, rookworst en rotjes afsteken. Nederland is een open land, verbonden met de wereld, of het nou gaat om vliegen naar verre landen, taalonderwijs op scholen of meeleven met de wereld. Het is niet zonder reden dat de ranke torens en de rozentuinen van het Vredespaleis hier te vinden zijn, dat het Internationaal Strafhof juist in Scheveningen de grootste schurken ter wereld berecht en dat belangrijke verdragen over adoptie, politiesamenwerking of handel aan Haagse vergadertafels tot stand komen.

Dit past in de traditie die we hebben opgebouwd in het internationale recht, niet alleen als wezenlijk onderdeel van onze eigen beschaving, maar ook als exportproduct, als handelsmerk. Een traditie die Hugo de Groot, de Vrede van Utrecht, de Haagse Vredesverdragen en het Congres van Europa aaneenrijgt in het besef dat ‘recht en vrede elkaar kussen’, dat de meeste ingewikkelde problemen vragen om onderlinge afspraken. Afspraken die juist ook in het belang zijn van landen als de onze. Gratuit gekwaak over het dichtgooien van de grenzen doet denken aan de oude mop over de muis en de olifant. Het stampt wellicht lekker, maar afspraken tussen gelijkwaardige partners – zoals binnen de Verenigde Naties – werken echt. Voor iedereen.

En ja, een van de afspraken die inmiddels past binnen onze beschavingstraditie is dat alle mensen rechten hebben. Gelijke, ondeelbare, onvervreemdbare rechten. Wij, maar ook zij. Ook de Syrische vader die na het zoveelste bombardement z’n kinderen op de arm neemt en zijn geboortestad achterlaat. Ook dat meisje dat gedurende een jaar in een Libische cel tussen haar eigen uitwerpselen veelvuldig verkracht wordt. Ook dat jongetje dat in Groningen, in een bed-bad-brood- faciliteit misschien geen paspoort heeft maar wel een leven, en dromen. Op 10 december vieren wij, in buurthuizen en brugklassen, met badges en blogs, de zeventigste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en alles wat die heeft gebracht. In dit licht is het echt zorgelijk dat het juist voor onze regering zo lastig lijkt om ook over migratie te denken in termen van mensenrechten.

Toch zie ik een lichtpunt. Baudets borrelpraat, hoe weinig geïnformeerd ook, past wel in de teloorgegane traditie van parlementariërs – vroeger vaak nog van VVD-huize – met belangstelling voor de internationale rechtsorde. Daarvan zijn er veel te weinig. Tegenwoordig zijn het te vaak alleen techno- en bureaucraten die in New York en Genève afspraken maken over onze rechten, ons klimaat, onze toekomst. Politieke vraagstukken, die vragen om politieke oplossingen en parlementaire bemoeienis. Het zou helemaal mooi zijn als die parlementariërs dan ook het verschil zagen tussen een verklaring en een verdrag, tussen problemen framen en ze oplossen. Om zo iets van respect te tonen voor juist die traditie die ons land – en zoveel van onze internationale partners – groot, veilig en fijn om te wonen maakte. Wie zou daar nou niet voor tekenen?

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.