Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Mijn beurt

Ik had me verslikt in de tijd die er in het schrijven van een boek over ex-voetballer Theo Janssen gaat zitten en dus was het maar het beste dat ik mijn gezin maar even achterliet in het dorp om een paar dagen bij mijn bejaarde moeder (87) in Velp te gaan zitten. Achter het stalen bureau in de werkkamer van mijn overleden vader, waar het volgens de kalender nog steeds oktober 2012 is.

Kon ik meteen ook even mijn moeder in de gaten houden want het was volgens mijn zus zo onderhand wel weer eens een keer ‘mijn beurt’.

Steeds vaker was het alsof ik niet haar woning maar een oefenruimte van Hans Klok binnenstapte. Terwijl de vlammen uit een pan met gehaktballen sloegen, stond zij dan in haar keuken te doen alsof ze alles onder controle had. Het hoorde er allemaal bij.

„Ben je aan het flamberen?” vroeg ik, terwijl ze een natte theedoek over vuur wierp.

Antwoord: „Ik hoor niets.”

Dat was het nieuwste: haar gehoorapparaat doet het alleen bij opbouwende gesprekken.

„Ik hoor geen kritiek, meer. Echt niet. Ik denk dat ik er immuun voor ben geworden.”

Op zaterdag, ik was weer even beneden, trof ik tot mijn verbazing en lichte irritatie mijn broer aan de eettafel. We hadden elkaar weken niet gezien.

Ik: „Wat doe jij hier?”

Hij: „Ja, dat kan ik ook wel aan jou vragen.”

’s Avonds gingen we samen nasi halen bij Blue Lotus.

„Hoe vind jij dat het gaat?” vroeg ik mijn broer. „Kan ze hier nog blijven wonen?”

„Tuurlijk wel”, zei hij.

„Het is anders wel een enorme troep”, zei ik.

„Valt wel mee toch?”, zei hij.

(Misschien toch zinnig om hier even te zeggen dat hij slechtziend is.)

Een half uur later lepelden we, alsof de tijd stil had gestaan, onze boerenbontborden leeg. Nergens kon je zo goed merken als het weer december was als hier: weeïg licht vanwege de gesloten gordijnen en al die schrootjes tegen de muren, de televisie op vol volume.

Zij hoorde bijna niets.

Hij zag bijna niets.

Je zou zeggen dat ik de ideale intermediair was, maar zij waren veel beter op elkaar ingespeeld.

Toen er op de gang een staketsel van boeken, kledingstukken en blikken onverklaarbaar in elkaar donderde en ik opstond om dat dan maar weer op te ruimen, hoorde ik ze zuchtend tegen elkaar zeggen: „Hij ziet en hoort weer van alles.”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen