Recensie

Alba Rosa Viva! Festival brengt beste jonge musici bijeen

Klassiek Op het Alba Rosa Viva! Festival, gericht op muziek van vrouwelijke componisten, klonk zondag de aanstormende top van de Nederlandse kamermuziek – in stukken die je te weinig hoort.

Amatis Piano Trio met Katharine Dain tijdens Alba Rosa Viva! Festival. Foto Govert Driessen

Hoewel in eigen tijd bekend en gewaardeerd, vonden haar naam en muziek weinig naklank: Alba Rosa Viëtor (1889-1979), violiste en componiste. Maar haar Nederlandse familie wijdde een stichting aan haar muziek en gedachtegoed, waar een tweejaarlijks kamermuziekfestival uit voortvloeide. Waar hoor je op één dag de aanstormende top van de Nederlandse kamermuziek? Op het Alba Rosa Viva! Festival, dat alleen al daarom veel beter verdient dan de halflege zaal die nu op zondagmiddag tweemaal een feit was.

Artistiek leider Reinild Mees bouwde het festival op rondom het vruchtbare uitgangspunt dat vrouwelijke componisten weliswaar de rode draad mogen vormen, maar niet op een orthodoxe, exclusieve manier. Zo klonken ’s ochtends tijdens het wel bomvolle zondagochtendconcert op de derde editie van het festival de onbevangen liederen van Cécile Chaminade na de introvertere Mélodies van haar leermeester Gabriel Fauré. Beide werden heel kleurrijk en met volmaakte dictie gezongen door de fraaie mezzo Adèle Charvet. De liederen werden ingeluid door Henriëtte Bosmans’ Cellosonate. Dat is een werk dat je veel te weinig hoort en hier, in een intense en emotionele uitvoering door Harriet Krijgh, klinkend onderstreepte dat zo’n extra focus op vrouwelijke componisten nog steeds zinvol is.

Het concert met Krijgh en Charvet is terug te luisteren op Radio4.nl.

Sublieme timing

Alba Rosa Viëtors eigen, ferme maar als betoog ook wat waaierige Strijktrio opende het middagconcert. Daar was het celliste Ella van Poucke die met haar gedifferentieerde expressie, diepe toon en sublieme gevoel voor timing deed verlangen naar veel meer, in attent samenspel ook met violist Niek Baar en pianist Thomas Beijer. Alle drie hebben hoorbaar solistische glans en potentie; Beijer debuteert nog dit seizoen in de serie Meesterpianisten. Dat leidde ook tot interessante verschillen in speelstijl, die je bij vaste verbanden als het tot in de kleinste radertjes op elkaar ingespeelde Dudok Kwartet en het indrukwekkende Amatis Trio dan weer niet hoorde.

Het Dudok en het Amatis zijn allebei ensembles die je een warm gevoel geven over de Nederlandse kamermuziekcultuur: wereldtopniveau. Dat bleek ook in de componeerwedstrijd voor vijf jonge componisten, die van het Amatis en zangeressen Lilian Farahani en Katharine Dain maximale inzet eisten: van geprevel tot trommelvliesgeselende uithalen en prepared piano. Niet alle werken boeiden even sterk, maar Empordà van Sílvia Lanao Aregay – de enige vrouw – was een fascinerend, heel beeldend stuk dat treffend uitersten verkende en terecht won.

Dat Ramin Amin Tafreshi de publieksprijs won, snapte je ook: zijn It’s the Voice that Shall Remain, een powervrouw-monodrama in microvorm, was de meest toegankelijke inzending. Tafreshi liet de viool voorgaan in een wulpse oosterse dans en verleidde de prachtige sopraan Lilian Farahani tot pure, zachte en intense zang.

    • Mischa Spel