Roetveegpiet verovert terrein op scholen in steden

Sinterklaasfeest In het algemeen geldt: hoe verder van de Randstad, hoe zwarter de pieten. Maar de roetveegpiet is vanuit de stad bezig uit te breiden.

Foto Jeroen Jumelet/ANP

De roetveegpiet is vaker te zien. Dit jaar wordt 30 procent van de basisscholen die Sint met Pieten vieren door roetveegpieten bezocht, een stijging van 5 procentpunt ten opzichte van vorig jaar. Van de scholen krijgt 83 procent daarnaast of uitsluitend bezoek van Zwarte Pieten. Een klein deel (4 procent) krijgt bezoek van andere pieten, vooral bruine.

Dat blijkt uit een enquête onder 581 leerkrachten van verschillende basisscholen door DUO Onderwijsonderzoek & Advies. De studie is representatief naar regio, levensbeschouwelijke visie en schoolgrootte. Het onderzoek werd vorig jaar gedaan onder basisschooldirecteuren en is dit jaar op verzoek van NRC herhaald.

De regionale verschillen tussen de Sinterklaasvieringen zijn groot. Terwijl in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag en omliggende gemeenten 69 procent van de scholen door roetveegpieten wordt bezocht, geldt dat voor de rest van Noord- en Zuid-Holland en Utrecht voor 49 procent. En voor de rest van het land voor ‘slechts’ 16 tot 20 procent van de scholen.

Voor het percentage scholen dat (ook) bezoek krijgt van Zwarte Pieten, geldt het spiegelbeeld: in en rondom de drie grote steden 49 procent, in de rest van Noord- en Zuid-Holland en Utrecht 71 procent en in de rest van het land 90 tot 93 procent. Hoe verder van de Randstad, kortom, hoe zwarter de Pieten.

Lees ook: Sint bezoekt dit jaar zeker twintig asielzoekerscentra. Hoe reageren de kinderen op de komst van zwarte pieten?

‘Waar zijn ze mee bezig?’

„Bij ons heeft niemand het erover”, zegt een leerkracht van een school in een klein Brabants dorp. „Als ik met vriendinnen uit de Randstad praat, hoor ik dat het daar veel meer speelt. Hier wordt er eerder negatief naar gekeken, zo van, waar zijn ze toch mee bezig?” Overigens bevindt zich slechts 8 procent van alle basisscholen in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en omringende gemeenten.

Interessant is dat in Noord- en Zuid-Holland (minus de grote steden) en Utrecht voor het eerst tekenen te zien zijn van een veranderende Piet. Vanwege verschillen in meetmethode kan het percentage roetveegpieten hier niet worden vergeleken met vorig jaar, maar wel is te zien dat hier relatief vaak over zijn kleur is gediscussieerd. Namelijk op een kwart van de scholen, terwijl bij vier op de vijf scholen (81 procent) dit jaar geen discussie was. Het zou kunnen dat de roetveegpiet zich vanuit de stad verspreidt.

Als scholen zich hebben laten beïnvloeden door de discussie, volgen ze vaak het Sinterklaasjournaal. Daar zijn dit jaar veel roetveegpieten te zien, op de huispiet na.

Piet blijkt best machtig, ondanks zijn onhandige imago. Verschillende leerkrachten schrijven alles bij het oude te laten omdat hun pieten anders vertrekken. „Onze huispiet komt al jaren op school en is voor alle kinderen een ware held. Hij stopt wanneer hij geen Zwarte Piet meer mag zijn. Dit zou eeuwig zonde zijn”, schrijft een leerkracht bijvoorbeeld.

Verdeeldheid in het team

Bij één op de tien scholen zorgde de pietendiscussie voor verdeeldheid in het team, en bij circa één op de acht scholen tussen ouders – vooral de scholen in en rond de Randstad. Op scholen in vakantieregio Zuid en op confessionele scholen was er minder discussie. Een leerkracht schrijft dat het team roetveegpieten wilde, maar dat er „helaas een hele sterke reactie” kwam van de ouderraad.

Veel leerkrachten merken op dat ze moe worden van de discussie en dat de kleur van Piet kinderen niets uitmaakt. „Tijdens een knutselles over Sinterklaas hebben alle leerlingen Zwarte Pieten gemaakt”, schrijft een leerkracht van een multiculturele school. „Terwijl ik nog zo benadrukt had dat de kinderen zelf een kleur voor de Piet mochten kiezen.” Op een vijfde van de scholen is in de klas over de pietendiscussie gesproken, meestal vanwege vragen over het veranderende Sinterklaasjournaal („Waarom heeft Piet vegen?”) of omdat leerkrachten merkten dat kinderen de discussie niet begrijpen.

Ondanks de hevigheid van de pietendiscussie is het sinterklaasfeest op scholen nog onverminderd populair. Van alle scholen viert 96 procent Sinterklaas en op 98 procent van die scholen wordt het feest zowel met Sint als Pieten gevierd. Scholen die geen Sinterklaas vieren, zijn meestal reformatorisch of islamitisch.

Lees hier over het onderzoek van historica Elisbeth Koning over de relatie tussen Zwarte Piet en blackface-traditie
    • Mirjam Remie