‘Pon staat op poleposition om Accell over te nemen’

Deze rubriek belicht iedere maandag beursfondsen die in de belangstelling staan. Deze keer: Accell Group.

Foto Sander Koning/ANP

Het leek een breuk die niet meer te lijmen viel. Nadat fietsenfabrikant Accell Group vorig jaar een overnamebod van handelsfirma Pon Holding afwees, hielden beide partijen elkaar nadrukkelijk op afstand. Een woordvoerder van Pon zei kort na het afbreken van de gesprekken dat „de deur nu dicht” is. En ook Ab Pasman, president-commissaris bij Accell, was stellig toen een van zijn aandeelhouders hem dit voorjaar vroeg naar de mogelijkheid van hernieuwde onderhandelingen met Pon: „Het antwoord is nee.”

Voor de buitenwacht was de verrassing dus groot, toen Pon tweeënhalve week geleden aankondigde grootaandeelhouder van Accell te willen worden. De importeur van automerken zoals Audi en Porsche had kort daarvoor zo’n 5 procent van alle aandelen opgekocht. Het doel, zo meldde Pon in een persbericht, was een belang op te bouwen van 20 procent.

Op speculaties over een nieuwe kooppoging gaf Pon, tevens eigenaar van fietsenmerk Gazelle, telkens hetzelfde antwoord: het conglomeraat uit Almere is uit op een „significant minderheidsbelang” in Accell en wil „als langetermijnaandeelhouder een constructieve betrekking aangaan” met de top van het bedrijf. Wel invloed dus, maar geen overname.

De reden daarvoor is dat Accell, producent van onder meer Batavus en Sparta, volgens Pon op dit moment in „een fundamenteel andere situatie” zit dan anderhalf jaar geleden. In de maanden na de kooppoging kreeg de fietsenproducent te maken met verschillende tegenvallers, zoals dalende verkopen in Nederland en de Verenigde Staten en een dure reorganisatie.

Ook werd duidelijk dat Accell minder goed op de toekomst was voorbereid dan veel aandeelhouders hadden gedacht. Het bedrijf slaagde er amper in fietsen via internet te verkopen en deed weinig met de opkomst van de leenfiets. Op de beurs daalde het aandeel Accell dit voorjaar tot onder de 17 euro, de helft van de 33,72 euro die Pon bereid was te betalen.

De laatste weken was Pon, bij het inkopen van de aandelen, aanzienlijk goedkoper uit: gemiddeld betaalde de firma ongeveer 19 euro per stuk. Maar waarom zou je eigenlijk een dusdanig fors belang in een concurrent opbouwen en het daar dan bij laten? Wat drijft Pon?

Volgens marktkenners zijn er verschillende verklaringen mogelijk. Om te beginnen is het een defensieve zet, zegt analist Frank Claassen van zakenbank Degroof Petercam. Een belang van 20 procent is groot genoeg om „kapers op de kust” te ontmoedigen en te voorkomen dat iemand ánders Accell overneemt.

Bovendien ben je zo invloedrijk dat je „aan tafel komt te zitten”, zegt Martin Crum, analist bij beleggingsplatform IEX. Het is volgens hem goed mogelijk dat Pon straks een plek krijgt in de raad van commissarissen, maar zelfs al gebeurt dat niet dan is de firma een te grote aandeelhouder om „zomaar weg te stemmen”. Pon krijgt dus, eerder dan andere aandeelhouders, zicht op hoe het gaat met Accell.

Eigenlijk is er dus maar één conclusie mogelijk, aldus de analisten: Pon is Accell nog niet uit het oog verloren. „Natuurlijk zullen ze, als je het vraagt, geen rechtstreeks antwoord geven”, aldus Crum. „Maar er valt zo veel te zeggen voor het samenvoegen van de fietsdivisies van Pon en Accell.” Productie, inkoop, distributie – het wordt allemaal goedkoper als je het samen doet.

Ook volgens Claassen staat Pon nu „op poleposition” als het aankomt op een overname van Accell. „Maar dat wil niet zeggen dát ze het doen”, zegt hij. De analist trekt de parallel met Boskalis, dat de afgelopen jaren een belang opbouwde in branchegenoot Fugro, maar uiteindelijk afzag van een overname en zijn aandelen weer verkocht. „Dit is alsof je een teen in het water steekt om de temperatuur te meten”, zegt hij.

    • Joost Pijpker