NRC checkt: ‘Het gaat goed met de ijsbeer’

Dat schreef De Telegraaf boven een interview met de Canadese zoöloog en schrijfster Susan Crockford.

Een ijsbeer met twee jongen op een ijsschots tussen Spitsbergen en de Noordpool. Foto Sepp Friedhuber

De aanleiding

Hoe gaat het nu écht met de ijsbeer? Is al die negatieve berichtgeving overtrokken? Volgens de Canadese zoöloog Susan Crockford wel. Zij schreef in 2016 een boekje dat nu door de Nederlandse wetenschapsjournalist Marcel Crok is vertaald in het Nederlands als Feiten en mythes over ijsberen. „Alle kinderen geloven dat de ijsbeer uitsterft”, zegt Crockford 19 november in een interview met De Telegraaf. „Hoeveel ijsberen denk je dat er nog zijn, vraag ik dan. Een paar honderd, gokken ze. Fout. Het zijn er mogelijk meer dan dertigduizend, vele malen meer dan vijftig jaar geleden.” Volgens Crockford zijn de aantallen ijsberen op veel plekken stabiel. „En op andere plekken is zelfs sprake van groei. Nergens is echt afname te zien.”

Waar is het op gebaseerd?

In het artikel in De Telegraaf staat: „Natuurbeschermingsnetwerk IUCN plaatste het pooldier in 2006 op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten, met de vrees dat de populatie in 2050 met zeker een derde zal zijn afgenomen. Sindsdien gebeurde er iets geks. Er zijn zomers dat het zee-ijs al zo’n beperkte oppervlakte heeft als wetenschappers pas voor 2050 verwachtten. Crockford: ‘Als de veronderstelling van IUCN zou kloppen, moet het dus nu al heel slecht gaan met de ijsbeer.’”

Volgens de Canadese zoöloog is dat dus niet het geval. „Het lijkt erop dat dankzij de zachtere winters zeehonden meer jongen grootbrengen”, zegt ze in het interview. „Zij vormen het voedsel waar de ijsbeer vanaf de herfst en vooral in de lente op jaagt.”

En, klopt het?

In 2006 werd de status van de ijsbeer op de Rode Lijst van natuurbeschermingsnetwerk IUCN voor het eerst sinds 1994 weer in ‘kwetsbaar’ veranderd (in de tussentijd was de status ‘van bescherming afhankelijk’). Die kwetsbare status heeft de soort nu nog steeds. Sinds enkele tientallen jaren geldt een breed jachtverbod, wat lokaal een gunstig effect heeft gehad op ijsbeeraantallen (vandaar waarschijnlijk Crockfords opmerking „vele malen meer dan vijftig jaar geleden”). Maar door klimaatverandering neemt de hoeveelheid zomerijs in het noordpoolgebied af, en daarmee ook het jaaggebied van de ijsbeer.

In het meest recente rapport Polar Bears, uit 2016, staat dat van de negentien subpopulaties er vijf stabiel lijken, één mogelijk in omvang toeneemt en twee in omvang afnemen. Van elf subpopulaties waren er te weinig gegevens om een trend te beschrijven. Maar, zo benadrukken de auteurs, verdere afname van de hoeveelheid zee-ijs gedurende de 21ste eeuw zal naar verwachting alle ijsbeersubpopulaties negatief beïnvloeden.

Sterker nog: uit een publicatie in 2016 in Royal Society’s Biology Letters blijkt dat er door die ijsafname volgens computermodellen een kans van zo’n 70 procent is dat het aantal ijsberen in 2050 met eenderde is afgenomen. De wereldwijde populatie wordt momenteel op 26.000 ijsberen geschat.

Begin 2018 schreven Amerikaanse biologen nog in Science dat de afname van zee-ijs het leven van de ijsbeer op twee manieren bemoeilijkt: enerzijds zorgt het ervoor dat de dieren grotere afstanden moeten afleggen, wat leidt tot meer energieverbruik, anderzijds wordt het lastiger om vanaf het ijs zeehonden te vangen.

Ook andere bedreigingen kunnen in de toekomst bijdragen aan de achteruitgang van de ijsbeer. In het IUCN-rapport worden als voorbeeld vervuiling, toerisme en het boren naar olie en gas genoemd.

Wat het aantal zeehonden betreft: ook dat is niet zo rooskleurig als Crockford doet voorkomen. Zo stelt de Canadese emeritus ijsbeeronderzoeker Ian Stirling in een blog op de website Polarbears International dat klimaatverandering een negatieve invloed heeft op de ringelrob, een belangrijke prooi van de ijsbeer.

Jouke Prop, bioloog aan de Rijksuniversiteit Groningen, zegt desgevraagd „niet vrolijk” te worden van Crockfords uitspraken: „Ik heb er de meest recente vakliteratuur op nagekeken maar niets wijst op een rooskleurige toekomst voor de ijsbeer. Lokaal herstel van de aantallen na het stopzetten of reguleren van jacht kan misschien wat valse hoop geven dat het voor de ijsbeer meevalt. Maar wetenschappelijk onderzoek wijst in één richting, namelijk dat ijsberen het tegenwoordig zwaar hebben: geschikt habitat (zee-ijs) verdwijnt, hun voedsel (zeehond) wordt slechter bereikbaar, gehaltes aan gifstoffen in het weefsel zijn alarmerend hoog, conflicten met mensen nemen toe, plekken om jongen te werpen worden slechter bereikbaar, en voortplantingssucces, overleving en lichaamsconditie nemen af.

Klimaatsceptische blogs over ijsberen baseren zich vrijwel allemaal op één website: die van Susan Crockford. Lees: Overleeft de ijsbeer de klimaatdiscussie?

Het gaat goed met de ijsbeer? Om in de termen te blijven van Crockfords boek: een sprookje, en dan van het zwartste soort.”

Conclusie

De ijsbeer staat niet acuut op het punt om uit te sterven, maar goed gaat het met de soort zeker niet. Wij beoordelen de uitspraak daarom als onwaar.

    • Gemma Venhuizen