Moedwillig verkeerd, dat zijn de media niet

Nieuwswantrouwers Het vertrouwen in nieuwsmedia is in Nederland relatief hoog. Maar dat betekent niet dat er geen onvrede is. „Ik trek het gewoon niet.”

Illustratie Anne Caesar van Wieren

Het is een avond over „wantrouwen, manipulatie en feiten”. Journalist Joris Luyendijk staat op het podium, in een wit overhemd naast een witte statafel. Op het scherm achter hem zijn net korte fragmenten vertoond uit het wereldwijde nieuws, waarin je journalisten aan het werk ziet.

Dit jaar is Luyendijk begonnen aan de theatertour Het zijn net mensen 2.0, vernoemd naar zijn boek waarin hij de media in 2006 bekritiseerde. Daarin signaleert hij het „kuddegedrag van de journalist”, die niet per se het hele verhaal vertelt, maar zich beperkt tot het smeuïgste deel, die geleid wordt door de brokjes informatie die instanties toespelen maar over die beperkte blik niet transparant is.

„Dank u wel, ik raak geen krant meer aan”, zeiden mensen, aldus Luyendijk na het verschijnen van dat boek – een bestseller van het zeldzame soort. „Geloof niet alles wat je in de media ziet” is volgens Luyendijk veranderd in „geloof niets meer van wat de media zeggen”. Luyendijk zoekt nu de verbinding, hij wil mensen met zijn show een middenweg bieden tussen „naïviteit en verlammend wantrouwen”.

Bram van Veghel, een 32-jarige decaan uit het Noord-Brabantse Heukelom, kreeg een toegangsticket (23,50 euro) via school. Van Veghel, die alle boeken van Luyendijk gelezen heeft, kijkt nooit meer samen met zijn vriendin het nieuws. Zij wil dat niet meer. „Ik zit erdoorheen te praten, commentaar te leveren. Ik trek het gewoon niet. Dan doen ze bij EditieNL alsof ze wetenschappelijk zijn. Ze vergelijken 2016 en 2017 met elkaar en zien een groei. Het zegt niets en het voegt niets toe. Maar daar gaat het dan wel over bij het tankstation.”

Vulkaan Fuego

Frederik Theuwis, een 31-jarige projectleider bibliotheekinnovatie, duidt enkele dagen na de lezing in Tilburg zijn scepsis. „Vanochtend las ik op de NOS-site dat vulkaan Fuego [in Guatemala] weer een uitbarsting heeft gehad. Ik denk dan: dat gebeurt zo vaak. Ik weet dat omdat ik er gewoond heb. Maar nu is het ineens nieuws, omdat er toevallig eerder dit jaar bij een uitbarsting zo veel doden vielen.”

In zijn nagenoeg uitverkochte theatertour lijkt Joris Luyendijk de tijdgeest te vangen. Een scherpe denker wantrouwt anno 2018 de media. De NOS een ‘staatsomroep’ noemen, die nieuws brengt dat de overheid bepaalt, is allang niet meer uitzonderlijk en op sociale media zelfs gebruikelijk. Een twitteraar noemt de medewerkers van de NOS een „stelletje waardeloze trekpoppen”.

Journalistiek platform De Correspondent heeft mediakritiek tot een advertentiecampagne verheven. „De media doen het voor de likes, de clicks en de eyeballs”, zegt een medewerker in een promotiefilmpje. De president van de Verenigde Staten reduceert alle berichtgeving die hem niet aanstaat tot fake news. En, inmiddels een klassieker, politieke partij Denk valt met filmpjes de journalistiek aan: ‘Trap er niet in.’

Wetenschappelijke studies

Dat stevige, breed gedragen wantrouwen zien we in de meeste wetenschappelijke studies niet terug. Het maakt nogal uit hoe je de vraag stelt, legt SCP-onderzoeker Josje den Ridder uit. De score voor vertrouwen is hoger wanneer je vraagt naar ‘kranten en televisie’ (SCP, circa 70 procent gaf bij de laatste meting een zes of hoger) dan naar vertrouwen in de ‘pers’ (CBS, circa 32 procent). Vergelijk je Nederland met andere landen, dan ligt het vertrouwen in de media hier juist hoog. Uit een onderzoek van de Amerikaanse denktank Pew Research Center naar mediavertrouwen in 38 landen scoort Nederland het best van de tien onderzochte Europese landen. 89 procent van de Nederlanders zegt dat nieuwsorganisaties de belangrijkste verhalen redelijk tot zeer goed behandelen. 82 procent van de Nederlanders vindt dat nieuwsorganisaties nieuws accuraat brengen.

Uitgesproken kritisch

Bezoekers van deze voorstelling wantrouwen de journalistiek niet per definitie – ze denken niet dat journalisten moedwillig verkeerde informatie verspreiden. Uitgesproken kritisch is deze groep wel. Vertrouwen begint af te brokkelen als mensen zien dat berichtgeving niet klopt of een onderwerp niet van alle kanten belicht wordt. Voormalig secretaresse Annelies van der Kruit (58) las na de sinterklaasintocht in Tilburg een artikel over de demonstranten. Volgens de journalist stonden die in Tilburg op een industrieterrein. „Nou je kunt dan wel concluderen dat ze hier nooit geweest zijn: het is helemaal geen industrieterrein meer. Dan denk je al snel: wat klopt er eigenlijk wél aan dat stukje?”

Bram van Veghel ergert zich aan „het hele wereldje van bekende Nederlanders die zonder kennis van zaken op elkaar reageren”. Als voorbeeld noemt hij Johan Derksen en Gerard Joling, die regelmatig in talkshows aanschuiven. „Er moet een herschikking komen in wie waar over vertelt.”

Wat opvalt aan de groep in Tilburg, is dat hun kritische houding een tweede natuur is, omdat ze zo zijn opgevoed of opgeleid, omdat ze het vanuit hun vak gewend zijn. Ze zijn alert op woorden met een lading: als iets ‘weer’ gebeurt kan dat suggereren dat twee losstaande incidenten een trend zijn. Of het woord ‘dreigen’, dat alarmerend klinkt maar meestal speculatief is. Ze zorgen er zelf voor dat ze verschillende berichten tegen elkaar afzetten. Ze proberen Nederlandse nieuwsmedia te checken door ook buitenlandse nieuwszenders te volgen.

Schommelingen in vertrouwen

Rens Vliegenthart, hoogleraar media en samenleving aan de Universiteit van Amsterdam, zegt dat de uitkomsten in onderzoeken misschien uiteenlopen, maar de schommelingen in vertrouwen binnen de studies redelijk beperkt zijn de afgelopen tien jaar – de periode dat er jaarlijks gemeten wordt. „Vertrouwen in media in Nederland is in vergelijkend perspectief redelijk hoog in tegenstelling tot de doemverhalen die je vaak hoort. Er zijn verschillen tussen groepen, met name op opleidingsniveau, maar geen grote toe- of afnames.”

Over duiding van nieuws kun je het oneens zijn

Hoe komt het dan dat we het idee hebben dat het wantrouwen sterk stijgt, maar de cijfers dat niet zonder meer bevestigen? Vliegenthart: „We zijn gevoelig voor negatieve informatie. Dat blijft je bij.” Online hebben mensen een podium gekregen om hun onvrede te uiten, en dus doen ze dat ook. „Sociale media zijn een slechte reflectie van wat leeft onder de Nederlandse bevolking. Wie daar kijkt denkt dat Nederland voortdurend verkeert in een culturele strijd tussen links en rechts. Terwijl het merendeel van de mensen veel genuanceerder en positiever is.”

Het nieuws duiden

De berichtgeving van veel traditionele nieuwsmedia is in de loop der jaren veranderd, zegt Vliegenthart. Ze zijn er niet meer om als eerste het nieuws te brengen, maar willen het nieuws meer duiden. En over duiding kunnen mensen het oneens zijn.

Joris Luyendijk pleit juist voor meer duiding, journalisten moeten uitleggen hoe een verhaal tot stand is gekomen, dat moet transparantie opleveren. Hij hekelt de „rufters in de lift”, zegt hij, terwijl hij voorover buigt en een scheetgeluid maakt. Daarmee bedoelt hij bijvoorbeeld mensen met meningen die bij talkshows stellingen poneren over onderwerpen waar ze geen weet van hebben, maar zo toch twijfel zaaien.

„Joris”, vraagt een vrouw uit het publiek tijdens een vragenronde, „waar haal jij je hoop vandaan?” Toevallig, zegt hij, breng ik binnenkort een boek uit over dat onderwerp.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Lineke Nieber
    • Kim Bos