Recensie

Louise Korthals vertelt poëtisch over hoe we het leven doorgeven

Cabaret In ‘Alles is er’ kiest cabaretier Louise Korthals niet voor de harde lach. Ze vertelt over de dromen die je doorgeeft aan eigen kinderen.

Het taalgebruik van Louise Korthals is literair en vol prachtige metaforen die je in cabaret niet vaak hoort. Foto Jaap Reedijk

‘Soms voel ik me dochter van gebroken dromen”, zingt Louise Korthals (34) in het openingslied van haar derde soloprogramma Alles is er. Korthals zingt en vertelt hierin over haar moeder, die haar dromen niet waar kon maken en die dromen doorgaf aan haar dochter. Dat persoonlijke verhaal heeft meer reliëf nu Korthals zelf ook moeder is geworden. Ze ziet zich ook voor de vraag geplaatst wat ze wil doorgeven aan haar zoontje.

In Alles is er kiest Korthals niet voor de harde lach. Het is eerder een poëtische voorstelling, waarvoor ze samen met regisseur Olivier Diepenhorst een spannende vorm vond. Korthals maakt losjes gebruik van de mythe van Gaia, de Griekse oermoeder, om haar persoonlijke verhaal in breder verband te plaatsen. Ze wil reflecteren op de chaos die het leven is, en hoe je daarin toch verantwoordelijkheid moet nemen voor het leven dat je geeft. Treffend is hoe Korthals zichzelf beschrijft als de „verkeersregelaar van haar eigen bloedlijn”.

Deze metafoor is typerend voor Korthals’ taalgebruik: dat is literair en vol prachtige metaforen die je in cabaretvoorstellingen niet vaak hoort. Als Korthals vertelt over haar moeder, laat ze veel over aan de verbeelding en vult ze niet alle details in. Mooi is hoe ze haar moeder kortweg typeert als eenzame vrouw die in het schemerdonker met haar sigaretje op de bank zit en geen moed meer heeft om op te staan. Daarmee roept Korthals een hele wereld aan beelden en associaties op.

De keerzijde van deze stijlvorm is dat de betekenis van sommige ingrepen onduidelijk blijft. Zo roept de scène waarin Korthals een denkbeeldige man op het balkon aanspreekt vooral vragen op. Ook de mythe van Gaia wordt uiteindelijk onvoldoende uitgewerkt om echt te overtuigen.

Korthals is op haar sterkst wanneer ze de humor zoekt in haar persoonlijk leven, zoals wanneer ze haar angst beschrijft dat ze ’s nachts haar baby dood zou slaan (want babygehuil zit op dezelfde irritante frequentie als het gezoem van muggen). Wanneer Korthals commentaar levert op migratie of de uitspraken van Trump, blijft het bij losse flodders. Ze maakt zich dan vooral kwaad, maar weet daar geen originele draai aan te geven.

Gelukkig zingt Korthals dan snel weer een ontroerend liedje, waarbij ze goed begeleid wordt door muzikanten Erik Verwey en Mark van Bruggen. Het zijn deze liedjes die Korthals’ programma bovenal de moeite waard maken.

    • Dick Zijp