Hoe piloot Bush ontsnapte aan de Japanners

Als piloot in de Tweede Wereldoorlog stortte George Bush met zijn gevechtsvliegtuig neer in de Stille Oceaan. Van de drie man aan boord was hij de enige overlevende.

George H.W. Bush in de cockpit van een Avenger, tijdens zijn periode bij de Amerikaanse marine tussen 1942 en 1945. Foto George Bush Presidential Library and Museum

„Het zou weleens een ruige trip kunnen worden”, zei George Bush op de vroege ochtend van 2 september 1944 tegen vriend en collega Ted White, aan boord van het Amerikaanse vliegdekschip USS Jacinto. Bush, net twintig, stond op het punt met zijn gevechtsvliegtuig naar het Japanse eiland Chichi Jima te vliegen, ongeveer 80 kilometer verderop in de Stille Oceaan, om daar net als een dag eerder het radiostation te bombarderen dat voor de Japanners diende als een cruciaal verbindingspunt tussen het hoofdkwartier in Tokio en hun vloot op de oceaan.

Vanaf Chichi Jima werden ook de Amerikanen in het Aziatische oorlogsgebied afgeluisterd. Om het eiland dat al sinds juni 44 onder vuur lag te verdedigen, had het Japanse leger daar onder meer eliteschutters naartoe gestuurd die het luchtafweergeschut van het Akasaka-paleis van keizer Hirohito bedienden.

Behalve Bush gingen een schutter en een verbindingsman aan boord van het toestel, een TBM Avenger. Vier bommen hingen eronder, van elk meer dan 200 kilo. White wilde per se mee, in de plaats van de vaste schutter van Bush, omdat het waarschijnlijk de laatste keer zou zijn dat ze samen konden vliegen. Hun vaders hadden bij elkaar in de klas gezeten op de universiteit van Yale. De 26-jarige White was daar afgestudeerd en Bush zou daar na de oorlog gaan studeren. White kreeg toestemming bij Bush aan boord te gaan, en net als zijn twee collega’s trok hij over zijn jack zijn ‘Mae West’ aan, het zwemvest dat vanwege de bollingen naar de Amerikaanse actrice was genoemd.

Lees ook de necrologie van Bush: Wereldleider tegen wil en dank

Overal explosies

Een uur nadat ze van de USS Jacinto waren opgestegen, kregen Bush, schutter White en radioman John Delaney Chichi Jima in zicht, met zijn twee hoge heuvels die vol stonden met radarinstallaties en antennes. De Japanners hadden de Amerikanen al lang in het vizier, aanvankelijk als stipjes op hun radarschermen.

Nadat twee andere Amerikaanse toestellen hun bommen hadden afgeworpen, was het de beurt aan Bush. Hij zette zijn glijvlucht in en kwam terecht in luchtafweergeschut. Overal rond het toestel zag en hoorde hij explosies, vertelde hij ver na zijn presidentschap aan de Amerikaan James Bradley, die over de Amerikaanse piloten bij Chichi Jima het boek Flyboys (2003) schreef. Tot het moment dat zijn toestel werd geraakt, vlak voordat hij de bommen zou afwerpen, dacht hij altijd dat alleen anderen geraakt zouden worden, zo vertelde Bush.

De vleugels van de Avenger stonden in brand, de vlammen waren op weg naar de brandstoftanks. Bush slaagde er desondanks in zijn toestel op koers te houden en zijn bommen af te gooien – collega’s hoger in de lucht zagen hoe die hun doel troffen. Bush zou na de oorlog voor die missie worden onderscheiden, met de Distinguished Flying Cross.

Hij stuurde zijn toestel dat hoogte verloor weg van het eiland en gaf zijn twee collega’s opdracht het toestel te verlaten: „Hit the silk!” Zelf sprong Bush als laatste; met zijn hoofd raakte hij nog licht de staart van het toestel, ook de opengeklapte parachute raakte beschadigd. Zo kwam Bush met extra hoge snelheid in het water van de oceaan terecht, op een kilometer of zes van Chichi Jima.

Bekijk ook de fotoserie van het leven van George Herbert Walker Bush

Geluk

Terwijl hij op een eenpersoonsvlot dat door een ander toestel was afgeworpen in de richting van het eiland dreef, gingen boten met Japanse militairen het water op om hem gevangen te nemen. Andere Amerikaanse gevechtsvliegtuigen namen die bootjes onder vuur om ze bij Bush weg te houden. Die zag intussen voor zich wat er met hem zou gebeuren als ze hem te pakken zouden krijgen. Hij had foto’s gezien van Amerikaanse militairen die onthoofd waren door de Japanners.

Wat Bush niet wist: een maand eerder waren er nog twee van zijn collega’s op Chichi Jima geëxecuteerd, nadat ze bij het eiland met hun toestellen waren neergehaald. Ieder vastgebonden aan een paal werden ze eerst door Japanners met bajonetten gestoken – overal in het bovenlichaam behalve in het hart want dan zouden ze te snel sterven – en vervolgens terwijl ze nog in leven waren onthoofd.

George Bush wordt gered door de onderzeeër USS Finback. Foto Reuters

Na drieënhalf uur dacht Bush dat hij ijlde toen er vlak bij hem een onderzeeër opdook, de USS Finback. „Blij om aan boord te zijn”, was zijn eerste reactie, verbaasd over zoveel geluk. Een maand lang bleef hij op de Finback, en leerde hij de Stille Oceaan op een andere manier kennen. Aan boord was er volop tijd om na te denken over zijn lot. Waarom heb ik het wél overleefd, vroeg hij zich af, in de overtuiging dat God een plan met hem moest hebben. Bush was op trainingsmissie in de VS toen bijna een jaar later een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog.

‘Ik denk voortdurend aan die jongens’

Haatdragend tegen de Japanners is George Bush daarna nooit geweest. Als president was hij in 1989 zelfs aanwezig bij de uitvaart van keizer Hirohito, in wiens naam de Japanse militairen vochten. Twee jaar later sprak hij in Pearl Harbor Amerikaanse én Japanse oorlogsveteranen toe.

En in 2002, ver na zijn presidentschap, keerde hij met auteur James Bradley terug naar Chichi Jima. Voor de kust van het eiland gooide hij lauwerkransen in de Stille Oceaan voor zijn twee omgekomen collega-bemanningsleden. „Ik denk voortdurend aan die jongens”, vertrouwde hij Bradley toe. Daartoe rekende hij ook zijn kamergenoot op de USS Jacinto Jim Wykes, een piloot die niet meer van een missie terugkeerde op de dag dat Bush in mei 1944 zijn eerste van in totaal 58 gevechtsmissies uitvoerde.

    • Ward op den Brouw