Hoe Hongarije de universiteit van Soros wegpestte

Central European University De Hongaarse regering maakt de Central European University van filantroop-miljardair George Soros in Boedapest het werken onmogelijk. Wie er studeert wordt uitgescholden.

De Central European University in Boedapest zal na een lange campagne van de Hongaarse regering grotendeels naar Wenen verhuizen. Foto Bernadett Szabo/Reuters

Imre Szijártó, student politicologie aan de Central European University (CEU), vertelt hoe het een vriendin verging die op dating-app Tinder vermeldde dat ze studeert aan de CEU. Dankzij de propagandacampagne van de Hongaarse regering tegen haar oprichter, de Amerikaanse filantroop van Joods-Hongaarse afkomst George Soros, staat de hoogst aangeschreven universiteit van het land intussen bekend als ‘Soros-universiteit’. „Een man stuurde haar een foto van z’n penis en noemde haar een ‘Soros-kut’.”

„Klinkt bekend”, zo haakt Adina, een studente aan een aanpalend tafeltje in de kantine van de universiteitsbibliotheek, op ons gesprek in. „Iemand noemde mij een Soros-spion op Tinder.” Een deelneemster aan een recente demonstratie tegen regeringsmaatregelen die de CEU dwingen Hongarije vanaf 2019 grotendeels te verlaten, plaatste een filmpje op Facebook: een man op de metro had haar spandoek gezien en schold haar uit voor „inferieur mens” en „genetisch afval”.

Deze maandag maakt de CEU, al meer dan een kwarteeuw in Boedapest, naar verwachting bekend dat ze de meerderheid van haar studieprogramma’s verhuist naar Wenen. Soros riep de Engelstalige instelling, die zowel Hongaarse als Amerikaanse diploma’s uitreikt, in 1991 in het leven om pluralisme, kritische discussie en democratie te bestendigen in voormalige communistische staten.

Vandaag zit de CEU in een situatie die volgens haar verdedigers zonder precedent is sinds de val van het IJzeren Gordijn: een universiteit die door een EU- regering het land uitgepest wordt. Zoals het er nu voor staat, wordt het vanaf het academiejaar 2019-2020 onmogelijk voor de universiteit met 1.400 studenten en gerenommeerde docenten uit de hele wereld, om haar kernactiviteit te vervullen: het uitreiken van Amerikaanse diploma’s. Wetgeving die de regeringspartij van de autoritair ingestelde Viktor Orbán in april 2017 goedkeurde, legde de CEU een reeks strenge vereisten op, zoals het oprichten van een Amerikaanse campus.

Orbán pakt het op z’n Orbáns aan: hij trapt de CEU niet in één keer het land uit, maar laat het universiteitsbestuur „geen andere keuze” dan verhuizen

Verrot

De universiteit kwam tegemoet aan de Hongaarse eisen en verwelkomde regeringsvertegenwoordigers op haar campus in de staat New York. Toch verklaarde de minister van Buitenlandse Zaken „geen signaal ontvangen te hebben” dat de CEU een Amerikaanse afdeling opende. De deadline die CEU gesteld had voor een akkoord verstreek zaterdag. Zonder akkoord kan de universiteit geen nieuwe studenten aannemen. Orbán pakt het op z’n Orbáns aan: hij trapt de CEU niet in één keer het land uit, maar laat het universiteitsbestuur „geen andere keuze” dan verhuizen.

De Tinder- en Facebook-verhalen tonen hoe de sfeer rond de CEU het afgelopen anderhalf jaar verrot is geraakt. De permanente propaganda en het zwaard van Damocles boven de universiteit hebben medewerkers gedemoraliseerd. Een deel van het personeel ging uit voorzorg op zoek naar een andere baan. De CEU groeide uit tot schoolvoorbeeld van hoe het doelwitten van de premier vergaat.

Orbán ging in 1990 als jong anticommunistisch activist zelf met een Soros-beurs in Oxford studeren. Ruim een kwart eeuw later zorgde Soros’ steun aan mensenrechtenorganisaties, anticorruptiewaakhonden en onderzoeksjournalisten die veel kritiek leveren op de Hongaarse elite, ervoor dat beide mannen op ramkoers liggen.

Dat Soros in het verleden zijn steun uitsprak voor legale en gecontroleerde migratie naar Europa, greep de regering aan om hem in samenzweringstheorieën af te schilderen als volksvijand nummer één. „De miljardair-financier leidt een quasi-huurlingenleger van op zijn minst 2.000 mensen”, verklaarde Orbáns woordvoerder. Dit ‘leger’ zou zijn belast met het uitvoeren van drie doelen: „Het neerhalen van premier Orbáns regering, het ontmantelen van het grenshek en het bevorderen van immigratie in Hongarije.”

Een propagandadeuntje dat luid rondgebazuind wordt door de gebruikelijke symfonie van regeringsgezinde media: de publieke omroep, nieuwswebsites en de overgrote meerderheid van commerciële tv-kanalen, nationale en lokale kranten zijn in handen van Orbán-loyalisten.

Ideale boeman

In de oprichter van CEU hebben Orbán en zijn mensen een ideale boeman gevonden, zeggen Soros’ verdedigers: een ideologisch tegenstander die rijk werd met hedgefondsen, Joodse wortels heeft en tegelijkertijd pleit voor het binnenlaten van gevreesde vluchtelingen uit islamitische landen. De regering ontkent alle aantijgingen dat ze een antisemitische toon zou hanteren.

Wie is de Amerikaans-Hongaarse miljardair en filantroop George Soros en waarom wordt hij zo gehaat? Vier vragen.

Maar volgens student Szijártó, een linkse criticus van Orbán, doet ze dat wel. „Inspelen op antisemitisme werkt in Hongarije, ook bij veel centrum-rechtse kiezers.” Szijártó verwijst naar een artikel in het magazine Figyelö, dat na overname door een Orbán-bondgenoot in 2016 een spreekbuis voor het regeringskamp werd. Het stuk bevat een lijst van ongeveer tweehonderd vermeende ‘Soros-huurlingen’ onder de kop De mensen van de speculant. Op de lijst staan een reeks CEU-academici en een flink aantal mensen van Joodse afkomst. Sommigen bleken al jaren overleden te zijn. Geen Hongaar hoef je te vertellen wat de achtergrond is van de konkelende ‘speculant’, zegt Szijártó.

Szilvia Molnar, administratief medewerkster bij de universiteit, hoort via haar ouders op het platteland wat het effect is van de propaganda. Een sterke overtuiging in hun kringen is, zo zegt Molnar, „dat je Joods moet zijn om hier binnen te raken.” Bizar, zegt ze: haar ouders en schoonfamilie weten dat Molnar zelf katholiek is. „Dan krijg ik de vraag hoe ik zeker kan weten dat andere werknemers geen agenten van Soros zijn en dat ze niet van bovenaf opgedragen worden wat ze moeten doceren.”

In oktober kreeg de CEU een bijkomende opdoffer. Toen schafte de regering de accreditatie voor genderstudies af, een richting die enkel door CEU en één andere universiteit in Boedapest aangeboden werd. Orbáns stafchef verklaarde dat „de Hongaarse staat geen publiek geld wenst uit te geven in dit domein”. Maar, zegt Andrea Petö, CEU-hoogleraar genderstudies: „Ons programma wordt niet betaald door Hongaarse belastingbetalers: we zijn een privé-universiteit”.

In het ultramoderne, 21 miljoen euro kostende bibliotheekgebouw dat openging in 2016, blikt Jitske de Grift, een Nederlandse studente politicologie, terug op haar tijd in Hongarije. „Voordat ik hier kwam kon ik me niet inbeelden hoe ernstig de situatie was”, zegt ze. „Nu vraag ik me af: wie zegt dat dit niet in andere landen kan gebeuren?”

    • Roeland Termote