Parijs krijgt geen grip op ‘revolte’

Frankrijk

Na nieuwe rellen worstelt Frankrijk met de ‘gele hesjes’. Hoe de dialoog aangaan met de beweging zonder leiders?

Protest in het Normandische Caen, op de tweede dag van de acties, 18 november. Gingen aan het begin nog 282.000 mensen de straat op, zaterdag lag dat aantal in heel Frankrijk op zo’n 136.000. Foto Charly Triballeau/AFP

Het Élysée staat nog, maar Parijs is een slagveld. De derde actiedag van ‘gele hesjes’ ging zaterdag in de Franse hoofdstad en in provinciesteden gepaard met grootschalige vernielingen, brandstichting en geweld. Landelijk zijn totaal 682 mensen opgepakt, 263 mensen raakten gewond. In Parijs, waar bij barricades 112 auto’s in brand gingen, „hebben we sinds mei 1968 niet zulk geweld gezien”, zei burgemeester Anne Hidalgo.

De Franse regering weet zich intussen geen raad met de ongrijpbare revolte waar geen enkel klassiek politiek recept tegen opgewassen lijkt. Terug van de G20-top in Argentinië bezocht president Emmanuel Macron zondag de gehavende Arc de Triomphe, het nationale monument waar hij drie weken eerder nog wereldleiders ontving voor de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. „De gele hesjes zullen overwinnen”, staat er nu naast de vlam voor de onbekende soldaat. De rest van de dag was hij onzichtbaar. Na crisisberaad vroeg hij zijn premier Édouard Philippe om maandag politieke partijleiders uit te nodigen om een uitweg te zoeken.

„Honger, honger!” scandeert een groepje gele hesjes zaterdagavond rond zeven uur aan Boulevard Haussmann na een lange, chaotische protestdag. Volgens de autoriteiten is de rust in het grootste deel van de stad dan weergekeerd. Maar nog altijd stormen slooptroepen van het ongeorganiseerde verzet door de chique straten rond de Champs-Élysées. Op kruispunten smeulen vuurtjes, spreekkoren roepen „Macron aftreden” of kalken „Dood aan het kapitalisme” op bankgebouwen, makelaarskantoren en luxewinkels.

Twitter avatar petervermaas Peter Vermaas Ordinair plunderen aan Boulevard Haussmann https://t.co/rusYdU66iu

Binnen vijf minuten heeft de groep met stenen en straatmeubilair de ruit van een supermarkt geforceerd. Bivakmutsen strooien biologische chocoladerepen de straat op. Dit zijn „professionals van de wanorde”, zal minister van Binnenlandse Zaken Christophe Castaner later zeggen: anarchistische vandalen die het zouden verpesten voor betogers die zich op fatsoenlijke wijze zorgen maken over koopkrachtverlies. Maar een blond meisje met geel hesje uit de provincie is ze dankbaar. Ze rent met volle armen naar buiten. „Voor het eerst in jaren dat we met Kerst zo goed eten”, roept ze als ze zonder enige gêne herkenbaar gefotografeerd wordt.

Vijfduizend agenten ingezet

Politie is hier niet. Die heeft het te druk met het beschermen van de instituties, de onneembare vestingen van de republiek. In totaal 5.000 agenten zijn zaterdag ingezet, de omvangrijkste politieoperatie in tien jaar bij een demonstratie. Straten naar het Élysée, het paleis van president Emmanuel Macron, naar ministeries en de Assemblée Nationale houden de agenten met immense metalen hekken afgesloten. Het landsbestuur is voor boze burgers nog onbereikbaarder dan anders.

„Ik zal geweld nooit accepteren”, zegt Macron ’s avonds vanaf de G20-top in Argentinië. Net als zijn ministers spreekt hij sussend van „gegronde boosheid”. De gele hesjes „moeten zich organiseren”, vindt Castaner. „Je moet op zeker moment de regels accepteren en in dialoog gaan”, zegt hij in het tv-journaal.

Maar daar ligt precies het probleem. Frankrijk heeft veel ervaring met straatprotest, maar met een beweging zonder legitieme leiders of eenduidige eisen is het moeilijk zakendoen. Omdat de hoge dieselprijs de oorspronkelijke aanleiding van het verzet was, kwam de regering met concessies om de „ecologische transitie”, die de brandstof zo duur had gemaakt, ook voor armere Fransen acceptabel te maken. Macron kondigde „consultaties” aan, Philippe nodigde de zelfbenoemde woordvoerders van de gele hesjes uit voor een gesprek.

Lees ook deze analyse over Macron en de hesjes

Niets werkt. Zo onderhandel je met vakbondsleiders, niet met ontevreden burgers die elk vertrouwen in de overheid kwijt zijn. Wat we sinds begin november in Frankrijk zien is geen protest maar een „opstand”, vindt de linkse politicoloog Thomas Guénolé, waartegen politiek geven en nemen niet is opgewassen. Dat Macron en Philippe proberen zorgvuldig „echte” gele hesjes van relschoppers te scheiden, is volgens hem onterecht. Dit is „politiek geweld, niet eenvoudig vandalisme”, zegt Guénolé. De hard-linkse oppositieleider Jean-Luc Mélenchon (La France Insoumise) spreekt van een „burgerrevolutie”.

Gingen 17 november nog 282.000 mensen de straat op, zaterdag lag dat aantal in heel Frankrijk op 137.000, aldus het ministerie van Binnenlandse Zaken. In Parijs zouden niet meer dan 10.000 mensen op de been zijn geweest. Maar ondanks de gewelddadige beelden neemt in peilingen de steun voor de gele hesjes toe.

Referendum

Het verzet verenigt volgens die cijfers zo’n beetje iedereen die in 2017 bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen niet op Macron heeft gestemd: ruim driekwart van het land. De eisen lopen inmiddels uiteen van ontbinding van het parlement tot betere opvang voor daklozen, een hoger minimumloon, het nationaliseren van de tolwegen of het geheel schrappen van de btw in de dure decembermaand.

Als concessies en pacificatiepolitiek geen zin hebben, dan is het de vraag welke uitweg uit de grootste politieke en maatschappelijke crisis in jaren wel mogelijk is. Politiebonden willen dat, zoals bijvoorbeeld in 2005 na rellen in de banlieue, de noodtoestand wordt uitgeroepen. De rechtse oppositie wil een referendum over Macrons „ecologische transitie”.

Dat laatste zou politieke zelfmoord zijn. Om de crisis te bedwingen laat Philippe de belangrijke klimaattop in Polen deze week schieten, Macron had al afgezegd. Want voor komende zaterdag is op sociale media een nieuwe protestdag aangekondigd.

Update: Dit stuk is op 3 december 2018 geactualiseerd.

    • Peter Vermaas