Klimaattop in Katowice: elk land zijn eigen smoes

Tien vragen De komende twee weken bespreken de ondertekenaars van ‘Parijs 2015’ hun afspraken. Is de wil er wel om de opwarming van de aarde een halt toe te roepen?

Vertegenwoordigers van bijna tweehonderd landen nemen deel aan de klimaattop in Katowice, Polen. Foto Janek Skarzynski/AFP

Klimaatrapporten buitelen over elkaar heen. Het VN-klimaatpanel, het Internationaal Energie Agentschap, de Wereld Meteorologische Organisatie, het VN-milieubureau – allemaal wilden ze voorafgaand aan ‘Katowice’, de grote klimaattop in Polen, hun zegje doen. En allemaal hadden ze dezelfde boodschap: er moet meer gebeuren. De conferentie in Katowice, in het geïndustrialiseerde zuiden van Polen, duurt twee weken en is zondag begonnen, een dag eerder dan de bedoeling was. Die extra dag is nodig omdat de voorbereidende onderhandelingen dit najaar uiterst stroef zijn verlopen.

  1. Wat is de inzet van de top in Katowice?

    In het klimaatakkoord van Parijs (2015) werd afgesproken om de opwarming van de aarde zo ver mogelijk onder de 2 graden Celsius te houden en liefst nog onder de 1,5 graad. De deelnemende landen hebben beloftes gedaan over hoe ze dat willen bereiken. Daar gaat het over in Polen.

  2. Wat valt er nog te onderhandelen, die beloftes zijn toch vastgelegd?

    Zeker, ook al zijn ze vrijwillig. Ieder land heeft na ‘Parijs’ een lijst ingeleverd met maatregelen om bij te dragen aan de bescherming van het klimaat. Nu moeten landen ook gaan doen wat ze hebben beloofd. Daarvoor zijn regels nodig over hoe de reductie van broeikasgassen wordt gemeten en gecontroleerd, en hoe je dat met elkaar kunt vergelijken. De rijke landen dragen meer verantwoordelijkheid voor de opwarming dan arme landen. Juist doordat ze ongebreideld fossiele brandstoffen konden gebruiken, werden rijke landen rijk. Dus moeten de regels voor rijke landen strenger zijn dan voor arme landen, zoals het in de klimaatonderhandelingen eigenlijk altijd geweest is.

  3. Dat klinkt eerlijk. Wat is dan het probleem?

    De lijst met ontwikkelingslanden is in 1992 vastgesteld, bij de grote duurzaamheidsconferentie in Rio de Janeiro. De wereld ziet er intussen heel anders uit, maar de lijst is nooit aangepast. Bij de klimaatonderhandelingen zitten Malawi en Nepal aan dezelfde tafel als Saoedi-Arabië, Zuid-Korea en China.

    De Verenigde Staten (en ook de Europese Unie) willen af van dit onderscheid – waarbij het ze in eerste instantie gaat om concurrent China. Dat voor de Chinezen andere regels gelden dan voor de Amerikanen was al in 2001 voor toenmalig president George W. Bush een reden om het Kyoto-protocol af te wijzen. Het was ook een belangrijke oorzaak voor het mislukken van de klimaattop in Kopenhagen in 2009. In Parijs werd het onderwerp omzeild door de individuele klimaatbeloftes niet van bovenaf op te leggen en elk land voortaan zelf te laten bepalen wat haalbaar is.

    Maar nu in Katowice die beloftes onder de loep worden genomen, en daarmee iets minder vrijblijvend worden (al zijn ze dat nooit echt geweest), speelt de discussie weer op. Arme landen vrezen dat die regels hen veel geld gaan kosten, als ze al in staat zijn eraan te voldoen. Dat laatste geldt misschien niet voor China. Maar China duldt nou eenmaal geen pottenkijkers in zijn economie en houdt angstvallig vast aan zijn status als ontwikkelingsland.

  4. Lees ook: Tienduizenden demonstranten in Europa aan vooravond VN-klimaattop
  5. En waar mikken die beloftes op: 2 graden of 1,5 graad?

    Dat is de belangrijkste vraag, al is het zeer onwaarschijnlijk dat daar in Katowice een definitief antwoord op komt. Als de huidige beloftes worden uitgevoerd, is het gemiddeld aan het einde van de eeuw ruim 3 (en misschien nog wel meer) graden warmer dan bij het begin van de industriële revolutie. Dat heeft zeer grote gevolgen voor de leefbaarheid op aarde – vooral, maar lang niet alleen in armere landen.

    In Parijs hebben de onderhandelaars het wetenschappelijk klimaatpanel van de Verenigde Naties (IPCC) gevraagd te onderzoeken of 1,5 graad nog haalbaar is en wat daar dan voor nodig is. Dit najaar kwam het antwoord van het IPCC: het kan nog, maar het vraagt een ongekende inspanning en de kans dat het nog lukt wordt ieder jaar kleiner. De kosten zijn gigantisch, maar dat geldt net zo goed voor de baten.

    Het IPCC-rapport maakt duidelijk dat de gevolgen van meer dan 1,5 graad opwarming waarschijnlijk ernstiger zijn dan toch al werd gedacht: koraalriffen dreigen te verdwijnen, kustregio’s kunnen overstromen en kleine eilandstaatjes gaan kopje onder. Bovendien neemt de kans toe op onomkeerbare processen, zoals het in versneld tempo afsmelten van het ijs op Groenland en Antarctica (met nog meer zeespiegelstijging tot gevolg) en het vrijkomen van broeikasgassen uit de nu nog bevroren bodem in het Noordpoolgebied.

  6. Dus gaat de wereld voor de 1,5 graad?

    Tot nu toe is er niets wat daarop wijst. Volgens het vorige week verschenen Emissions Gap Report is de uitstoot van broeikasgassen de laatste tijd zelfs weer aan het groeien. De forse toename van duurzame energie uit bijvoorbeeld zon en wind is niet eens genoeg om het extra energiegebruik door de economische groei en vooral ook de welvaartsstijging in opkomende economieën bij te benen. Volgens het rapport zou de wereld drie keer meer moeten doen voor het 2-gradendoel en zelfs vijf keer voor 1,5 graad.

  7. En waarom gebeurt dat dan niet?

    Soms is dat onwil. Landen ontkennen het probleem, relativeren hun eigen rol, of liften liever mee op de inspanningen van andere landen, waar zij gewoon van meeprofiteren. Jair Bolsonaro, die begin 2019 aantreedt als president van Brazilië, heeft gesuggereerd dat hij in navolging van de Amerikaanse president Donald Trump uit het klimaatakkoord van Parijs zal stappen. Volgens zijn aanstaande minister van Buitenlandse Zaken maakt klimaatbeleid deel uit van een ‘cultuur-marxistisch complot’ om de economische groei in kapitalistische landen te reduceren.

    Brazilië is van groot belang voor het klimaat vanwege het Amazonegebied, dat wel wordt gezien als ‘de longen van de aarde’. Het land toonde in de afgelopen jaren juist wat meer ambitie. Het zou de klimaattop van volgend jaar organiseren, maar heeft deze week bedankt voor de eer.

  8. Zijn er meer landen zoals Brazilië?

    Zeker, en allemaal met hun eigen verhaal. Zo wil Turkije zich in Katowice laten degraderen tot ontwikkelingsland. Turkije staat officieel in de lijst van geïndustrialiseerde landen, het hoopt als ‘arm land’ financiële steun te krijgen voor zijn klimaatbeleid. Saoedi-Arabië probeert het klimaatoverleg al jaren te frustreren. Het land beschouwt zichzelf als slachtoffer van klimaatverandering, omdat olie daardoor onverkoopbaar dreigt te worden. En voorzitter Polen, dat wel gewoon het EU-beleid volgt, vraagt in Katowice aandacht voor een ‘rechtvaardige transitie’, met meer nadruk op de sociale en financiële gevolgen van de strijd tegen klimaatverandering.

    Maar dit alles valt in het niet bij de positie van de Verenigde Staten. President Trump wil zo snel mogelijk af van ‘Parijs’. Dat kan hij pas in de nadagen van zijn presidentstermijn, op 4 november 2020. Ook is hij bezig het klimaatbeleid van voorganger Barack Obama volledig terug te draaien. Dat betekent niet dat de VS afwezig zijn in Katowice, maar hun rol is bescheiden. Ze organiseren een bijeenkomst over ‘clean coal’ (schone steenkool) en onderhandelen mee over de uitvoeringsregels voor Parijs. Zo gauw het over meer ambities of extra geld gaat, zijn de Amerikanen onzichtbaar. Individuele staten (vooral Californië) en steden, en ook sommige Amerikaanse bedrijven proberen de rol van de federale overheid over te nemen.

  9. Komt de rest zijn beloftes wel na?

    Zo eenvoudig is dat niet. Neem bijvoorbeeld Nederland. Dat pleit in Europa, samen met onder andere Frankrijk en Scandinavië, voor meer ambitie, maar heeft tegelijkertijd de grootste moeite om in eigen land een klimaatakkoord te sluiten. Duitsland, met zijn veelgeprezen Energiewende, durft geen afscheid te nemen van de bruinkoolindustrie en houdt in Brussel beleid tegen om auto’s energiezuiniger te maken. Het is de vraag of Duitsland zijn doelstellingen haalt. Frankrijk werpt zich op als hoeder van het akkoord van Parijs, maar kampt met protesten van ‘gele hesjes’, die er niets voor voelen om klimaatbeleid te betalen met extra benzineaccijns. En in Australië, de grootste exporteur van steenkool ter wereld, moest premier Malcolm Trumbull in augustus het veld ruimen toen hij zich sterk maakte voor klimaatbeleid.

  10. Bekijk ook de In beeld over klimaatverandering in India: Het Indiase eiland Ghoramara krimpt
  11. En ontwikkelingslanden, krijgen die genoeg hulp?

    De allerarmste landen zien klimaatbeleid als een luxe. Voor hen komt de strijd tegen armoede op de eerste plaats, ook als dat leidt tot extra uitstoot van broeikasgassen. Daar is veel begrip voor, zelfs als dat betekent dat geïndustrialiseerde landen meer moeten doen. Bovendien betalen de rijke landen mee aan het beleid van ontwikkelingslanden.

    Daarvoor moet vanaf 2020 jaarlijks 100 miljard dollar (88 miljard euro) beschikbaar komen. Over dat geld wordt al jaren gesteggeld. Rijke landen willen zoveel mogelijk zeggenschap en controle houden over de besteding, de ontwikkelingslanden eisen juist meer vrijheid. In 2015 berekende de OESO dat er in de jaren daarvoor bijna 60 miljard dollar was vrijgemaakt. Indiase economen rekenden het na en kwamen niet verder dan 2 miljard. Voor 2016 was volgens het VN-klimaatbureau zo’n 70 miljard dollar beschikbaar.

  12. Gaan landen het ooit nog eens worden?

    Fiji, dat afgelopen jaar leiding gaf aan de klimaatonderhandelingen, bedacht een manier om de moeizame gesprekken vlot te trekken: de Talanoa-dialoog. Dat is een soort Polynesisch polderen, geïnspireerd door de manier waarop eilandbewoners onderling hun problemen oplossen: ontspannen om de tafel en op een constructieve, transparante en positieve manier met elkaar in gesprek gaan. Na een half jaar werd plotseling en zonder aanwijsbare reden de voorzitter van die gesprekken de laan uit gestuurd. Het gerucht gaat dat ze steeds meer moeite had met de prominente rol van een aantal consultants uit rijke landen.

    • Paul Luttikhuis