Wereldleider tegen wil en dank

George H.W. Bush (1924-2018)

Meer dan een president met een blijvende erfenis was George H.W. Bush een soort interim-manager.

George H.W. Bush in 1992 in the Oval Office. Foto Luke Frazza / AFP

De Amerikaanse oud-president George Herbert Walker Bush, die vrijdagavond op 94-jarige leeftijd overleed, iets meer dan zeven maanden na de dood van zijn vrouw Barbara, was een wereldleider tegen wil en dank. Hij leidde de Verenigde Staten tussen 1989 en 1993 door het einde van de Koude Oorlog, voerde oorlog tegen Irak en definieerde een Nieuwe Wereldorde.

Bush had als kleurloze technocraat de geschiedenis kunnen ingaan – hij had dat ook graag gewild – als de vier jaren van zijn presidentschap niet zo turbulent waren geweest, met name op buitenlands gebied.

Het Amerikaanse publiek kreeg nooit helemaal vat op Bush, of het nu zijn karakter was, of zijn ideeën. Hij was geen ideoloog („that vision thing”, noemde hij het), hield geen bevlogen redevoeringen en tobde over zichzelf. Hij was timide, voorzichtig, en nooit liet hij het achterste van zijn tong zien. Zelfs in zijn dagboek schreef hij eens, ten tijde van de Iran-Contra-affaire: „Over dit onderwerp kan ik verder geen uitspraken doen.”

Bush’ biograaf Jon Meacham noemt de oud-president „het slachtoffer van zijn instinct voor waardigheid”. Hij wilde kiezers geen deelgenoot maken van zijn gevoelens, en bleef daardoor, schrijft Meachem, „een raadselachtig figuur”.

In niets leek hij op zijn voorganger Ronald Reagan, noch op Bill Clinton of zijn eigen zoon George Walker, zijn opvolgers in the Oval Office. Dat waren geboren charmeurs, die ontspannenheid acteerden – alsof het presidentschap verder niet veel voorstelt. George Bush sr. leed onder de last van het ambt en was een slecht acteur. Hij was snel geërgerd en kon dat niet verbergen. Bush realiseerde zich dat hij als president nooit echt geliefd zou worden, al stond hij in 1991, na de Golfoorlog, op een populariteit van 87 procent. Een jaar later was dat cijfer gedaald tot 29 procent. Bush was, schrijft biograaf Meacham, „een beroerde manager van zijn eigen politieke kapitaal”.

Berekenend en sluw

Wel was Bush berekenend en sluw. Zijn weinig uitgesproken opvattingen zag hij als een voordeel. Het gaf hem de mogelijkheid zich aan te passen aan de omstandigheden. Waaide er een conservatieve wind, dan liet hij een rechts geluid horen. Veranderde het publieke gemoed, dan paste hij zijn opvattingen aan. Een andere biograaf, Timothy Naftali, schreef dat Bush dat zijn leven lang gewend was. Als kind liet hij zich Poppy noemen, om te onderstrepen dat hij het lievelingetje van grootvader was. Na de Tweede Wereldoorlog, toen hij een zakencarrière begon, koos hij voor het plechtige George H.W. Bush. Als politicus liet hij de initialen vallen, en liet hij zich George Bush noemen. Toen zijn zoon president werd, kwamen ze weer terug.

Hij was timide, voorzichtig, liet nooit het achterste van zijn tong zien

George Bush groeide op in Connecticut als zoon van de steenrijke zakenman Prescott Bush. Hij werd in 1943 een van de de jongste piloten van de Amerikaanse marine. Anderhalf jaar later werd hij met twee collega-bemanningsleden neergeschoten bij een aanval op het Japanse eiland Chichi Jima, in de Stille Zuidzee. ‘Flyboy’ George Bush overleefde dat als enige bemanningslid en slaagde er op het nippertje in uit handen te blijven van de Japanners: hij kwam met een kapotte parachute in zee terecht, waar hij enkele uren later werd opgepikt door een Amerikaanse onderzeeër. In totaal vloog Bush tientallen missies boven de Stille Oceaan.

Terug in de Verenigde Staten trouwde hij op 21-jarige leeftijd zijn jeugdliefde Barbara Pierce. De twee zouden zes kinderen krijgen, van wie er één jong overleed, en maar liefst 73 jaar getrouwd blijven – Barbara Bush overleed op 17 april op 92-jarige leeftijd.

Olieboringen

Na zijn studie aan Yale beproefde Bush zijn geluk in Texas, waar hij een bedrijf begon dat investeerde in olieboringen. Bush breidde zijn olie-imperium uit, maar hij kreeg, net als zijn vader, politieke ambities. Prescott Bush had in de jaren vijftig gediend als Republikeins senator. Ook Bush probeerde in de Senaat te komen, maar zijn campagne mislukte. Wel wist hij lid van het Huis van Afgevaardigden te worden. Hij koos voor een rechts-conservatief profiel, in de sfeer van de populist Barry Goldwater. Bush keerde zich bijvoorbeeld tegen de Civil Rights Act, die was ingevoerd om een einde te maken aan discriminatie van Afro-Amerikanen. Hij brak in Texas met de gematigde opvattingen van zijn vader, die uit protest de politieke carrière van zijn zoon aanvankelijk niet wilde steunen.

Lees hier reacties op het overlijden van George H.W. Bush (94)

Bewondering voor Nixon

Bush kreeg een landelijke carrière niet van de grond. Daarom koos hij voor een lange mars: hij werd VN-ambassadeur, en later voorzitter van de Republikeinse Partij.

Zoals zo vaak in Bush’ leven belandde hij tegen wil en dank op een turbulente post. De Watergate-affaire begon aan Nixon te vreten. Terwijl de president steeds meer in de problemen raakte, bleef Bush in zijn president geloven. Bush bewonderde Nixon om zijn pragmatisme en sluwheid, en zag in hem een politieke leermeester.

Na Nixons aftreden in 1974 dacht Bush dat hij vicepresident zou worden van president Gerald Ford. Hij werd gepasseerd, en Bush vertrok voor korte tijd als diplomaat naar China – gedesillusioneerd na een serie paleisintriges. Kort daarop, in 1976, volgde het leiderschap van de CIA. Na een jaar stortte hij zich op de presidentsverkiezingen van 1980. Het was voor zijn omgeving een raadsel waarom Bush zo graag president wilde worden. Hij had nauwelijks uitgesproken opvattingen, en veranderde bovendien vaak van mening. Tegenover een journalist zei hij, zonder ironie: „Er moet een ego-factor meespelen.”

Bij de voorverkiezingen had hij geen kans tegen Ronald Reagan, maar Reagan vroeg hem zijn vicepresident te worden.

Bush stelde zich loyaal op, en beloofde Reagan plechtig dat hij de president nooit in de problemen zou brengen. Ronald Reagan en George Bush ontwikkelden een afstandelijke, maar goede werkrelatie. Lastiger ging het met Nancy Reagan. De first lady moest niets van George en Barbara Bush hebben, en verspreidde de roddel dat Bush vreemd zou gaan.

George Bush en voormalig leider van de Sovjet-Unie Michail Gorbatsjov schudden de handen in Moskou (2005). Foto Yuri Kadobnov/AFP

Iran-Contraschandaal

Het Iran-Contraschandaal bracht Bush, net als Reagan, in grote moeilijkheden. Via geheime wapenleveranties aan Iran hoopte de Amerikaanse regering gijzelaars vrij te krijgen. De opbrengst van de verkoop ging bovendien naar de Contra-rebellen in Nicaragua. Reagans presidentschap kwam op de rand van de afgrond. Een onderzoekscommissie concludeerde later dat Bush en Reagan „nauw hebben samengezworen” om misdaden te verdoezelen.

De populariteitscijfers kelderden, maar Bush slaagde er in 1988 toch in de presidentsverkiezingen te winnen. Hij vermorzelde de Democraat Michael Dukakis in een harde campagne, die nauwelijks over ideeën ging. Bush deed maar één belofte in zijn campagne: geen belastingverhogingen: „Read my lips, no new taxes.” Die belofte bleek onhaalbaar, want onder Reagan waren de overheidstekorten sterk gestegen. Bush wilde weer een populist zijn, en weer mislukte het.

Hij leek aanvankelijk binnenlandse problemen prioriteit te geven, maar werd al in zijn eerste jaar overrompeld door buitenlandse kwesties. Door de val van de communistische regimes in Oost-Europa en de verkruimeling van de Sovjet-Unie werd duidelijk dat Bush’ prioriteit bij het buitenland moest liggen. Bush reageerde behoedzaam, en weigerde de victorie van het Vrije Westen uit te roepen. Hij bleef Sovjet-leider Gorbatsjov tot het laatst steunen, omdat hij het uiteenvallen van de Sovjet-Unie wilde vertragen. Zo kon de hereniging van Duitsland zonder grote problemen plaatsvinden. Bush waakte voor symboliek. Hij was, schrijft biograaf Jon Meacham, „wars van het plotselinge en het visionaire”. De dag dat de Berlijnse Muur viel, kwam hij met een weinig zeggende reactie. Hij zei erbij: „Ik ben niet zo’n emotionele jongen.”

Bush’ saaiheid, een karaktertrek die lange tijd zijn handicap was, kwam hem nu goed uit. Nu Amerika’s tegenspelers op het wereldtoneel implodeerden, en de VS als enige supermacht overbleef, wist hij de gemoederen kalm te houden. Hij toonde een zelfbeheersing die in het Donald Trump-tijdperk bijna antiek aanvoelt.

Bekijk ook deze fotoserie: President van die éne belofte, die niet waar te maken was

Geen plan in Koeweit

Bush leidde op intuïtie, meer dan op basis van een idee. Er was geen Bush-doctrine, geen plan. Toen Iraakse troepen op 2 augustus 1990 Koeweit bezetten, verwachtten de meeste wereldleiders een lange periode van behoedzame Amerikaanse diplomatie. Deze keer echter koos Bush voor de harde lijn: de soldaten van Saddam Hussein moesten vertrekken uit Koeweit, anders zou hij militair ingrijpen.

Bush’ oorlog tegen Irak legde de basis voor de inval in dat land in 2003 onder zijn zoon

Bush bouwde de maanden hierna aan een internationale coalitie, en betrok hier ook de Arabische landen bij. Bush sprak, voor het eerst, van een ‘Nieuwe Wereldorde’. Met luchtaanvallen en een invasie werd de oorlog in januari 1991 gewonnen. Bush dacht ten onrechte dat de dagen van Saddam Hussein geteld waren, en staakte de strijd. Hiermee creëerde hij de omstandigheden voor een van de meest omstreden oorlogen uit de Amerikaanse geschiedenis, de Irak-oorlog van 2003. Op deze manier heeft hij het presidentschap van zijn zoon, en de Amerikaanse rol in het Midden-Oosten, blijvend beïnvloed.

De populariteit van Bush bereikte in 1991 een hoogtepunt. Zijn herverkiezing zag hij als een formaliteit, maar de steun brokkelde snel af. De economie haperde, het begrotingstekort groeide. Bush vond het vernederend zijn presidentschap te moeten verdedigen, terwijl hij de wereld door het einde van de Koude Oorlog geloodst had. Maar Amerika was veranderd. Meacham schrijft: „Hij leek op iemand die op de winkel past, terwijl de Amerikaanse kiezers op zoek waren naar een dromer.”

Bill Clinton

Bush keek neer op zijn uitdagers Ross Perot en Bill Clinton, die hem op binnenlands beleid aanvielen. Volgens Timothy Naftali, die een korte biografie schreef, herkende Bush in Clinton zijn zoon George, met wie hij een problematische relatie had: even jong, ambitieus en roekeloos levend.

Tijdens een televisiedebat keek Bush demonstratief op zijn horloge toen een kiezer het woord tot de kandidaten richtte. Dat beeld bleef hangen bij de kiezers. Bush verloor de verkiezingen van 1992 van Bill Clinton.

Toenmalig president van de VS Bill Clinton (rechts), daarnaast Hillary Clinton, voormalig president George Bush en zijn vrouw Barbara Bush (links) tijdens een demonstratie bij de George Bush Library op Texas University (1997). Foto Paul J. Richards/AFP

Tijdelijke waardering

Meer dan een president met een blijvende erfenis was Bush in zijn korte regeerperiode een soort interim-manager. Hij slaagde er nooit in een band met zijn bevolking op te bouwen, en kreeg hooguit tijdelijk waardering voor moeilijke beslissingen. Hij was emotioneler dan hij zich toonde. Publicaties uit zijn dagboeken geven een beeld van een man die zijn zelfbeheersing makkelijk verloor, en zich liet beïnvloeden door revanchegevoelens.

Toch is de invloed van Bush van blijvende betekenis. Hij maakte van de Bush-familie een politieke dynastie, die kan wedijveren met de Kennedy’s. Zijn zoon George werd president, zijn jongere zoon Jeb gouverneur van Florida en (mislukt) presidentskandidaat. Zijn kleinzoon George P. Bush is een prominente Texaanse Republikein.

Het presidentschap van George W. Bush, van 2001 tot 2009, was indirect een zegen voor de oudere Bush. Zijn zoon was zo impopulair, dat veel Amerikanen nostalgisch werden over de goede jaren onder de saaie Bush sr. Het verschil in aanpak valt het meest op in de kwestie-Irak: Bush ‘41’ zocht naar internationale steun, Bush ‘43’ ging unilateraal te werk. En waar ‘41’ uiteindelijk toch de belastingen verhoogde, voerde ‘43’ een beloofde belastingverlaging in die de staatsschuld gigantisch heeft doen oplopen.

Bush trok zich na de verloren verkiezingen langzaam terug uit het openbare leven. Hij zette zich hier en daar in voor goede doelen, ging lobbyen voor het bedrijfsleven. Aan het eind van zijn leven was hij aan een rolstoel gekluisterd. In 2017 kwam hij in opspraak tijdens de #MeToo-kwestie. Na beschuldigingen van vrouwen liet hij een medewerker in 2017 excuses aanbieden voor handtastelijkheden en schuine grappen die „als poging tot humor” bedoeld waren geweest.

Na de verkiezing van Donald Trump, in veel opzichten de anti-Bush, rekende de Republikeinse Partij af met Bush’ ideeën. Bush verwierf een zekere populariteit onder partijloze Amerikanen, Democraten en traditionele conservatieven. Barack Obama noemde Bush „een van onze meest onderschatte presidenten”. De president die pragmatiek boven ideologie koos, en kalmte boven het grote gebaar, heeft zijn tijdgenoten nooit helemaal begrepen. Dat is de tragiek van George Herbert Walker Bush.

    • Guus Valk