Sloop je het gebouw, dan vaag je ook de kunst weg

Monumentale kunst Veel kunst uit de wederopbouwperiode gaat verloren omdat de gebouwen waarvan zij onderdeel is, worden gesloopt. Soms zijn reddingsacties deels succesvol, zoals in het Rotterdamse Dijkzigt. Maar de gemeente heeft geen enkel beleid om dit erfgoed te beschermen.

Het werk Pauw met zonnestaart van Johan van Reede zoekt nog een andere bestemming. Het oude Dijkzigt, waar het werk op een muur staat, wordt binnenkort gesloopt. Foto Janine Schrijver

‘Hoe gaaf is het dat we het werk van Rotterdamse kunstenaars uit oude Rotterdamse gebouwen kunnen redden door ze over te plaatsen naar nieuwe Rotterdamse gebouwen? Zo kunnen wij het verhaal achter deze kunst blijven doorvertellen.”

Marcel Groeneweg van projectontwikkelaar Blauwhoed doet geen moeite om zijn enthousiasme te verbergen. Twee met sloop bedreigde kunstwerken uit het Dijkzigt-ziekenhuis krijgen een nieuwe bestemming. De gigantische muurschildering Kinderen in het bos van Dolf Henkes uit 1961 krijgt een plek in woontoren Stack op de Müllerpier, terwijl het mozaïek Vogels en vissen van Jan Bezemer wordt herplaatst in appartementencomplex Eden District op de Lloydpier. Voor het zover is – de bouw van beide projecten moet nog beginnen – gaan de werken in de opslag, want binnenkort gaat de sloopkogel door het oude hoofdgebouw van het Dijkzigt.

En daarom begint de tijd te dringen voor twee andere werken in het ziekenhuis die nog niet zijn ondergebracht. Tot grote zorg van Johanna Jacobs en Gerard van den Berg van de Werkgroep Monumentale Kunst van Erfgoedvereniging Heemschut. De werkgroep zet zich in voor het behoud van kunst in en om gebouwen in heel Nederland, maar met name ook in Rotterdam. „Omdat de stad is gebombardeerd, is er na de oorlog meer dan in andere plaatsen wederopbouw gepleegd. Dat betekent dat Rotterdam rijk is aan wederopbouwkunst”, zegt Van den Berg.

Dat is te danken aan de in 1952 landelijk ingevoerde 1,5-procentsregeling: een vast percentage van de bouwsom voor de verfraaiing van nieuwe openbare gebouwen, zoals kantoren, ziekenhuizen, en scholen. Het doel was ideëel: iedereen moest in aanraking komen met kunst. Architecten en beeldend kunstenaars sloegen de handen ineen, kunst werd onderdeel van het ontwerp en daarmee van het gebouw. Vandaar de benamingen architectuurgebonden of, vanwege het grote formaat, monumentale kunst. Nadeel: nu die gebouwen aan het einde van hun levensloop zijn en in aanmerking komen voor renovatie of sloop, dreigt de kunst die eraan vastzit te vergaan.

Foto Janine Schrijver

Behoud is kostbaar

Dijkzigt is wat dat betreft een schoolvoorbeeld: na meer dan vijftig jaar moet het gebouw plaatsmaken voor het nieuwe Erasmus MC. Behalve Blauwhoed heeft ook de Erasmus Universiteit een wandschilderingen geadopteerd: een titelloos werk van Louis van Roode. De moeilijkheid is: ze zijn er niet zomaar uit te halen. Niet alleen zijn ze enorm (bijna vier bij zeven meter), ze zijn ook nog eens direct op de wand geschilderd. Werden dit soort schilderingen er voorheen met muur en al uitgezaagd, speciaal voor Dijkzigt is voor het eerst in Nederland (en met financiële steun van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed) een uit Italië afkomstige techniek (strappo) toegepast om fresco’s met stuclaag in delen te verwijderen. Het procedé is wel kostbaar: wie de schilderingen wil overnemen moet daar meer dan 30.000 euro voor neertellen, exclusief BTW.

Die kosten vormen een drempel en daardoor dreigt het doek te vallen voor de muurschilderingen in het Dijkzigt van twee andere Rotterdamse kunstenaars: Pauw met zonnestaart van Johan van Reede en Het leven der insecten van Kees Franse. Jacobs en Van den Berg hebben daar nog geen herbestemming voor kunnen vinden. Het is een race tegen de klok. „Helaas gaat het vaak zo als men zich tot ons wendt om te bemiddelen bij de herplaatsing van een kunstwerk. Meestal is het dan al vijf voor twaalf en is het een kwestie van redden wat er te redden valt”, zegt Jacobs.

Rotterdam steekt daarbij niet gunstig af bij andere steden, is de ervaring van de werkgroep. „Het verschilt per gemeente”, aldus Van den Berg. „Steden als Amsterdam, Utrecht, Leiden en Breda voeren beleid op dit punt. In Rotterdam ontbreekt dat ten enenmale.”

Taakje voor de gemeente? Gemeenteraadslid Jimmy Smet van GroenLinks vindt van wel. Voor hem is de gang van zaken bij het Dijkzigt aanleiding om een initiatiefvoorstel voor te bereiden. „Los van de historische waarde trof het mij hoeveel het betekent voor de erven van de kunstenaars. Dochters en zonen die het pijn doet om het werk van hun ouders te zien verdwijnen. Dat moet je als stad toch niet willen?”

Zijn voorstel is binnen enkele weken te verwachten. Hij zoekt daarvoor steun bij andere partijen. „Ik wil het zo breed mogelijk indienen, want dit gaat iedereen aan het hart. Ik heb even gewacht tot na het debat over de begroting om er echt werk van te maken. Nu we binnenkort over het Rotterdams Cultuurplan voor de periode vanaf 2021 gaan praten, is het een gunstig moment hiervoor.”

Nieuw beleid

Smet denkt daarbij op de eerste plaats aan het in kaart brengen van monumentale kunst die het waard is om behouden te blijven. Zo’n inventarisatie is er wel van het Centrum voor Beeldende Kunst (CBK) voor buitenkunst, maar niet voor binnenkunst. „Gek genoeg, want door de wederopbouw hebben we zoveel werken in de stad. Wat zich in de openbare ruimte bevindt en in gemeentelijk bezit is, weten we wel. Juist op dat particulier eigendom hebben we weinig zicht.”

Dat particuliere eigendom beperkt de invloed die de gemeente heeft. Smet: „Dat klopt, maar nu zijn er helemaal geen procedures. Het is wachten tot iemand zich opeens kapot schrikt dat iets verloren dreigt te gaan, en dan pas wordt er actie ondernomen. Het zou mooi zijn als we daar als gemeente een soort regierol kunnen pakken. Al realiseer ik me ook wel dat de gemeente daarvoor niet alle bevoegdheden heeft.”

Voor de Pauw en de Insecten in het Dijkzigt zal een eventuele gemeentelijke bemoeienis te laat komen, vreest ook Smet. „Daar ben ik ook bang voor. Maar het heeft er wel voor gezorgd dat we nu wakker zijn.”

De werkgroep van de erfgoedvereniging blijft zijn best doen om de schildering alsnog aan de man te brengen. ‘Gezocht! Rotterdamse ondernemer met kunstminnend hart en… grote wand’ is de oproep waarmee de werkgroep het bedrijfsleven de afgelopen maanden heeft benaderd.

Intussen is van de twee wandschilderingen die wél een nieuwe bestemming hebben gevonden het werk van Louis van Roode (voor de Erasmus Universiteit) al veilig gesteld. Het verwijderen van Henkes Kinderen in het bos heeft meer voeten in aarde. Juist toen de restaurateur daarmee aan de slag wilde gaan, werd er asbest in het Dijkzigt aangetroffen en de ingang afgezet met rode linten. Inmiddels is de ruimte weer vrijgegeven en is de planning dat het werk de komende twee weken (van 4 tot 19 december) wordt uitgenomen, zo bevestigt Erasmus MC.

Voor Blauwhoed is die paar weken vertraging geen probleem. De bouw van de Stack, waar het in de entreepatio komt te hangen, begint pas in 2019. Of de projectontwikkelaar vaker bedreigde werken gaat overnemen, is volgens Groeneweg niet zeker. „Dat durf ik niet te zeggen. Dit is voor ons de eerste keer, maar we zijn zeer gecharmeerd van het idee om kunst een tweede leven te gunnen. Dus als de kans zich voordoet, zullen we er zeker naar kijken.”

    • Frank de Kruif