Recensie

Persfotograaf maakte prachtportretten

Fotoboek Nico Koster brak door met zijn fotoserie van John en Yoko in het Hilton. Hij was overal bij, maar zijn portretten van kunstenaars blijven het mooist.

Beelden uit het boek Amsterdam en zijn iconen door de ogen van Nico Koster, links Anton Heyboer met zijn vier bruiden in 1979, rechts David Bowie met vrouw Angie en kind Zowie in 1974 in het Amstel Hotel.

Hij was een jaar of 27 en liep gewoon achter Henk van der Meyden aan, de brutale societyjournalist die dagelijks de showpagina Privé in De Telegraaf vulde. Zo lukte het fotograaf Nico Koster eind maart 1969 om zeven dagen achtereen op bezoek te gaan bij John Lennon en Yoko Ono.

Op huwelijksreis verbleef de Beatle met zijn Japanse bruid een week in kamer 902 van het Hilton-hotel in Amsterdam. Vanuit bed, en omringd door teksten als Hair Peace en Bed Peace, ontvingen Lennon en Ono dagelijks journalisten om zo tegen de Vietnamoorlog te protesteren.

Koster schoot zeker 180 foto’s van de ludieke protestactie. Die reportage zou zijn ‘claim to fame’ worden. Al scheelde het niet veel of de bewijzen waren voor altijd zoekgeraakt. Pas na veertig jaar vond zijn dochter de negatieven terug. Ze bleken per ongeluk in een mapje met babyfoto’s te zijn gestoken.

Een foto van Lennon en Ono staat op het omslag van Amsterdam en zijn iconen door de ogen van Nico Koster. Een kloek fotoboek met een kleine tweehonderd foto’s die Koster de afgelopen vijftig jaar maakte, voor het merendeel in de hoofdstad.

Koster (1940), zoon van een handelsreiziger in brandblusapparatuur, leerde fotograferen tijdens zijn militaire diensttijd. In 1963 ging hij als reproductiefotograaf aan de slag bij De Telegraaf. Van de foto’s die bij de redactie binnenkwamen, moest hij drukplaten maken.

Al snel kreeg hij ander werk. Toen Koster in augustus 1963 na de moord op John F. Kennedy de straat op werd gestuurd om een extra editie van zijn krant uit te delen, fotografeerde hij met zijn Leica in de Reguliersbreestraat de verbijsterde gezichten van bioscoopgangers die Tuschinski verlieten. Een van die foto’s werd zijn eerste publicatie in De Telegraaf, de krant waaraan hij tot 1988 als reportagefotograaf verbonden bleef.

Zijn eerste opnamen waren technisch nog niet volmaakt. Toen opstandige bouwvakkers in 1966 het Telegraaf-gebouw op de Nieuwezijds Voorburgwal aanvielen en vrachtwagens in brand staken, had de jonge fotograaf nog moeite met scherp stellen. Maar negen jaar later, bij de gijzeling van het Indonesisch consulaat in de Brachthuijzerstraat in Zuid schoot Koster een foto die bij World Press Photo in de prijzen viel: een geblinddoekte gijzelaar in ondergoed, met elektriciteitssnoer om de nek, moest urenlang in de vrieskou op een balkon staan met een geweerloop van een van de Molukse gijzelnemers in zijn rug.

Het overzichtsboek van Koster staat vol prachtfoto’s die de recente geschiedenis van Amsterdam verbeelden: van krakersrellen, inhuldigingen van voetballers, de Gay Parade, de kermis op de Dam, het strand Blijburg tot en met de legendarische begrafenis van wrakhoutkunstenaar Viktor IV.

Op de Wallen, in Ruigoord en op straat schoot Koster ook foto’s die doen denken aan zijn fotografische voorbeeld Ed van der Elsken. Toch lijdt Amsterdam en zijn iconen aan het euvel van de meeste overzichtsboeken van persfotografen: het is wel erg hapsnap.

Op zijn best is Koster als portrettist van kunstenaars. Fascinerend is bijvoorbeeld het portret van het gezin Bowie in het Amstel Hotel. De popster met zijn ooglapje, zijn voorbeeldig geklede echtgenote en zoontje aan zijn zijde. Op tafel een glas met rokertjes, een schaaltje zoute pinda’s en een fles Schelvispekel, een sterk alcoholische kruidenbitter.

Ook de portretten van de jonge Jan Cremer met een Siberische husky en couturier Max Heijmans met model mogen er zijn. Maar de allerbeste kunstenaarsportretten in het boek zijn die van etser, schilder en levenskunstenaar Anton Heyboer. Koster was in Den Ilp kind aan huis bij de kunstenaar en maakte een reeks onvergetelijke zwart-witportretten van hem. Heyboer in zijn zelfgemaakte bad, omringd door zijn vier in het wit geklede bruiden – veel mooier wordt het leven niet.

Nico Koster: Amsterdam en zijn iconen door de ogen van Nico Koster Uitgeverij Samsara, 204 blz., € 34,90.
    • Arjen Ribbens