Opinie

    • Sjoerd de Jong

NRC en het Holocaust Monument: over emoties en journalistieke bandbreedte

Het Holocaust Namenmonument in Amsterdam komt er dus, op de beoogde locatie, berichtte de krant afgelopen woensdag. De bezwaren van omwonenden zijn ongegrond verklaard. Daarmee lijkt, althans in bureaucratische zin, de strijd om het monument beslecht.

Die strijd woedde jarenlang ook in de NRC-kolommen, in brieven en opiniestukken. Dat de emoties daarbij hoog opliepen, tot buiten de concrete kwestie, hoeft niet te verbazen. Escalatie ligt voor de hand in een tijd van oplevend antisemitisme, waarin het oorlogsleed van Joodse Nederlanders soms buiten de orde lijkt te worden geplaatst onder het motto ‘dat weten we nu wel’. O ja? Tegelijk raakte dit debat beladen door de suggestie van impliciet antisemitisme en de opstelling van het Auschwitz Comité dat, terecht of niet, geen millimeter toegaf aan de bezwaren van omwonenden. Belanghebbenden van beide kanten belobbyden de media.

Het was niet altijd makkelijk daarin helderheid te krijgen, eerlijk gezegd, dus ik was blij met het verslag vorige maand door redacteur Thijs Niemantsverdriet, kort voor het besluit van de commissie. Dat was een uitvoerig , feitelijk stuk waarin beide kanten ongezouten aan het woord kwamen.

Het beladen karakter van de discussie laat intussen wel goed zien hoezeer een krant, in een tijd dat elke controverse verder wordt aangejaagd op sociale media, kan worden beperkt in zijn actieradius of in de keus van genres.

Eén lezer, een criticus van het plan, kwam op het idee de redactie te trakteren op een vergelijking tussen de procedurefouten rond het voorgenomen ‘Johan Cruijffplein’ (dat komt er niet) en de manier waarop de gemeente handelde rond dit monument. Hij maakte een ‘persbericht’ over het afblazen van de locatie voor het monument, op basis van een (reëel bestaand) persbericht van de gemeente over het niet-doorgaan van het Cruijffplein. Zie de frappante overeenkomsten, wilde hij maar zeggen. Beide ‘persberichten’ werden afgedrukt op de brievenpagina van de wekelijkse Amsterdam-bijlage, met een begeleidende brief waarin de lezer zijn bedoeling uitlegde.

Leuk bedacht misschien, maar ook linke soep in tijden van ‘nepnieuws’ (de krant doet ook al jaren niet meer aan de ooit rituele 1-aprilgrappen). De grens tussen ernst en kolder is in de huidige Nederlandse realiteit al vaag genoeg, zullen we maar zeggen. Bovendien was de presentatie wel subtiel, want het verzinsel was niet evident voor wie het bijbehorende briefje niet eerst las.

Het idee viel dus verkeerd bij sommige lezers, en helaas ging er dan ook nog iets mis in de presentatie op nrc.nl, waar het nepbericht door een technische hik korte tijd (een kwestie van uren) ook los te lezen stond, dus zonder de begeleidende uitleg over de bedoeling en het echte persbericht. Dat werd direct die zaterdagochtend verholpen – er staat nu „verzonnen” boven het neppersbericht – maar toen was de verwarring hier en daar al een feit.

Sommige briefschrijvers stoorden zich ook aan de wél duidelijke productie in de Amsterdam-bijlage. Een lezer protesteerde dat de vergelijking met het beoogde voetballerplein „onkies” was. Bovendien kregen tegenstanders van het monument zo toch weer een „podium”, een bezwaar dat ook op andere onderwerpen wel door critici van de krant wordt ingebracht. Ten slotte zou de krant op die manier, zij het „omfloerst”, partij kiezen in de discussie. Journalist Max Arian maakte in een brief bezwaar tegen de stunt en in het algemeen tegen de „gekleurde berichtgeving” in het katern die hem door het hart sneed.

Eerst over dat partij kiezen: in het jongste Commentaar van de krant over het monument heet het ontbreken ervan, bijna driekwart eeuw na de oorlog, terecht „een beschamend gemis”. Tegelijk noemde de krant de controverse „gênant” en sprak die zich uit voor een oplossing waarin het ontwerp wordt gerealiseerd op een andere plek, nabij de Amsterdamse synagoge. Datzelfde standpunt betrok de krant al vier jaar geleden. Daar hoeft niemand het mee eens te zijn, maar het is geen stellingname tegen het monument als zodanig.

De opiniepagina’s gaven ruimte aan voor- en tegenstanders, zij het dat de tegenstanders meer volume hadden, zoals in een fors opiniestuk van Herman Vuijsje in 2016, die het monument „groot, groter, grotesk” noemde. Wat de meningenstrijd nog compliceerde, was dat die zowel woedde op de pagina Opinie als in de Amsterdam-bijlage, die buiten de hoofdstad niet op papier wordt verspreid (alle abonnees krijgen hem wel digitaal). Wie een compleet beeld wil, moet dus stukken uit die twee bronnen bij elkaar sprokkelen. Bij zoiets lijkt het me beter in elk geval de opinies zoveel mogelijk op dezelfde plek te houden. Al zal dat nooit helemaal kunnen, de Amsterdam-bijlage heeft eigen columns, en reacties daarop staan dan ook in die bijlage.

Wat de bandbreedte van de krant betreft: de huisvlijt van die lezer in de Amsterdam-bijlage is nog eens een herinnering aan het feit dat een lichte toets of humor in controverses vaak niet gewaardeerd worden of alleen nog herkend als er humor op staat (de redacteur van de bijlage zegt zoiets ook niet nog eens te zullen doen).

In algemene zin valt dat te betreuren, ook een krant moet het kunnen hebben van een scala aan genres en stijlen, van diep serieus tot ironisch of satirisch. In het oververhitte digitale universum, waar aan het ontbijt al wordt gezocht naar een nieuwe lont om aan te steken, lijkt nog maar weinig ruimte voor het laatste.

Maar: in een zo zwaarbeladen zaak als deze is het simpeler. Geen stunts doen die misverstanden kunnen wekken.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Sjoerd de Jong