Opinie

    • Menno Tamminga

Is Mark Rutte de laatste optimist?

Houdt er dan niemand meer van onze pensioenen? Over weinig onderwerpen sombert Nederland zo intens als over de oude dag, pensioen en AOW. Het pensioenoverleg tussen het kabinet, werkgevers en vakbonden is mislukt. De eeuwige optimist Mark Rutte houdt de moed erin, bleek deze week in een debat in de Tweede Kamer.

Tijd voor wat optimisme over de vergrijzing. De combinatie oud en arm is bijna uitgebannen. Dat is te danken aan de welvaartsstaat en aan het pensioenstelsel. Samen betalen we de AOW. De meeste werknemers vallen onder een verplichte collectieve regeling bij een pensioenfonds of een verzekeraar. Zelfstandigen moeten hun pensioen zelf regelen.

Lees ook deze column:Een pensioenakkoord, is dat echt zo moeilijk?

Die pensioenfondsen hebben uw premiegeld de afgelopen 15 jaar fantastisch belegd. Zij maakten een jaarlijks gemiddeld rendement (na inflatie) van 5,3 procent, blijkt uit cijfers van de OESO, een denktank van rijke industrielanden. Alleen Colombia en Canada deden het beter. Het pensioenkapitaal klotst bijna over de dijken. De pensioenfondsen beleggen bijna 1.356.000.000.000 euro. Dat komt overeen met 175 procent van de jaarlijkse productie van goederen en diensten. Noem dat gerust een rentenierseconomie. Onze collectieve spaarpot is dé buffer die de rest van Europa mist.

Dus waarom die somberheid? De ultralage rente maakt pensioenen duur. Pensioenfondsen moeten die lage rente gebruiken om uit te rekenen hoeveel die pensioenen nu waard zijn die zij aan al die miljoenen Nederlanders hebben beloofd. De rendementen die zij op hun beleggingen maken zijn hoog, maar de invloed van die lage rente vreet die winst bijna helemaal op. Daarom hebben de pensioenfondsen weinig tot geen ruimte om de pensioenen te verhogen met de (gelukkig) lage inflatie. Zo ontstaat een paradoxale situatie: de pensioenmiljarden zijn een buffer voor de Nederlandse economie, een kroonjuweel, maar de fondsen zelf hebben zo weinig buffers dat burgers ervan gaan somberen.

Zijn individuele pensioenspaarpotjes een oplossing? Zeker. Mits u bereid bent om twee consequenties te accepteren. De eerste is meer onzekerheid over de beleggingsresultaten. Winst en verlies voelt u per dag in uw pensioenspaarpot. Wordt u een pechvogel, die zijn spaarpot in een beurscrash ziet kelderen en van arren moede moet blijven werken? Dan komt de combinatie oud en arm weer terug op straat. Of bent u van de Zwitserleven-geluksgeneratie? Waarschijnlijk is het iets ertussenin. U weet het pas achteraf.

De tweede consequentie is dat u zelf aan de slag moet met uw beleggingen. Dat kost tijd, geld en energie. Maakt u de goede keuzes? Als u zelf een greep in uw eigen pensioenkas doet om een inkomensachteruitgang op te vangen, stort u dat geld later dan ook (met rente) terug?

Welk pensioenakkoord er ook komt, één aspect blijft steevast onderbelicht. Dat is de financiële geletterdheid. Financieel plannen en rekenen. Dat schiet ernstig tekort, zeggen economen en onderzoekers. Dat is niet zo raar. De basis van de pensioenen is paternalisme. De werkgever en de vakbond regelen het en de overheid controleert het wel, toch?

We willen er liever niet te veel aan denken en laten het graag over aan die anderen. Elk toekomstig pensioenakkoord wordt echter alleen een succes als burgers meer financiële kennis en kunde vergaren. Welk Tweede Kamerlid voegt die ‘financiële leergang’ straks toe aan het akkoord?

Marike Stellinga is afwezig.
    • Menno Tamminga