Opinie

    • Folkert Jensma

In de handhaving zijn velen bitter en gekrenkt

‘Voor rechters is de grens nu echt bereikt”, schreef raadsheer Zandbergen van het hof Arnhem-Leeuwarden vorige week in NRC. Zijn klacht: overbelasting, kwaliteitsverlies, financieel mismanagement en demotivatie onder rechters. De Volkskrant beschreef een OM waar „wantrouwen, angst en moedeloosheid” heersen. Oorzaak: integriteitsschendingen aan de top, bedorven verhoudingen, angst om elkaar aan te spreken. Binnenkort wordt daar een onderzoeksrapport verwacht, waarover scheidend plaatsvervangend officier Nooy, voorheen belast met integriteit, zei dat ze hoopte dat daar alles in zou staan. Anders is de volgende crisis een kwestie van wachten.

Het Advocatenblad vroeg zich af of de overheid misschien bezig is om ‘de partijdige advocaat’ af te schaffen, zodat ze zelf minder tegenspraak krijgt? Strafadvocaat Patrick van der Meij schreef uit „juridisch therapeutische” overwegingen een litanie over te lange wachttijden, onvolledige dossiers, te krappe planning, falend gedetineerdentransport en voortdurend kostbaar uitstel. De strafrechtspleging is een systeem dat „zichzelf wel nekt”. Daar hoefde je heus de strafadvocatuur niet de schuld van te geven. Die is onderbetaald, uitgeput en gefrustreerd. Minister, zorg er eerst maar eens voor dat die strafrechtketen wel functioneert, was zijn boodschap. Daarna is er misschien mentaal ruimte om over de gefinancierde rechtsbijstand na te denken. Althans, dat vulde ik zelf aan. Het is wel de stemming die heerst onder advocaten. Men voelt zich diep miskend. Zo werd er vorige week veel zwaarmoedigheid en wantrouwen zichtbaar onder de dienaren van de rechtsstaat.

De advocatuur bleef bij de begroting van Justitie hardnekkig om meer geld voor de rechtsbijstand vragen. Geldgebrek is inderdaad nijpend, maar lang niet het enige probleem. De advocaten zijn in denial over de rechtshulpcrisis die ook over henzelf gaat en wentelen zich in de slachtofferrol. Dan wel, ze claimen het monopolie op rechtvaardigheid voor de burger. Het debat is inmiddels een identiteitskwestie geworden. Alsof bij ieder maatschappelijk conflict alleen juridische strijd de juiste oplossing biedt.

Opvallend is hoe gekrenkt de advocaten zijn. Ze nemen het streven van minister Dekker naar dejuridisering, herstel en mediation persoonlijk. Vijf jaar geleden beschreef ik hier een hoorzitting over te hoge kosten van de rechtsbijstand: ‘De advocatuur lijkt de boot te missen’. Ook toen domineerden bitterheid en teleurstelling. Het einde van de vreemdelingenadvocatuur werd aangekondigd, wat vervolgens uitbleef. De enige optimisten, c.q. ondernemers waren ook toen al de verzekeraars, die schaalvoordelen behaalden en digitale middelen ontwikkelden. Het advocatenkartel werd beschreven als verkalkt, overgereguleerd en vastgelopen in een verouderd verdienmodel. Het laatste onderzoeksrapport van de commissie-Van der Meer, ‘Andere Tijden’ uit oktober 2017, stelt niet alleen een groot financieringstekort van sociale rechtshulp vast maar staat ook vol onaangename constateringen over de matige kwaliteit ervan. Te veel éénmanskantoren, te weinig specialisatie. In het personen- en familierecht zou „een substantieel deel” van de gesubsidieerde advocaten ondermaats presteren.

Deels is dat óók Verelendung – kapot bezuinigde rechtshulpkantoren die stunten, met extra rechtsgebieden bijvoorbeeld. Maar toch. Dat de balie op dood spoor zit, is duidelijk.

In één week zoveel mismoedigheid, wantrouwen en tobberij. Is dit de oogst van tien jaar bezuinigen op rechters, advocaten en officieren met verdampende vergoedingen, reorganisaties van parketten en gerechten, mislukte digitalisering, schaalvergroting en dus vervreemding en frustratie?

De maatschappelijke druk op handhaving en rechtspleging nam niet af. Er is altijd wel ergens een minister die iets gaat ‘aanpakken’. Discriminatie op de arbeidsmarkt, fraude met WW-uitkeringen, drugsafval, bellen achter het stuur, vuurwerk, boerka’s, ondermijning etc.

Dat onlangs de milieucoördinator van het OM zei dat mestfraude alleen nog te bestrijden valt als de veestapel als geheel wordt teruggedrongen, zei veel. Het gezag houdt, net als in de drugs, de (criminele) schaalvergroting niet bij. In de handhaving zit héél veel achterstallig onderhoud verstopt.

Folkert Jensma is juridisch commentator. twitter: @folkertjensma
    • Folkert Jensma