Opinie

Het migratiepact van Marrakesh verdient een serieus parlementair debat

migratie

Volgende week wacht staatssecretaris Mark Harbers (Asiel, VVD) een vermoedelijk lastig debat over een aanvankelijk nogal obscure tekst van de Verenigde Naties over ‘veilige, geordende en reguliere migratie’ die door politiek rechts in hoog tempo controversieel is geworden. Dit zogeheten ‘pact van Marrakesh’ heeft veel gemeen met het associatieverdrag met Oekraïne en het vrijhandelsakkoord TTIP, dat in een laat stadium vastliep op afspraken over speciale bovennationale tribunalen voor investeerders. Ook het CETA-vrijhandelsakkoord met Canada werd aanvankelijk afgewezen, nota bene in het parlement van Wallonië.

Gemeenschappelijk kenmerk: vrees voor verlies aan soevereiniteit, angst voor globalisering, wantrouwen tegen de internationale technocratie, vrees voor ongecontroleerde migratie en afkeer van ‘Europa’.

Dergelijke zorgen kunnen overdreven worden gevonden, ze bestaan en zijn dus serieus te nemen. Ook in hun consequenties. Deze week waarschuwde de Finse rechtsgeleerde Martti Koskenniemi in NRC nog dat de klasse van diplomaten en juristen die dergelijke afspraken ontwerpt de conservatieve backlash ertegen niet begrijpt. Vooral omdat hun politieke antenne niet aanstaat. Dat geldt ook de coalitie, in het bijzonder de VVD.

Inmiddels hebben de Verenigde Staten, Oostenrijk, Hongarije, Australië, Polen, Israël, Tsjechië, Bulgarije en Estland zich teruggetrokken uit deze VN-afspraak. In België dreigt een regeringscrisis over deze kwestie: premier Charles Michel wil tekenen, Vlaams rechts wil het hem verbieden.

Dit voluit geheten ‘compact for safe, orderly and regular migration’ is strikt juridisch een onwaarschijnlijke aanleiding voor politieke onrust van dit kaliber. Het is geen verdrag; het wordt op 10 en 11 december in Marrakesh ook niet ondertekend, maar met een stemming aangenomen. Het bevat naar westerse maatstaven geen enkel nieuw recht of principe. De inhoud is expliciet niet bindend, noch kunnen derden er rechten aan ontlenen. Het is te beschouwen als een gezamenlijke richtlijn hoe in eigen land of regio migratiestromen te managen. Expliciet niet vluchtelingen. Het richt zich ook niet tot burgers, maar tot overheden.

Dergelijke internationale convenanten zijn eerder verklaringen van consensus en goede wil: hoe om te gaan met in dit geval migratie dan wel met milieu, oorlogsmisdrijven, ontwikkeling etc. Zijn dergelijke normen op basis van vrijwilligheid gemeengoed geworden, dan kan de tijd rijp zijn voor een verdrag dat wel codificeert, verplicht en sanctioneert. In die zin zet dit ‘pact’ dus wel een richting in, die ook politiek het bespreken waard is.

Maar als zó juridisch vrijblijvend wordt het dus niet gelezen door de rechtse fracties in de Kamer – en dat is hun goed recht. Migratie, oftewel het algemeen erkende recht van vrijheid van verplaatsing (artikel 2 van het Vierde Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens) is een politiek kwetsbaar thema. Het is tamelijk naïef dat de coalitie dit pact niet tijdig identificeerde als politiek gevoelig. Dan wel als een dankbaar thema voor rechts om er politiek munt uit te slaan en er de angsten van de burger mee te versterken.

Het kabinet zoekt een uitweg met een formele stemverklaring waarin wordt uitgesloten dat individuele migranten ooit enig recht aan dit pact zouden kunnen ontlenen. Om, zoals vicepremier Hugo de Jonge (CDA) vrijdag na afloop van de ministerraad zei, „afwijkende interpretatie te neutraliseren”. Het kabinet is hierover in gesprek met een brede groep Europese landen. Daarmee is de kou vermoedelijk uit de lucht, in ieder geval voor de coalitie, zo lijkt het. Het kabinet is tegelijk een les geleerd. Deze reparatie achteraf was te voorkomen als er tijdig en overtuigend uitleg was gegeven over een thema dat iedereen raakt. De tijd is voorbij dat dergelijke afspraken en richtlijnen in de stille vergaderzalen van de VN beklonken kunnen worden. Want op het pact zelf is inhoudelijk weinig aan te merken.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.

Correctie (4 december): In een eerdere versie van dit stuk werd het ‘algemeen erkende recht van vrijheid van verplaatsing’ toegeschreven aan art. 2 van het EVRM. Dat moet zijn art. 2 van het Vierde Protocol bij het EVRM.