Opinie

    • Tommy Wieringa

Het einde van de expert

Kwart over negen ’s morgens, ik lees de krant, buiten tikt een man tegen het raam. Ik doe open, hij zegt: „Goed volk”. Het is de buurman van een paar huizen verderop, hij heeft zijn baard afgeschoren zodat ik hem niet meteen herkende.

„Waarom is je baard eraf”, vraag ik.

„Klaas Dijkhoff”, zegt hij.

Het is een gepolariseerde tijd, voor je het weet associeert iemand je met de VVD-fractievoorzitter vanwege je baard, hij wilde geen enkel risico lopen.

Mijn buurman is kunstenaar, hij kan om kwart over negen ’s morgens koffiedrinken bij wie hij wil. We praten over waarom hoge kunst tegenwoordig zulk misprijzen oproept bij liberale politici, een aan haat grenzend dedain zelfs. Een rijk en raadselachtig onderwerp waarbij de valse tegenstelling tussen provincie en Randstad en volk en elite een rol speelt – en om kwart voor tien stapt hij weer op de fiets, fris geschoren en voor eenvijfde gesubsidieerd op weg naar zijn atelier.

Ik blijf achter met de herinnering aan de liberale kunstopvattingen die we de afgelopen jaren te verduren hebben gehad. Begonnen met Halbe Zijlstra zitten we nu met zijn intellectuele erfgenamen Eric Wiebes en Thierry Aartsen, respectievelijk minister van Economische Zaken en Kamerlid voor de VVD. Hun grieven komen op de een of andere manier altijd weer uit bij het Concertgebouw, het brandpunt van hun culturele wrok. Wiebes, die bij Zomergasten zei dat hij het Concertgebouw alleen eens had bezocht tijdens de uitvaart van Eberhard van der Laan, vond het wel een mooi gebouw met een prima akoestiek en zo, „maar de ene hobby is niet beter dan de andere. Het is de loodgieter gegeven om zijn hobby net zo gewaardeerd te zien, of net zo weinig gewaardeerd te zien, als die van iemand anders”.

Het leek een beetje of Wiebes zich hier vermomde als boerenlul om maar niet voor elitair versleten te worden, hoe dan ook maakt zijn langdurige vereenzelviging met die vermomming hem tot, tsja, een boerenlul, niet van echt te onderscheiden.

Brexiteer Michael Gove stelde twee jaar geleden dat „de mensen in het land genoeg hebben van deskundigen”, waarmee hij de zogenaamde Gutmenschen van allerlei ngo’s bedoelde die het volk vertellen wat goed en fout is. Bij de VVD hebben ze bij uitbreiding genoeg van álle deskundigen, ook van de schamel gesubsidieerde muzikanten in het Concertgebouw, met hun hobby.

Klaas Dijkhoff sprak op het partijcongres afgelopen voorjaar over een „verkeerd soort populisten”, waaruit we konden opmaken dat we voor het goede soort populisten bij de VVD moesten zijn. Niet voor niets is het nieuwbakken Kamerlid Thierry Aartsen een protegé van hem, ze drinken samen bier en vieren samen carnaval. Het One Two Trio in Den Haag.

In zijn onlangs verschenen cultuurnota beriep Thierry Aartsen zich, net als Zijlstra deed in 2011, op het „bezielend verband” van Frits Bolkestein. In de Volkskrant zei Aartsen: „Als het bij de schutterij met iemand wat minder gaat, dan steunt de omgeving. Mensen zorgen voor elkaar. Je kunt er kneuterig en lacherig over doen, maar doe dat lekker met je chablistje in het Concertgebouw. Niet in Den Haag.”

Hij vervolgde zijn vergezicht door opnieuw leentjebuur te spelen, nu bij erflater Halbe Zijlstra die bij zijn aantreden als staatssecretaris voor Cultuur liet weten geen kwaliteitsverschil te zien tussen, ik noem maar wat, La voix humaine en The Lion King, omdat, zoals hij zei, „je ver van een oordeel moet blijven dat het een beter is dan het ander”.

Zeven jaar later echoot Thierry Aartsen: „Ballet kan je misschien aan het denken zetten. Dat kan het bloemencorso ook; twee jaar geleden hadden ze een vluchtelingenkaravaan als thema. Bij cultuur gaat het om prikkelen, verbroederen, uitdagen. Dan is er geen verschil tussen corso en ballet.”

Het egalitarisme van het aambeeld en het chauvinisme van het worstenbroodje – helaas hebben ballet noch corso Thierry Aartsen aan het denken gekregen.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.
    • Tommy Wieringa