Amsterdamse arrogantie of principes?

Boerkaverbod Burgemeester Halsema kreeg kritiek op de uitspraak het boerkaverbod niet te handhaven. Wat betekent dat voor haar positie?

In de linkse gemeenteraad van Amsterdam kreeg Halsema woensdag een heldenonthaal, toen ze haar uitspraken over het niet-handhaven van het boerkaverbod toelichtte. Foto Koen van Weel/ANP

Vroeger of later krijgt iedere burgemeester te maken met een ontgroeningsritueel, en deze week was Femke Halsema van Amsterdam aan de beurt.

Het begon met een opmerking, vorige week vrijdag in de Amsterdamse wijk Slotervaart. Tijdens een bijeenkomst met jongeren begon Halsema over het aanstaande boerkaverbod. „Je kan ervan op aan dat ik niet zal toestaan dat Amsterdam daar gevolg aan geeft”, zei de burgemeester. En even later: „Het past niet bij Amsterdam dat we vrouwen uit de tram halen omdat ze een nikab dragen. Dat is toch onbespreekbaar?”

Lees ook: ‘Halsema gáát helemaal niet over handhaving van het boerkaverbod’

Halsema doelde op de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding, die met overweldigende steun in Tweede en Eerste Kamer is aangenomen en in de loop van volgend jaar van kracht moet worden. Vanaf dan is het verboden om in onderwijs- en zorginstellingen, overheidsgebouwen en het openbaar vervoer een boerka, nikab, bivakmuts of integraalhelm te dragen. Wie dat toch doet, riskeert een boete van 410 euro.

Niemand op de bijeenkomst had Halsema expliciet gevraagd naar het boerkaverbod. Ze begon er zelf over nadat een gesluierde moslima haar geconfronteerd had met een oud citaat over het „in vrijheid afslingeren” van de hoofddoek. Toen de burgemeester na afloop van de bijeenkomst om toelichting werd gevraagd door stadszender AT5, zei ze met een speels lachje: „Er zullen vast veel mensen het hiermee oneens zijn. Ik hoor het wel.”

En óf Halsema het hoorde. Haagse politici, tot premier Rutte aan toe, wezen de burgemeester collectief terecht. In de Tweede Kamer noemde staatssecretaris Raymond Knops (Binnenlandse Zaken, CDA) Halsema’s opmerkingen „prematuur” en „ongepast”. Zelfs D66-leider Rob Jetten, wiens partij tegen het boerkaverbod stemde, zei: „Burgemeesters moeten zich allemaal aan de wet houden.”

Die mediastorm had Halsema kunnen voorzien. Islam en integratie zijn nu eenmaal de meest polariserende onderwerpen in de Nederlandse samenleving – en de boerka is daarvan hét symbool. Maar de heftigheid van de Haagse reacties kwam vooral door iets anders. Door haar afkeer van het verbod expliciet te verbinden met de vrijheidsminnende en tolerante cultuur van Amsterdam, suggereerde Halsema dat de hoofdstad boven de wet staat – een status aparte voor de Republiek Amsterdam.

Buiten de hoofdstad zijn ze, niet onterecht, nogal gevoelig voor ‘Amsterdamse arrogantie’. De burgemeesters van Utrecht en Rotterdam, die net als Halsema niets zien in het boerkaverbod, begrijpen dit. Zij waren zo slim om zich niet te beroepen op de mentaliteit van hun stad en kozen voor een puur praktisch argument: prioriteit in de handhaving. Er zijn belangrijkere zaken dan een handjevol vrouwen wier gezicht je niet kunt zien – zeker met het tekort aan politieagenten waar de grote steden al jaren mee kampen. Halsema zei dat ook, maar legde de nadruk op de principiële kant van de zaak.

Consequent is ze daarmee wel. Als Tweede Kamerlid vond ze het boerkaverbod al een vrijheidsbeperkende symboolwet – en als burgemeester van Amsterdam denkt ze daar nog steeds zo over. Halsema doet ook een belofte gestand uit haar installatierede: steun geven aan alle Amsterdammers die vreedzaam het recht opeisen om anders te mogen zijn, „of je nu een jonge transgender bent, een oude joodse man met pijpenkrullen en hoed, een gesluierde vrouw, een islamitische homoseksueel”.

Maar is het ook handig? Dat ligt eraan waar je gaat kijken. In de linkse Amsterdamse gemeenteraad kreeg Halsema afgelopen woensdag een heldenonthaal. Voor de bühne zei ze nog even dat „nationale wetten vanzelfsprekend ook in Amsterdam gelden”, maar ze bleef bij haar standpunt: geen handhaving van het boerkaverbod. Ze kreeg alleen kritiek van het CDA en Forum voor Democratie, samen goed voor 4 van de 45 zetels. Zelfs de hoofdstedelijke VVD liet weten haar te steunen.

Punt gescoord in Amsterdam. En ze heeft de praktijk aan haar kant. Het kabinet of de Tweede Kamer kan Halsema niet dwingen het verbod ten uitvoer te brengen: samen met de politiechef en hoofdofficier van justitie bepaalt de burgemeester de prioriteiten in de uitvoering van landelijke strafwetgeving. De andere twee leden van deze ‘driehoek’ steunen haar, zei Halsema in de raad.

Maar wat heeft ze daaraan als het kabinet en een groot deel van de Tweede Kamer geïrriteerd zijn? Het linkse Amsterdamse college heeft grootse plannen: honderden extra politieagenten, bestrijding van de lokale drugseconomie, een brug over het IJ, minder vluchten op Schiphol, een reusachtige nieuwe woonwijk in het Westelijk Havengebied. Zonder steun en geld van Den Haag zal er van die ambities weinig terechtkomen.

Een ervaren burgemeester als Ahmed Aboutaleb van Rotterdam had Halsema kunnen vertellen: zint Haags beleid je niet, dan leg je het in stilte naast je neer. Ondertussen regel je achter de schermen miljarden voor de stad. Zijn gemeente is hier al jaren uitermate bedreven in.

Halsema moet deze finesses na vijf maanden burgemeesterschap nog onder de knie krijgen, dat begrijpen ze aan het Binnenhof. Uiteindelijk wil het kabinet liever ook geen confrontatie met de grootste stad van het land. Zie staatssecretaris Mark Harbers (Asiel, VVD), die deze week samen met Amsterdam zijn handtekening zette onder een akkoord over de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers – een onderwerp waar hoofdstad en Rijk de afgelopen jaren lijnrecht tegenover elkaar stonden.

Maar er is ook nog zoiets als Haagse goodwill. En die er voor Amsterdam deze week niet groter op geworden.

    • Thijs Niemantsverdriet