Opinie

Wapen u tegen desinformatie

Desinformatie geeft een overzicht van de technieken waarmee uw politieke opponent u op het verkeerde been probeert te zetten – ja, zelfs onklaar probeert te maken.

Illustratie Cyprian Koscielniak

Nog niet zo lang geleden, toen de politiek nog leuk, het nieuws echt en de oorlog koud was, was ‘desinformatie’ iets wat landen tegen elkaar gebruikten. Dat gebeurt nog altijd, maar nu zetten ook politieke tegenstanders binnen dezelfde natie het wapen tegen elkaar in. Die desinformatie voor binnenlands gebruik bedient zich van tal van innovatieve technieken. Bent u, nieuwsvolger, tegen die desinformatie opgewassen? Hebt u enig idee welke nieuwe technieken er op u worden losgelaten?

Desinformatie uit het voormalige Oostblok (zoals de klassieker dat de aidsepidemie een uit de hand gelopen Pentagon-experiment was) liet zich met simpele middelen als fact-checking bestrijden. Dikke kans echter dat u, als u niet weet wat dog whistling is, er hulpeloos aan bent overgeleverd. Daarom, bij wijze van empowerment van nieuwsvolgers, een overzicht van enkele technieken waarmee uw politieke opponent u op het verkeerde been probeert te zetten – ja, zelfs onklaar probeert te maken.

Het woord desinformatie is naar verluidt al een geval van desinformatie. Het werd volgens de Roemeense overloper Ion Mihai Pacepa bedacht door Jozef Stalin – die vooral kon waarderen dat het Franse tintje dat het woord zijns inziens had, anderen kon laten geloven dat het van westerse komaf was.

Desinformatie (‘ideologische ondermijning’) was in de Sovjettijd big business. In een recente podcast vertelt The New York Times dat duizenden KGB-agenten minstens 25 procent van hun tijd moesten besteden aan het bedenken en verspreiden van desinformatie. Desinformatie is iets anders dan propaganda, en is ook niet hetzelfde als leugens. Propaganda verhult doorgaans niet zijn afzender. En hoewel desinformatie per definitie leugenachtig is, is niet elke leugen desinformatie.

Tijdens de Koude Oorlog was desinformatie vooral het ‘planten’ van ondermijnende en verdeeldheid zaaiende verhalen. Fake news dus. Donald Trumps claim dat hij het begrip ‘fake’ heeft bedacht („One of the greatest of all terms is I’ve come up with”) is zelf fake.

  1. Schaamteloos tegenstrijdig zijn

    Met Trump zijn we gelijk bij de eerste strategie beland, een strategie die nieuw noch innovatief is, en die u moeilijk kan ontgaan, maar waar juist weldenkende mensen slecht tegen zijn opgewassen. De eerste strategie is die van de schaamteloosheid – meer in het bijzonder die van het ongegeneerd etaleren van tegenstrijdigheden. Het tegendeel dus van de ‘boodschapvastheid’ waar ze in Den Haag zo hoog van opgeven.

    Als het Witte Huis na de rechterlijke uitspraak dat CNN-verslaggever Jim Acosta weer tot Trumps persconferenties moet worden toegelaten verklaart dat „there must be decorum at the White House”, dan staat dat in schril contrast met het gebrek aan decorum dat de president zelf doorgaans tentoonspreidt.

    Mensen zoals u en ik, die uit meer dan alleen een onderbuik bestaan, kunnen dit soort tegenstrijdigheden maar moeilijk verdragen. En slaan aan het malen.

    Paypal-miljonair Peter Thiel had het al voor de verkiezingen in de gaten: „Weldenkenden nemen Trump letterlijk maar niet serieus, zijn kiezers nemen hem serieus maar niet letterlijk”.

    Maar omdat weldenkenden niet beter weten of de enige manier om iemand serieus te nemen is om hem letterlijk te nemen, kunnen ze het niet laten zich af te vragen wat ze in godsnaam aan moeten met Trumps schaamteloze inconsistenties. En dus komen ze met theorieën, zoals Michael Gerson, een vroegere speechwriter van George W. Bush, doet. Hij stelt dat Trump „in een eeuwig nu [leeft] – geen geschiedenis, geen consequenties”.

    Illustratie Cyprian Koscielniak

    Zulke theorieën kunnen natuurlijk heel goed waar zijn, maar het punt is dat terwijl u en ik amechtig tegenstrijdigheden aan het rijmen zijn, Trump al weer een paar beslissingen verderop is.

  2. Op een hondenfluitje blazen

    De tweede strategie is wat Amerikanen dog whistling noemen. De naam is ontleend aan het hondenfluitje dat voor honden wel maar voor mensen niet te horen is. Hij slaat op de kunst in codes te spreken die het grote publiek niet herkent, maar die een gevoelige snaar raken bij de doelgroep. Zo liet Trump in zijn verkiezingscampagne een tv-spotje uitzenden waarin financier George Soros, voormalig voorzitter van de Amerikaanse Centrale Bank Janet Yellen en Goldman Sachs-baas Lloyd Blankfein (alle drie Joods) werden opgevoerd als vertegenwoordigers van „global special interests”.

    Tot de kunst van dog whistling behoort dat wat je zegt ‘ontkenbaar’ moet zijn. Tijdens de beruchte mars in Charlottesville zorgden demonstrerende neonazi’s ervoor dat niet goed uit te maken was of ze nu „Jews will not replace us” of „You will not replace us” riepen. Zodat ze in geval van nood, voor de rechter bijvoorbeeld, konden ontkennen zich aan antisemitisme schuldig gemaakt te hebben. En het behoort tot het standaardrepertoire van Trumps woordvoerders om sceptische journalisten te verwijzen naar wat Trump letterlijk gezegd heeft.

  3. Jezelf in het volle zicht verstoppen

    Voor gevorderden is er een variant van dog whistling die je – sorry voor alweer een Engelse term – de techniek van het hiding in plain sight zou kunnen noemen. Het is een strategie die medestanders in verrukking kan brengen en tegenstanders in machteloze woede kan achterlaten.

    Een fraai staaltje viel te bewonderen tijdens Trumps rally in Wisconsin op 24 oktober jongstleden, kort nadat er veertien bombrieven bij politieke tegenstanders waren bezorgd.

    Trump speelde in die toespraak met de verwachtingen van zijn fans én zijn critici. Zijn critici waren benieuwd of hij voldoende afstand zou nemen van de bombrieven, zijn achterban weet dat hij dingen voor de bühne moet zeggen – en Trump weet dat zijn achterban dat weet. Na een aantal politiek correcte platitudes over hoe erg bombrieven wel niet zijn, zei Trump grijnzend in de richting van het persvak: „Zien jullie hoe netjes ik me gedraag?” Wat code is voor ‘ik ben fijn aan het dog whistlen en jullie kunnen er geen speld tussen krijgen’.

    We mogen in Nederland van geluk spreken dat Geert Wilders de kunst van het hondjes fluiten niet beheerst, hoewel ik niet helemaal wil uitsluiten dat ik te grofbesnaard ben om het op te merken. Wilders blinkt evenwel uit in een kunst die qua effectiviteit zeker niet voor dog whistling onderdoet.

  4. De pot verwijt de ketel

    En dat is strategie nummer vier: schuif je tegenstander dingen in de schoenen waar je jezelf niet helemaal lekker over voelt. Of, in goed Nederlands, de kunst van de pot de ketel laten verwijten dat hij zwart ziet.

    Een vrouwelijke Amerikaanse senator werd erop getrakteerd door beoogd opperrechter Brett Kavanaugh. Op de vraag of Kavanaugh ooit een blackout had gehad van het vele drinken, riposteerde hij: „I don’t know. Have you?” Trump zei in Wisconsin: „Politici moeten ophouden hun tegenstanders ervan te beschuldigen dat zij moreel niet deugen”.

    Wilders op zijn beurt, schimpt dat de Nederlandse rechterlijke macht vol zit met D66-ers die politiek bedrijven als hij zich in de rechtszaal moet verantwoorden voor discriminatie. Dat is waarschijnlijk de meest gebruikte vorm van de pot verwijt de ketel-tactiek: je opponent voor de voeten gooien dat hij politieke spelletjes speelt.

    Dat dit zo’n effectieve tactiek is, komt mede door het feit dat het niet goed aan de kaak te stellen is. Wie het toch probeert, slaat onvermijdelijk aan het jij-bakken. En weldenkenden zoals u en ik vinden het nu eenmaal niet van goede smaak getuigen jij-bakken ten gehore te brengen. Het resultaat is dat we ontregeld raken en heel hard ‘laat maar!’ willen gillen.

  5. Projectieve identificatie

    Die ontregeling wordt in nog sterkere mate bewerkstelligd door iets wat psychoanalytici projectieve identificatie noemen: het zodanig projecteren van onacceptabele gevoelens op de ander, dat deze zich die gevoelens toe-eigent.

    Trumps waarschuwing voor wat er zal gebeuren als de Democraten de Congresverkiezingen winnen („they will overturn everything that we’ve done and they will do it quickly and violently”) was niet alleen een poging zijn aanhangers angst aan te jagen, maar kan heel goed een projectie van zijn eigen wensen en impulsen zijn.

    Voor wie Trumps stokpaardjes niet persoonlijk opvat, kunnen Trumps projecties interessante informatiebronnen zijn. Als hij twittert dat het op de burelen van Robert Mueller (die, zoals u weet, onderzoekt of Trump met de Russen heeft samengespannen) een „total mess” is waar iedereen tegen elkaar tiert en schreeuwt, dan zou dat wel eens een nauwkeurige weergave kunnen zijn van hoe het er op het Witte Huis aan toegaat.

    Het lijkt me allerminst uitgesloten dat Trump zelfs zijn angsten op de buitenwereld projecteert. U vindt het misschien ver gaan, maar ik acht het heel wel mogelijk dat hij door zijn publiek „Lock her up” te laten scanderen niet Hillary Clinton iets toewenst, maar zijn eigen angst bezweert om ooit achter de tralies te belanden.

    Maar projectieve identificatie is meer dan alleen projectie. Het tweede bestanddeel, identificatie, is zelfs het venijnigst. Van identificatie is sprake als iemand je zo overtuigend zijn projectie in de maag splitst dat je er zelf in gaat geloven.

    Projectieve identificatie is een selffulfilling prophecy: iemand kan je met zoveel kracht, en met zo weinig zelfreflectie, te verstaan geven ‘dat je hem wel zult haten’ dat je hem daadwerkelijk gaat haten.

    Projectieve identificatie doet zich op grote schaal voor tussen slinks rechts (zoals ik alt-right zou willen vertalen) en de ‘oude politiek’. Bij ons laten Geert Wilders en Thierry Baudet geen gelegenheid onbenut om te verklaren dat de gevestigde orde, de ‘elite’, hun wel zal uitkotsen.

    Projectieve identificatie zou ook een goede verklaring kunnen zijn voor het door David Brooks in The New York Times gesignaleerde (en op het eerste gezicht bizarre) fenomeen dat in grootstedelijk Amerika, waar Trump nauwelijks aanhang heeft, iedereen het voortdurend over hem heeft, terwijl hij op het platteland, ja zelfs in streken waar hij 80 procent van de stemmen haalde, nauwelijks over de tong gaat. Mogelijk is Trump zo geobsedeerd door de weldenkende stedelijke elite, door mensen zoals u en ik dus, dat die weldenkende stedelijke elite geobsedeerd geraakt is door hem.

    Het resultaat is wat Trumps voormalig campagnestrateeg Steve Bannon tegen filmmaker Errol Morris in diens documentaire American Dharma over Trump zegt: „He takes control over your brain”. Misschien is de beste remedie te roepen wat kinderen soms roepen als iemand hun een belediging naar het hoofd slingert: „Wat je zegt ben jezelf”.

    Wie vindt dat ‘politiek over de inhoud moet gaan’, ontkomt er in tijden van desinformatie niet aan zich te wapenen tegen pogingen tot spelbederf. Weerbaarheid tegen de in dit essay besproken strategieën is van groot belang. Adam Serwer stelt in The Atlantic dat Trump „zijn eigen onoprechtheid en de kwade trouw van zijn aanhangers als wapens inzet om uit de weg te gaan dat hij hoe dan ook aansprakelijk is voor de dingen die hij doet”.

    Inderdaad: sinds de Amerikaanse en Franse revolutie heeft de strijd om meer democratie altijd ingehouden dat gezagsdragers aansprakelijk zijn voor wat ze doen en zeggen, dat ze ter verantwoording geroepen kunnen worden en dat ze, als ze dat laatste niet naar tevredenheid deden, consequenties kunnen verwachten.

    De genoemde strategieën zijn fundamenteel onliberaal. Het liberalisme immers is (in ieder geval in oorsprong) een theorie van het soevereine individu – een theorie die een personalistische ethiek proclameert waarin een man een man en een woord een woord is.

    Ik stel voor om van ‘man’ ‘mens’ te maken maar verder onverkort aan dit adagium vast te houden.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.