‘Verbeterde mensen zijn goed voor de samenleving’

Transhumanisme Eensgezind veroordelen wetenschap en politiek de geboorte van de eerste genetisch aangepaste baby’s in China. Is er niet ook wat te zeggen voor vergaande technologische zelfverbetering?

De 100-jarige Jeanne-Marie Dudan, vastgelegd door fotograaf Matthieu Gafsou voor zijn serie H+. Matthieu Gafsou/ Galerie C/ Galerie Eric Mouchet/ MAPS

Het transhumanisme staat er niet al te best op de laatste tijd. De beweging die propageert dat de mensheid aan zichzelf moet sleutelen met hulp van futuristische technieken zoals genetische modificatie en brein-computer-koppelingen, kreeg afgelopen jaar een aantal tegenslagen te verduren. Deze lente stierf een van de beroemdste biohackers van de wereld, Aaron Traywick, op 28-jarige leeftijd na één experiment te veel op zijn lichaam. En er kwamen deze zomer meer aanwijzingen bij dat de veelbelovende genetische technologie crispr-cas, waarmee heel precies genen aan- en uitgezet kunnen worden, mogelijk kankerverwekkend is.

Dat weerhield Chinese onderzoekers er niet van om hun experimenten op mensen door te zetten. Deze week claimde de Chinese He Jiankui de eerste ‘crispr-baby’s’ te hebben gecreëerd. De baby’s zijn door een genetische ingreep beschermd tegen het hiv-virus, zeggen de onderzoekers – die hun resultaten nog niet hebben gepubliceerd. Het veroorzaakte een wereldwijde schok, en opvallend eensgezinde veroordelingen van wetenschappers en politici: de techniek is nog te gevaarlijk en het is zeer de vraag of mensen überhaupt zichzelf genetisch moeten willen verbeteren, klinkt het.

Wie is onderzoeker He Jiankui eigenlijk? Lees ook het vragenstuk over de ‘crispr-baby’s’: Vijf vragen over genetisch gemanipuleerde baby’s

Maar het transhumanisme blijft een beweging met invloed. In de jaarlijkse hype cycle van adviesbureau Gartner, een lijst van opkomende technologieën die veel wordt gebruikt door bedrijven, staan dit jaar opvallend veel technieken die de grens tussen mens en machine kunnen doen vervagen. Biochips, kunstmatige menselijke weefsels, brein-computer-koppelingen.

Elon Musk werkt in zijn bedrijf Neuralink aan zulke brein-computer-koppelingen. De oprichter van bedrijven als Tesla en SpaceX – nooit vies van een beetje show – zei in september dat hij de komende maanden iets gaat aankondigen waarmee mensen hun hersenen kunnen verbinden met een computer. „Beter dan wat iedereen denkt dat mogelijk is”. Nu doet Musk vaker beloftes die hij niet helemaal nakomt, maar het geloof dat de mens uiteindelijk de baas kan worden over zijn biologie werd weer gesterkt.

Het zijn sciencefictionachtige vergezichten. Maar ze staan serieus op de agenda van beleidsmakers. Op conferenties zoals het World Economic Forum in Davos waar wereldleiders en bestuursvoorzitters samenkomen, is het al enkele jaren een terugkerend thema. Concrete beleidsvragen draaien vooral om wetgeving rond crispr-cas. Experimenten op mensen liggen zeer gevoelig, maar de vraag of wetten moeten worden aangepast ligt in veel landen op tafel.

Ethische bezwaren tegen deze ontwikkelingen zijn er volop: mensen moeten niet voor god proberen te spelen, klinkt het vaak. Maar de voorstanders van deze ontwikkeling kijken reikhalzend uit naar de technologische vooruitgang. Twee van de meest prominente aanjagers van het transhumanisme spreken 15 december in Amsterdam op een conferentie van het Nexus Instituut. Ze zullen een pleidooi houden voor meer experimenten met technieken voor enhancement; technologieën die mensen beter maken.

Recht op morfologische vrijheid

„Het zou een mensenrecht moeten zijn om je lichaam of brein technologisch te verbeteren”, zegt Anders Sandberg van Oxford University. Of mensen nou chips willen implanteren, genetische experimenten op zichzelf willen doen, robotarmen willen aanzetten of een computer in hun brein willen steken: laat ze lekker, vindt hij. Sandberg pleit al jaren voor het zogeheten ‘recht op morfologische vrijheid’, de vrijheid om als mens zelf je verschijningsvorm te bepalen.

Sandberg geldt als een van de meest uitgesproken transhumanisten in de wetenschap. Hij werkt bij het Future of Humanity Institute van Oxford University, een instituut waar ze bijvoorbeeld onderzoek doen naar zaken als bovenmenselijke kunstmatige intelligentie, wereldvernietigende komeetinslagen en apocalyptische vulkaanuitbarstingen.

Voor hem is transhumanisme een volgende logische stap in de menselijke evolutie. „We verbeteren onszelf al veel langer op allerlei kunstmatige manieren. Door naar school te gaan, om maar iets te noemen. Of met de smartphone. Daarmee outsourcen we een deel van ons brein, ons geheugen aan computers. Met implantaten, chirurgie, met drugs, neem alleen al het kopje koffie waardoor je alerter wordt.” Er komen simpelweg meer methodes bij, dus waarom zou je daar geen gebruik van maken, betoogt hij.

Natasha Vita-More doet daar nog een schepje bovenop. „Het is onze plicht als mens om onszelf te ontstijgen.” Vita-More is een van de oprichters van de transhumanistische beweging. Ze stond in de jaren zeventig aan de wieg van de allereerste conferenties en wetenschappelijke studies over het onderwerp. Ze is de oprichter van de wereldwijde vereniging voor transhumanisten Humanity+.

„Als je gelooft dat computers op een gegeven moment slimmer worden dan mensen, en dat is geen voorspelling maar een waarschijnlijkheid, dan móéten we onszelf wel sneller verbeteren dan we nu doen,” zegt ze.

„De mens heeft altijd problemen aangepakt en nieuwe gebieden verkend. Ik zie niet in hoe het níét gaat gebeuren dat mensen zichzelf verbeteren: we zijn als soort te innovatief, te competitief, te ondernemend om zomaar ten onder te gaan.”

Sandberg is overigens niet enthousiast over het Chinese experiment met crispr-cas op baby’s. „Morfologische vrijheid werkt bij volwassenen die met hun volle verstand kunnen instemmen met een aanpassing. Kinderen en embryo’s kunnen dat niet.” Maar er zijn volgens hem wel ethische toepassingen denkbaar. „Als je kinderen eigenschappen geeft in het algemene belang is dat goed: gezonder, slimmer en langer leven is voor bijna iedereen goed. Maar als je kinderen genetisch gaat specialiseren beperkt dat hun vrijheid en dat is slecht. Op zich is het beschermen tegen hiv goed, maar het voordeel is te klein vergeleken met het risico.”

De discussie over transhumanisme en de wenselijkheid ervan kreeg de laatste tijd een extra impuls door het wereldwijde succes van het boek Homo Deus van ‘ceo-fluisteraar’ Yuval Noah Harari. Hij denkt dat een nieuwe, sterk verbeterde mensensoort onvermijdelijk is. Harari is anders dan Sandberg en Vita-More niet bepaald positief over wat er te wachten staat: hij waarschuwt dat het maken van supermensen vooral gaat leiden tot superongelijkheid. Sommige mensen worden straks een soort goden, anderen niet.

Sandberg is het daarmee zeer oneens. Hij vindt vooral dat iedereen het recht heeft om zijn eigen leven naar eigen inzicht in te richten. Maar veel individuele voordelen voor mensen die zichzelf vergaand verbeteren zullen ook collectieve voordelen opleveren, denk hij. „Met meer slimme en gezonde mensen innoveert de samenleving sneller. Zelfs als je in je eentje dommer en ongezonder bent, profiteer je nog van de betere omgeving waarin je zit. Bovendien: als iemand vroegtijdig sterft, brandt er een bibliotheek aan kennis af. Als dat voorkomen kan worden, profiteert iedereen.”

Nog een voordeel van meer experimenten met genetica en breintechnologie volgens Sandberg: als je langer leeft dan denk je na over dingen die pas over honderd jaar gebeuren. „Hoe ouder we kunnen worden, hoe meer we zullen nadenken over de grote vraagstukken – klimaatverandering bijvoorbeeld. Dan zal het jezelf treffen.”

En dat verbetering en vernieuwing leidt tot ongelijkheid tussen mensen, dat moeten we nog maar zien, zegt Vita-More. „Zien we superongelijkheid met smartphones? Nee. Het is fascinerende technologie maar als je het in bulk produceert gaat de prijs omlaag. In Azië en Afrika hebben ze ook gewoon smartphones.”

Matthieu Gafsou/ Galerie C/ Galerie Eric Mouchet/ MAPS

Misschien verschilt de mate van ongelijke toegang wel per technologie, erkent Anders Sandberg. „Het is mogelijk dat zeer geavanceerde brein-computer-interfaces op één individu moeten worden afgestemd en dus extreem duur blijven. Maar dat kan nooit de reden zijn om dan maar helemaal niets te doen. Je stopt ook niet met de innovatie van auto’s, omdat niet iedereen ze direct kan betalen.”

Rondom smartphones en internet zien we nu enorme monopolies ontstaan: hoe groot is het gevaar van nieuwe Googles, Apples en Facebooks die dit soort technieken zullen beheersen? „Dat is een belangrijke vraag, waar nog veel meer onderzoek naar moet worden gedaan,” zegt Sandberg. „Dat zou onwenselijk zijn.”

Technologie is nog niet zover

Vooralsnog is zowel het angstbeeld van Harari als de nieuwe wereld van Sandberg en Vita-More ver weg, omdat technologie noch samenleving zover zijn dat mensen massaal zichzelf of hun ongeboren kinderen aan kunnen passen met crispr-cas of hun gedachten kunnen uploaden naar een computer.

Sandberg en Natasha Vita-More experimenteren vooralsnog niet op zichzelf, afgezien van misschien wat cosmetische ingrepen in het geval van Vita-More. „Voor mij blijft voorlopig de belangrijkste manier om mezelf te verbeteren: gezond eten, sporten, me omringen met leuke mensen en hard werken,” zegt zij. „Maar dit soort technieken gaan er komen.”

We kunnen het ons volgens de twee transhumanisten niet veroorloven om níét te experimenteren met technologieën waarmee de mensheid zichzelf naar een hoger plan tilt. En dat er bij die experimenten dan af en toe wat misgaat, moeten we dan maar op de koop toe nemen.

Anders Sandberg en Natasha Vita-More spreken op 15 december op de Nexus-conferentie in Amsterdam.
    • Wouter van Noort