Prangende klimaatkwesties belanden op bordje kabinet

Klimaatakkoord

Volgende maand komen de ‘klimaattafels’ met hun voorstellen om de uitstoot van CO2 in twaalf jaar te halveren. Maar voor een aantal gevoelige thema’s is een oplossing nog ver weg.

Foto Koen van Weel/ANP

De meest controversiële kwesties rond het Klimaatakkoord komen zeer waarschijnlijk op het bordje van het kabinet te liggen. Er lijkt aan de zogeheten klimaattafels geen overeenstemming te worden bereikt over bijvoorbeeld de ondergrondse opslag van CO2, het mogelijk belasten van de uitstoot van broeikasgassen en de groei van wind- en zonne-energie op land.

Volgende week buigt het kabinet zich over de voorlopige afspraken die tot en met deze week worden gemaakt. Na een informele reactie van het kabinet leveren de vertegenwoordigers van de industrie en belangenorganisaties vervolgens half december een zogeheten ontwerpakkoord in. Centraal doel van alle afspraken is de halvering van de uitstoot van CO2 in 2030.

Het kabinet schakelde begin dit jaar de polder in om tot een Klimaatakkoord te komen. Vijf jaar geleden kwam de polder tot het Energieakkoord, waarin de introductie van duurzame energie centraal stond.

De huidige klimaattafels – industrie, elektriciteitssector, mobiliteit, gebouwde omgeving en landbouw – kwamen in juli met een reeks voorstellen die volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) voldoende kunnen zijn om tot een halvering van de uitstoot te komen. De voorstellen zouden dan nog wel concreter moeten worden, en dat lijkt maar voor een deel te lukken, zo blijkt uit een rondgang langs deelnemers aan de klimaatgesprekken.

In de Tweede Kamer werd verantwoordelijk minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) donderdagmiddag vanuit de oppositie opgeroepen meer leiding te nemen in het klimaatoverleg. „Laat dit niet aan de polder over”, zei Sandra Beckerman (SP). „We zijn voor politiek leiderschap.”

Wiebes zei in een reactie „aan alle tafels een duidelijke regie” te zien. „Maar onderhandelen doe je niet alleen, er zitten honderden mensen aan tafel.”

Lees ook: ‘Kabinet heeft geen echte visie op klimaatbeleid’

Taaie dossiers

Veel deelnemers aan de klimaattafels vrezen juist dat politici begin volgend jaar de besluitvorming zullen vertragen. Op 20 maart worden provinciale-statenverkiezingen gehouden en in de maand ervoor komt het PBL met een nieuwe analyse van de resultaten. De kans bestaat dat het kabinet pas na die verkiezingen met een inhoudelijke reactie komt. Niet alleen omdat klimaatbeleid impopulair bij het electoraat kan zijn, maar ook omdat het kabinet na de verkiezingen mogelijk eerst op zoek moet naar een meerderheid in de Eerste Kamer. Om die steun te verkrijgen kan dan ook het klimaatbeleid worden ingezet.

Met name aan de industrietafel liggen er na maanden onderhandelen nog altijd taaie dossiers. De ondergrondse opslag van CO2 in de Noordzee zou de helft van de reductie van de industrie moeten realiseren. Volgens de industrie is die opslag op grote schaal noodzakelijk om de doelstellingen te halen. De milieubeweging vindt dat er – op termijn – goedkopere en innovatievere oplossingen mogelijk zijn. Die opslag zou volgens haar verdere innovatie om de uitstoot te beperken in de weg staan. Een compromis ligt op de korte termijn niet voor de hand.

GroenLinks en SP pleitten donderdag in de Kamer nog eens voor het nu al opleggen van een CO2-heffing voor de industrie. Ook D66 ziet voordelen van belasting voor de uitstoot, maar Kamerlid Matthijs Sienot hield zich als lid van een coalitiepartij enigszins op de vlakte. „Wij vinden die heffing een goede route, en als de klimaattafels er niet uitkomen, dan is het aan het kabinet om actie te ondernemen.”

Wiebes ziet de CO2-heffing vooral als stok achter de deur voor het geval de industrie zijn doelstellingen niet haalt. Die heffing zou dan naast de bestaande Europese heffingen komen. De industrie, veelal bedrijven in de raffinage en de chemische industrie, vreest op deze manier op achterstand te worden gezet in de internationale concurrentie.

„Voor de lange termijn is CO2-heffing de beste oplossing”, zei Wiebes, maar hij trekt het liefst gezamenlijk met andere landen op. Nederland wil al wel zelfstandig een heffing voor elektriciteitsproducenten invoeren. „We moeten een beetje dapper zijn, dus een klein beetje voorop lopen is goed, maar we moeten wel goed zijn en niet gek.”

Behalve hardnekkige problemen zijn er ook gebieden waar vooruitgang wordt geboekt. Zo heeft de mobiliteitstafel het kabinetsvoornemen uitgewerkt dat vanaf 2030 alleen uitstootvrije auto’s worden verkocht. Deze tafel, die de uitstoot in het verkeer moet terugbrengen, kreeg deze zomer veel kritiek omdat het weinig concreet werk had geleverd. De tafel komt nu met plannen om elektrische auto’s, tot een waarde van 60.000 euro, te subsidiëren en tot 2025 geen bpm (belasting) te heffen. De subsidie wordt betaald uit een extra taks op benzine. Ook moeten er in 2030 1,8 miljoen laadpalen staan.

Dat de polder er niet helemaal uitkomt, hoeft volgens betrokkenen niet slecht uit te pakken voor een akkoord. Streven is dat er uiterlijk in mei een definitieve aanpak ligt. Door de economische voorspoed bestaat de hoop aan de klimaattafels dat het kabinet met geld over de brug komt, bijvoorbeeld voor subsidies, waardoor hindernissen kunnen worden weggenomen. Niet alleen gaat het economisch goed, zo is de redenering, ook kan het kabinet na de flop van het pensioenakkoord wel een succesje uit de polder gebruiken.

    • Erik van der Walle