Opinie

    • Caroline de Gruyter

Trump en de drie koningen

Afgelopen voorjaar, op 9 april, gingen de presidenten van de drie Baltische staten bij president Macron op bezoek. Daar, in het Elysée, begonnen ze meteen over Europese veiligheid. Ze waren nog geen week eerder bij president Trump geweest, ook met zijn drieën – de Balten ontdekken als geen ander dat je sterker staat als je dingen samen doet. De Baltische landen zijn, zoals bekend, erg pro-Amerikaans. Ze kwamen in 1991 onder het Sovjetjuk vandaan. Ze werden éérst lid van de NAVO, later pas van de Europese Unie. Dat zegt iets over hun prioriteiten. De Balten zien de Amerikanen als bevrijders. In Europa zijn zij altijd sceptisch geweest, net als het Verenigd Koninkrijk en Nederland, over Europese defensie. Dat zou de NAVO ondermijnen.

Maar hun gesprek in het Witte Huis heeft de Balten aan het twijfelen gebracht. Volgens Le Monde, die het verhaal onlangs optekende, kwamen zij bij Macron binnen „als de drie koningen, zonder goud of wierook, maar met een immense aandrang om hun hart te luchten”. Hun gesprek met Trump zou als volgt zijn verlopen.

Eerst had de president gezegd dat hun landen zulke geweldige „workers” hadden, en dat ze nauwelijks fake news produceren. Die opmerking vonden de drie al vreemd – waar had de man het over? Maar dat was niets vergeleken met wat erna kwam: Trump veegde hen de mantel uit voor hun rol in de oorlog in Joegoslavië. Het duurde even voor ze beseften dat Mr President de ‘Baltics’ waarschijnlijk met de ‘Balkans’ verwarde, waar zijn vrouw vandaan komt. Maar dat was nog niet alles. Hij verweet hen dat ze niet genoeg aan de NAVO betalen, terwijl de Balten wat dat betreft redelijk in de voorhoede zitten. Tussen 2010 en 2017 hebben Estland en Letland hun defensieuitgaven bijna verdubbeld, terwijl Litouwen veel méér dan het dubbele uitgeeft. Ook bekritiseerde Trump hen over Nord Stream, de gaspijplijn tussen Rusland en Duitsland waar de Baltische landen part noch deel aan hebben. Als klap op de vuurpijl vroeg hij ze om vriendelijker tegen Rusland te zijn. Maar zij worden juist steeds banger dat Rusland op een dag àlle Sovjetstaten inlijft – ook hen. Andere Europese landen vinden hen lichtelijk hysterisch. Maar dan zeggen de Balten dat zíj in de frontlinie zitten en dat de rest makkelijk praten heeft.

Dit gesprek met Trump was het moment waarop zelfs de Balten beseften dat het misschien tijd wordt om over Europese defensie na te denken. Geen Europees leger, natuurlijk – geen regeringsleider zal zijn soldaten ooit in de situatie brengen waarbij ze op bevel van een of andere Brusselse generaal ten strijde trekken. Maar samenwerken kun je natuurlijk wel, in Europa. En dat kan véél beter. Dat zeiden ze tegen Macron, een groot voorstander van Europese defensie.

Nu Rusland schepen van de Oekraïense marine heeft geënterd, krijgt het verhaal van de drie koningen extra relevantie. Ook beheerst Rusland nu een zeestraat waar handelsschepen (ook Europese) doorheen moeten op weg naar Oekraïense havens. Veel Europeanen denken: dit gaat ons geen fluit aan, Rusland valt óns toch niet aan? Zeker. Maar Europa wordt ineens wel omgeven door geopolitieke turbulentie en agressief landjepik. Dat kan overslaan naar ons. De kans op ongelukken is lange tijd niet zo groot geweest. Door de opbouw van troepen langs de grens met Rusland. Door machtsvertoon met militaire oefeningen, kidnapoperaties en onderzeëers die onaangekondigd ergens opduiken, en weer verdwijnen. Wat doen we als er iets misgaat?

Als zelfs de „drie koningen” niet meer zo zeker zijn van het antwoord op deze vraag, wordt het tijd dat wij op ónze beurt minder hysterisch gaan doen over Europese defensie.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.
    • Caroline de Gruyter