Opinie

    • Luuk van Middelaar

Milieu: eerst abstract, nu existentiële kwestie

De Chinese president Xi Jinping en zijn Franse collega Macron hebben het komende jaar uitgeroepen tot het ‘Chinees-Franse jaar van het milieu’. Amerika doet niet mee, dus iemand moet het voortouw nemen. Zo huisvest China in 2020 een wereldtop over biodiversiteit. Betrokken wetenschappers en politici betreuren in NRC dat het thema laag op de agenda staat. Enkel als de bijen verdwijnen is er even publieke emotie. Nee, dan het populaire klimaat, klonk het bijna jaloers, met het richtsnoer 2 graden temperatuurstijging en de zoveel ton te besparen CO2, dát geeft aandacht en houvast.

Alleen: het zit niet in becijferbare doelen, maar in de juiste woorden, in de voorstelling in ons hoofd. De Franse socioloog Bruno Latour beseft het als geen ander. In zijn net verschenen, uiterst stimulerende boekje Waar kunnen we landen? (Octavo) wil hij ons denken over klimaat kantelen. „Is het niet opvallend dat je emoties heel anders zijn als je wordt gevraagd op te komen voor de natuur – je gaapt van verveling – of je territorium te verdedigen – je bent meteen klaarwakker?”

Latour vervolgt, in de vloeiende vertaling van Rokus Hofstede: „Als natuur territorium is geworden, is het vrij onzinnig geworden om het te hebben over een ‘ecologische crisis’, over ‘milieuproblemen’, over de ‘biosfeer’ die moet worden hersteld, gespaard of beschermd. Het is veel vitaler, veel existentiëler – en ook veel begrijpelijker, omdat het veel directer is. Wanneer het tapijt onder je voeten wordt weggetrokken, begrijp je meteen dat je je bezig moet gaan houden met de vloer.”

Hier lokaliseert Bruno Latour de onrust die begint te knagen, een lichte paniek die zich van ons meester maakt. Van abstract actievoerdersideaal wordt klimaat een ervaring van verlies, ontregeling van onze habitat – hete zomers, ongekende orkanen, stijgend water, bezorgde schoolkinderen. Onze leefwereld zelf bedreigd.

Latour verbindt klimaatpolitiek overtuigend met economie en geopolitiek. De ervaring van de wegvallende bodem valt samen met die van een geschonden historische belofte. We botsen op onze eindigheid. De getarte aarde kan niet voor negen à tien miljard mensen de voorwaarden voor The American way of life ophoesten. Dat maakt de belofte van globalisering, de sprong van lokaal naar mondiaal die ons al twee eeuwen voortdrijft, niet langer geloofwaardig. Alleen nog voor de elites. Vandaar een gevoel van verraad bij de ‘achterblijvers’, die van de weeromstuit houvast, grens en bescherming zoeken. Het is volgens Latour dus dezelfde desoriëntatie die momenteel veel West-Europese kiezers naar groene partijen drijft en weer anderen, in Frankrijk en erbuiten, in ‘gele hesjes’ de barricades doet beklimmen. Groen en geel: zelfde strijd.

Lees ook: Hoe klimaatwetenschap en politiek verweven zijn

Op een boekpresentatie, zaterdag in een volle Brusselse theaterzaal, toonde Latour sympathie voor de ‘gele hesjes’. Hij vermeed de clichésociologie van stadsbobo’s tegen plattelanders; de hesjes zijn het actiefst in de wijde regio Parijs. Wel ontwaart hij een politieke beweging die milieu en sociale rechtvaardigheid koppelt. Terwijl links milieukwesties lang liet uitspelen tegen sociale gelijkheid (‘Greenpeace versus alle arbeiders een auto’) zit in de hesjes een ‘politieke energie’, die aandacht vraagt voor lokale verdeling van grond en hulpbronnen in tijden van schaarste.

In tegenstelling tot China en Europa steigert Amerika voor deze werkelijkheid. Trumps terugtrekking van Amerika uit het mondiale klimaatakkoord, mei 2017, vindt Latour zeer verhelderend. Klimaatontkenning, doen alsof de aarde toch oneindig is, het past naadloos bij Trumps geopolitiek van agressief isolationisme. In parafrase: Wij, Amerikanen, behoren niet tot dezelfde aarde als jullie. Die van jullie mag dan bedreigd zijn, die van ons zal dat niet gebeuren!

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, historicus en hoogleraar Europees recht (Leiden). Zijn column is wekelijks.
    • Luuk van Middelaar