Foto Robin Utrecht

Max Caldas: ‘Hier zijn mijn schouders, het komt wel goed’

WK hockey Pakken de hockeyers op het WK in India na twintig jaar weer eens de titel? Bondscoach Max Caldas wil niet meer bezig zijn met winst of verlies.

Drie dagen voor het vertrek naar India. Max Caldas zit in de lounge van het Wagenerstadion. De laatste oefensessie voor het WK zit erop. De bondscoach geniet nog even na van de „fenomenale partijtjes”, waarin het zelfs zo fanatiek werd, dat er ruzietjes kwamen. „Een toptraining”, zegt Caldas (45).

De laatste dagen voor het WK gunt hij iedereen tijd voor zichzelf. „Ik ga vader zijn, de kinderen naar school brengen. Misschien nog met mijn vrouw naar de film, een beetje fietsen.” Even geen hockey. Hij is al zo weinig in Leiderdorp. De twee ridgebacks blijven lui liggen als hij binnenkomt. Ook van zijn kinderen krijgt hij niet altijd de gewenste respons. Als geboren Argentijn spreekt hij Spaans tegen ze, maar tot zijn frustratie antwoorden ze alle vier meestal in het Nederlands. Wat hij dan weer niet vreemd vindt: in een tweetalige opvoeding moet je tijd investeren. Een minpuntje noemt hij het. „Het maakt me ervan bewust hoe vaak ik van huis ben. Dus thuis moet ik er ook echt zijn. Het gaat om de kwaliteit die ik lever, als man, als vader, als coach.”

Vijf dagen eerder. Caldas arriveert op de fiets van zijn assistent Taco van den Honert bij Anno 1890, het Amstelveense café vlak bij het Wagenerstadion. Hij is drie kwartier later dan afgesproken. De ochtendtraining, door fileleed al later begonnen, is deze donderdag uitgelopen. De vijfde training in drie dagen was „stroperig”. De irritatie, door vermoeidheid, zat de hockeyers op de huid. „Ik was ook prikkelbaarder. Maar een evaluatie met spelers en staf, zoals die direct na afloop van elke training plaatsvindt, heeft de hobbel weggenomen. „Strik erom, tijd voor de pers en vanmiddag gewoon weer trainen.”

Het is de vierde week van de voorbereiding op het WK in Bhubaneswar. Caldas heeft sinds 22 oktober de beschikking over de internationals. Met deze voorbereiding kan Nederland goed zijn in India, is zijn overtuiging. Waarbij hij nadrukkelijk wijst op de rol van de clubs, die hun internationals toestemming gaven om in augustus ook met het Nederlands elftal een keer per week te trainen, tijdens de seizoensvoorbereiding van de hoofdklasseteams.

Beter worden

Het goede gevoel past bij wat Caldas „de kentering in mijn verhaal” noemt. Voorheen zou hij een paar weken voor het WK gestresst zijn geweest, zou hij denken dat er niet genoeg gedaan was. Nu heeft hij dat gevoel geparkeerd en denkt hij: dit is wat het is. Al acht jaar bondscoach – in 2010 begonnen bij de vrouwen, inmiddels alweer vier jaar bezig bij de mannen – ontwikkelt hij zich nog steeds. Evolueren past bij wie hij is, bij wie hij wil zijn. „Ook al ben je goed, het is de kunst om toch beter te worden. In de sport is goed zijn niet genoeg, de anderen doen ook mee.”

De tekst loopt door onder de foto.

Bondscoach Max Caldas (midden) spreekt zijn ploeg toe tijdens de Hockey World League vorig jaar in India. „Het gaat erom wat de spelers willen, niet zozeer wat jij wilt.” Foto Koen Suyk/ANP

Hij doelt specifiek op het mannenhockey. De internationale context waarin dat wordt gespeeld is volgens hem anders dan bij de vrouwen. „De kracht van de Nederlandse vrouwen is hun eigen hoge niveau”, zegt hij. „Maar de rest is gewoon minder geworden. Als wij straks de kwartfinale halen, spelen we waarschijnlijk tegen India of België. Zeg het maar? Een WK winnen is niet zo makkelijk als men denkt. Dat is alleen maar mooi, want dat geldt ook voor de andere landen.”

Caldas wil niet meer bezig zijn met winnen of verliezen. En al helemaal niet met mensen die vinden dat het hoog tijd is voor een vierde Nederlandse wereldtitel, de eerste sinds 1998. Hij heeft geleerd dat hij buitenstaanders niet moet willen overtuigen, maar het internationale hockey is wél enorm veranderd in de afgelopen twee decennia, stelt hij vast. Het is een dynamischer, fysiek veeleisender en snellere sport geworden. Natuurlijk, er zijn nog steeds pure verdedigers of scorende spitsen, maar vrijwel elke speler beschikt tegenwoordig over „multiskills”.

Caldas vindt zichzelf ook veelzijdiger dan hij was. Hij stelt vaker vragen in plaats van de antwoorden te geven. „De frustratie van een coach is dat je dingen ziet zoals jij denkt dat ze zijn. Maar het gaat erom wat de spelers willen, niet zozeer wat jij wilt. Zij moeten de ruimte hebben om in het veld te doen wat ze voelen.” Hij is rustiger geworden langs de lijn. Het voorwerk is gedaan op de trainingen, en tijdens de wedstrijdbespreking in het hotel. Voor Caldas daarna geen peptalks meer. „De bus en de kleedkamer behoren de spelers toe.”

Lessen na Rio

Het contrast met Rio is groot. Rio, waar Nederland op de Spelen van 2016 teleurstellend als vierde eindigde. De Oranje-hockeyers prolongeerden vorig jaar voor eigen publiek de Europese titel, maar ja, wat zegt dat over de kansen op het WK? „Het zijn onvergelijkbare situaties”, zegt Caldas, die zichzelf in Brazilië bewust neerzette als de alwetende coach op afstand, een die precies wist wat de spelers moesten doen. „Dat was mijn fout, ik heb mezelf daar verloochend als coach en als persoon.”

Met het mislopen van een olympische medaille kwam ook de kritiek, die nog eens aanzwol toen Caldas mocht aanblijven en de hockeybond aangaf in principe met hem door te willen gaan tot de Spelen van Tokio in 2020. „Het publiek verwacht dat prestaties leidend zijn bij evaluaties van grote toernooien”, zegt Caldas. „Maar het resultaat is een van de onderdelen. Elk gesprek met mijn bazen, stafleden of spelers is een evaluatie. Een medaille bepaalt niet de koers.”

Zelfs bij olympisch goud had Caldas zijn werkwijze aangepast, bezweert hij. „Honderd procent. Ik voelde in mezelf al dat het niet goed zat, daarover had ik voor Rio al met de bond gesproken.”

Hij heeft het achter zich gelaten, het is allemaal „allang bekend” wat er in zijn eerste periode als bondscoach van de mannen is gebeurd. Dat hij vanaf het begin voor de directe confrontatie koos met zijn spelers over hun manier van trainen, hun manier van leven, over alles. Dat elk onderwerp leidde tot „een discussie waarin elke afslag mogelijk was, omdat er geen basis was”. Het kostte vooral heel veel energie. Nu is de koers uitgestippeld, en is iedereen het erover eens dat het de juiste is, zegt Caldas. „De discussies die we met elkaar voeren, dragen bij aan die koers.”

Terug naar de lounge van het Wagenerstadion, waar Caldas nog even terugblikt op het ‘uitzwaaiduel’ tegen Ierland. Niet vanwege de 7-1-overwinning, wel door de ambiance op het complex van Hurley. Ruim tweeduizend toeschouwers. „Het is lang geleden dat we zo’n oefenpot hebben gespeeld. Op toernooien zijn we ver weg van de mensen. Nu waren we onderdeel van ze.” Hij genoot van de honderden kinderen die op de wedstrijd waren afgekomen, van alle handtekeningen die hij moest zetten, van de onvermijdelijke selfies . „Een verslaggever van de Volkskrant – hij is nieuw – had dit nog nooit gezien. ‘Doen jullie dit altijd?’, riep hij verbaasd. Het hoort bij onze sport, zo zijn wij.”

De tekst loopt door onder de foto.

Foto Robin Utrecht

Hij heeft zich voorgenomen nog toegankelijker te worden, nog opener. Om zijn pet en zonnebril af te blijven doen bij interviews. Caldas is in India weer wekenlang het gezicht van het Nederlandse hockey, en daar is hij zich bewust van. Hij wil op het WK vooral rust uitstralen, en vertrouwen in wat zijn spelers aan het doen zijn. Vandaar dat er in de voorbereiding veel ruimte was voor het individu. Je kunt op de 32-jarige Jeroen Hertzberger, vader van twee kinderen, en de 19-jarige Jorrit Croon, die op kamers woont, niet dezelfde regels toepassen, stelt Caldas. „Hoe blijer een speler is, hoe meer we daarvoor terugkrijgen.”

Het zijn voortschrijdende inzichten voor Caldas, die zichzelf kan verliezen in het bedenken van noviteiten. Hij is rusteloos, nieuwsgierig van geest. Net als zijn zoons. De oudste maakte laatst voor de zoveelste keer de hele familie wakker maakte door te luidruchtig met lego te spelen. „Toen ik hem vroeg waarom hij niet in bed boekjes was blijven lezen, zoals de afspraak is, zei hij: ‘Pap, ik vond het zonde van mijn dag, ik had zin om dingen te doen’. Daar herken ik mezelf in. Mijn vrouw kan de snoozeknop tachtig keer indrukken, ik ben voor de wekker al weg.”

Opvoedhandboeken

Caldas voedt zijn nieuwsgierigheid met boeken. Hij pakt zijn iPad om zijn digitale bibliotheek te tonen. Opvoedhandboeken, biografieën van Pep Guardiola en Einstein, politiek-historische werken; alles behalve romans. „Fictie kan ik niet waarderen. Ik word er onrustig van.”

Altijd is hij bezig met de vraag wat hij beter zou kunnen doen, wat er anders moet. Laatst las hij over het begrip ‘commander’s intent’, het hogere doel achter een militaire operatie of missie. Caldas gebruikte het aan het begin van de week die de hockeyers in de WK-voorbereiding in Valencia doorbrachten. Hij vroeg zijn spelers wat ze, buiten het winnen van het vierlandentoernooi, die dagen nog meer graag wilden bereiken met elkaar. „Daar kwam uit dat het eigen spel centraal zou staan en dat kleine besprekingen in groepjes geleid zouden worden door spelers. Het is zo goed bevallen dat we het daarna niet anders meer hebben gedaan.”

Op het WK wacht zaterdag Maleisië; aan het duel tegen Duitsland (5 december), laat staan dat tegen Pakistan (9 december), wordt nog niet gedacht. De hockeyers willen het WK „day to day” beleven. Dat past ze het best. Caldas zal dicht bij ze zijn, hij staat „meer dan ooit” midden in de groep. „We zullen in India moeilijke momenten meemaken, tijdens, voor en na een wedstrijd. Dan zeg ik: hier zijn mijn schouders, het komt allemaal goed.”

    • Rogier van 't Hek