Senaatsvoorzitter Ankie Broekers-Knol ziet verantwoordelijkheid voor politieke partijen om integriteitsschendingen te voorkomen.

Foto: Bart Maat/ANP

Mag een senator Shell-commissaris zijn?

belangenverstrengeling

Senaatsvoorzitter Broekers-Knol gelooft niet in regels om integriteitsschendingen tegen te gaan. Senatoren moeten elkaar scherp houden.

Senaatsvoorzitter Ankie Broekers-Knol (VVD) is zo’n beetje het enige Eerste Kamerlid dat geen dubbele petten draagt. Ze zit wel in een enkele jury, adviesraad of stichtingsbestuur, maar op 72-jarige leeftijd heeft ze geen andere baan dan het voorzitterschap. In tegenstelling tot bijna al haar collega’s, van wie de integriteit daarom soms in twijfel wordt getrokken. De laatste tijd zo vaak en sterk, dat de senaat zelf besloot dat er maatregelen genomen moeten worden. Of beter gezegd: maatregeltjes. Die moeten binnenkort bekrachtigd worden in een openbaar debat over de eigen integriteit van senatoren, zo kondigt Broekers aan.

„Wat ik vaak mis in de discussie over integriteit is: wij zijn parttime politici. Wij zijn één dag Kamerlid en hebben daarnaast een baan, of een baan gehad. Dat betekent dat we verweven zijn met de maatschappij”, wil zij eerst gezegd hebben. Dat geeft de senaat meerwaarde, maar gaat ook gepaard met extra verantwoordelijkheden. „Iedereen hier moet zich heel goed afvragen: wat kan ik er wel naast doen en wat niet.”

Periodiek raakt een senator in opspraak. Omdat hij buiten de Eerste Kamer iets heeft gedaan waar schande van wordt gesproken. Of omdat zij beschuldigd wordt van belangenverstrengeling. Sinds de huidige senaat 3,5 jaar geleden gekozen werd, zijn er vier schandalen geweest. VVD-fractievoorzitter Loek Hermans stapte op nadat de Ondernemingskamer hem had veroordeeld wegens wanbeleid bij zorgconglomeraat Meavita (die beschikking werd later door de Hoge Raad vernietigd en de zaak werd geschikt). PvdA-fractievoorzitter Marleen Barth vertrok nadat ze had geprobeerd af te dingen op de huur van de burgemeesterswoning van haar man. Haar opvolger André Postema was snel weer fractievoorzitter af, toen misstanden aan het licht kwamen bij het vmbo dat hij leidde. En recentelijk werd onthuld dat Anne-Wil Duthler het ministerie van Volksgezondheid had geadviseerd over een wet waar ze later zelf mee instemde.

Duthler had in de fractie gemeld dat het adviesbureau dat haar naam draagt aan de Wet maatschappelijke ondersteuning had meegeschreven, en zich vervolgens niet met de inhoudelijke discussie bemoeid, vertelt Broekers. Maar op haar lijst van nevenfuncties, die de Eerste Kamer na een streng advies van de Raad van Europa sinds enkele jaren bijhoudt, is Duthler niet specifiek over wie zij adviseert en waarover. Dat register, geeft Broekers toe, is niet altijd volledig of up-to-date. Dat moet beter, zo is nu afgesproken.

Eigen verantwoordelijkheid

De vraag is wiens verantwoordelijkheid het is om senatoren in het gareel te houden? En welk gareel dat dan moet zijn. Volgens Broekers is de volgorde helder: „Ik vind dat politieke partijen daar een verantwoordelijkheid voor hebben. Zij moeten goed kijken, wie stellen we kandidaat? Zijn daar soms mensen bij die zich alleen maar melden omdat ze het belang dat ze dienen in de senaat naar voren willen brengen?” Dat is extra relevant nu partijen de laatste hand leggen aan de selectie van kandidaten voor de senaatsverkiezingen van mei volgend jaar. „Daarna is het nodig om elkaar in fracties aan te spreken: wat kan er wel en wat kan er niet. En het is natuurlijk vooral de verantwoordelijkheid van het individu zelf.”

Is het niet ook de verantwoordelijkheid van de Eerste Kamer zelf regels op te stellen? Broekers erkent dat het aanzien van het instituut zelf geschaad wordt wanneer er weer een senator in opspraak is. „Maar ik vind niet dat wij kunnen bepalen wat wel en niet mag. Waar ligt de grens? Zou iemand niet commissaris mogen zijn bij Shell, omdat het een groot bedrijf is, maar wel directeur van een goededoelenorganisatie? Mogen hoogleraren niet stemmen over het wetenschappelijk onderwijs of hun vakgebied? Zo werkt het niet.”

Kritiek richt zich vaak op senatoren die belangen hebben in het bedrijfsleven of optreden als lobbyist. Maar Broekers vindt het kwalijker dat collega’s verschillende rollen vertolken binnen een partij of zelfs binnen de trias politica. Rechter en senator zijn is niet verboden. Maar Broekers noemt het „verstandig” dat het in de praktijk niet meer voorkomt dat mensen die functies – wetgevend en rechtsprekend – combineren.

Wat nog wel gebeurt: in sommige fracties, bijvoorbeeld de PVV, zitten leden die ook lid zijn van een gemeenteraad of Provinciale Staten, en zo dus zichzelf verkiezen in de senaat. Anderen zijn lid van de uitvoerende macht, als burgemeester. En verschillende mensen adviseren de ministeries die ze ook controleren. Alexander Rinnooy Kan doet dat als één van zijn ruim zestig nevenfuncties. Desgevraagd zegt Broekers dat sommige situaties „een beetje bizar” zijn of „eigenlijk niet kunnen”. Maar ze wil geen personen of partijen aanwijzen.

„Als we iets willen verbieden moeten we het bij wet regelen. Dat is niet op te lossen in ons reglement van orde. Stel je voor, moet ik dan naar een senator toe om te zeggen: wat jij doet kan niet. En dan? Iemand dwingen om op te stappen? Dat kan niet. Ik ben niet tegen regels, maar de vraag is of je daarmee problemen afdekt die zich in de pers manifesteren.”

Twee jaarlijkse integriteitssessies

Wat gaat de senaat dan wél zelf doen om problemen te beperken? Daar is sinds de rel rond Anne-Wil Duthler achter gesloten deuren druk over overlegd tussen fractievoorzitters. „We hebben casussen en dilemma’s besproken en dat werkt. We hebben besloten dat we twee keer per jaar zo’n sessie met elkaar organiseren. Want als er meer openheid over bestaat en er een specifieke gelegenheid voor is, durven collega’s elkaar wel aan te spreken met ‘ik zie dat jij dit doet, is dat nou wel verstandig’.”

Op 18 december organiseert de senaat een hoorzitting met deskundigen. Door buitenstaanders is gesuggereerd dat leden zich bij verstrengelde belangen van stemming zouden moeten onthouden. Broekers ziet er meer in dat Eerste Kamerleden voor debatten een disclaimer uitspreken als zij of iemand van hun fractie een belang heeft of een rol speelt bij het wetsvoorstel dat voorligt. Begin volgend jaar houdt de senaat daar dan een openbaar debat over, wat moet leiden tot duidelijke afspraken. Dat de incidenten daarmee voorbij zijn, dat gelooft de VVD’er niet. „Er zullen altijd dingen mis blijven gaan.”

    • Emilie van Outeren