Moet je je kind wel of niet in de Sint laten geloven?

Wel/niet geloven Is het eigenlijk wel goed voor kinderen om in Sinterklaas te geloven? Ja, zegt Francisca Wals, het Sint-spektakel is een fictie, geen leugen. Nee, zeggen sommige ouders, je moet niet tegen de kinderen liegen.

Foto ANP, 1967

Ja, zegt Francisca Wals, kinderen leren er wat van

Humankind cannot bear very much reality.” T.S. Eliot schreef het in 1935, ikzelf ondervond het op een novemberavond in 1996. Halverwege mijn rituele verkleed-als-piet-drieweekse beweerde mijn moeder dat Sinterklaas niet bestond. Haar bewijsvoering bestond uit een cadeautje dat ik bovenaan mijn verlanglijst had gezet.

Ik was zes en ik was woedend. Uiteindelijk sloten we een compromis: de pieten kwamen hun pakjes niet via de schoorsteen brengen maar belden beneden aan. Mijn moeder verzorgde dan het laatste gedeelte van het traject, met als eindbestemming mijn schoen.

Afgelopen zaterdag schreef Tommy Wieringa in NRC hoe zijn dochter hartverscheurend huilde toen ze van haar sinterklaasgeloof viel. „Ze klampt zich vast aan haar geloof, ze zoekt wanhopig bewijzen van zijn bestaan.” De dramatische ontluistering die op het verscheuren van een sprookje volgt, is kennelijk min of meer universeel.

Hoe heftig zal die ontgoocheling nu voor kinderen zijn, dacht ik tijdens de tv-uitzending van de Sinterklaasintocht. Dieuwertje Blok bracht live verslag uit, via een oortje had ze contact met pieten en cameramensen in Zaandam. In ‘mijn tijd’ was er alleen de pakjesavondspecial van Sesamstraat, en daar stapte ik na mijn afvalligheid relatief gemakkelijk overheen. Voor wie met Het Sinterklaasjournaal is opgegroeid is dat ongetwijfeld een harder gelag.

Lees hier de column van Tommy Wieringa: De troost van Dieuwertje

„Geen betovering zonder ontluistering, geen zin zonder onzin”, schreven de Vlaamse filosofen Arnold Burms en Herman De Dijn eind vorige eeuw. In hun boek De rationaliteit en haar grenzen stelden zij dat mensen niet alleen manipulatieve en cognitieve, maar vooral zingevende wezens zijn. Een waardevol leven bestaat niet uit spullen kopen of natuurkundige fenomenen doorgronden, maar bij gratie van „een betekenisgeheel dat tot de verbeelding spreekt”.

Het zijn overtuigingen, verhalen en mythes die onze levens vorm en kleur geven, bedoelden ze daarmee. Dat die zo nu en dan niet blijken te kloppen is pijnlijk maar essentieel. Vergelijk het met een verliefdheid, schreven Burms en De Dijn. Als je er met een vingerknip voor zou kunnen zorgen dat de ander ook van jou houdt, is die liefde weinig waard. Juist de mogelijkheid van afwijzing geeft al dan niet beantwoorde liefde betekenis. Ontluistering is een double edged sword, wilden ze maar zeggen. Verlies van geloof of hoop kan verschrikkelijk zijn, maar een werkelijkheid die ons op de wenken bedient is dat evenzeer. Zin en betekenis veronderstellen nou eenmaal de periodieke tegenwind van een weerbarstige realiteit.

Een beetje tegenslag, daar krijg je karakter van

U voelt ’m vast al aankomen: dit filosofische traktaat laat zich prachtig vertalen naar het Sinterklaasverhaal. Zo bezien vormt dat een knusse testomgeving om te stuntelen met magie, feiten en verlies. Het biedt een uitgelezen kans voor een dosis relativeringsvermogen. Wie zijn of haar kinderen een gedeeltelijke instorting wil besparen door van meet af aan ‘eerlijk’ te zijn, ontneemt hun daarmee een wezenlijke les. Een heilig geloof in de Waarheid heeft immers heel wat slachtoffers gemaakt.

Daarbij is het jaarlijkse spektakel dan wel een fictie, maar geen leugen. Een Instagram-fotootje waarop Femke Halsema de ‘stadssleutel van Amsterdam’ aan de Sint uitreikt, sprak óók tot mijn verbeelding. Een verklede acteur met nepsleutel bracht een wereld tot leven zoals ook films en boeken dat kunnen doen. Die suspension of disbelief waar literatuur en cinema op teren vereist het vermogen van een tot wasdom gekomen kinderfantasie.

Geruisloos was ik gepromoveerd tot Groot Kind

Een beetje tegenslag, daar krijg je karakter van, zoals mijn moeder graag zegt. Hoe ikzelf uiteindelijk van mijn Sinterklaasgeloof stapte herinner ik me niet meer goed. Erg pijnlijk kan het niet zijn geweest. Het jaar nadat mijn moeder en ik ons pietenakkoord sloten, had ik door dat de Sinterklaas op school gewoon de vader van een vriendinnetje was. De Sint van 5 december bleek mijn oom.

Geruisloos had zich een rituele passage voltrokken, en was ik gepromoveerd tot Groot Kind.

Foto Spaarnestad/HH, 1950

Nee, zeggen deze ouders: ‘Zo open en eerlijk mogelijk zijn’

De dochter van Afke van het Meer (48) brulde op haar vierde de hele dorpsstraat bij elkaar. Tijdens de intocht in Baarn stond ze doodsangsten uit – vooral voor Sinterklaas. En toen kort daarna de ontmoeting met haar idool, tekenfilmfiguur ‘Dora’, ook uitmondde in een mislukking, besloot haar moeder haar „de waarheid” op te biechten. „Haar hele bed staat vol met knuffels, maar zodra iemand een verkleedpak aantrekt, raakt ze in paniek.”

Haar dochter wist dus al op haar vierde dat Sinterklaas een verklede man is – dat het net zo goed haar eigen vader met baard en mijter kan zijn. Afke van het Meer geeft toe dat zij niet heel hard voor de illusie heeft gevochten: „Ik ben zelf als de dood voor clowns. Mij krijg je met geen stok een circustent binnen.”

Hoeveel kinderen in Nederland in Sinterklaas geloven weten we niet. Gaan we af op de kijkcijfers van Het Sinterklaasjournaal (gemiddeld ruim 925.000 kijkers) – dat volledig in het teken van de illusie staat – dan lijkt dat geloof voor veel jonge kinderen de norm.

Wie zijn de ouders die daarvan afwijken? Die ervoor kiezen hun kinderen van jongs af te vertellen dat het om een spel of een theaterstuk (hun woorden) gaat? Drie moeders willen wel uitleggen waarom – met één belangrijk voorbehoud: noem hen geen ‘Sinterklaasontkenners’ of hardnekkige activisten. Hun gezin viert Sinterklaas net zo uitbundig als de rest. Met cadeaus, met liedjes, met pepernoten en bij één van hen wordt er zelfs keihard op de deur gebonsd. „Het enige verschil is dat mijn kinderen nu al weten dat de cadeautjes gewoon van ons komen.”

Nog inspiratie nodig? Lees ook: Cadeautips van NRC: geef eens een klassieker

Voor Marja Odijk (62) was het een schok toen ze op haar zevende ontdekte dat haar ouders al die jaren tegen haar „gelogen” hadden. „Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen tegen mijn eigen kinderen zo’n verhaal op te hangen.” Haar man was het daarmee eens, dus vertelden ze hun drie zoons dat Sinterklaas een spel is. Odijk: „,Net als een boek kun je erin opgaan, maar zodra je het dichtslaat is het voor iedereen duidelijk dat het verzonnen is.”

Hoewel ze niet denkt dat liegen over Sinterklaas voor kinderen per definitie schadelijk is – kreeg haar vertrouwen destijds wel een deuk. „Het voelde alsof ik te min was om eerlijk tegen te zijn.” Marja Odijk voedde haar kinderen op met het voornemen om zo open en eerlijk mogelijk te zijn. „Misschien was het ook de tijdsgeest wel”, zegt ze – haar drie zoons zijn van begin jaren tachtig. „Het overheersende idee was: kinderen zijn gelijken, we namen ze heel serieus. We overlegden veel én legden veel uit.”

In de gezinnen werd afgesproken dat hun kinderen geen andere kinderen van het geloof zouden brengen

Ook voor de andere twee moeders geldt dat zij zich „niet goed voelen” bij het in stand houden van „een leugen”. En dat houdt in dat zij op lastige vragen een eerlijk antwoord geven – maar ook actief de mythe ontkrachten. Voor Saskia van Gent (42), moeder van een dochter van 7 en een zoon van 5, ligt het onderwerp gevoelig omdat haar vader stevig kon liegen, en zij zich daar al op jonge leeftijd bewust van was. „Pas op mijn drieëntwintigste had ik het lef daar wat van te zeggen. Waarom alles mooier voorspiegelen dan het is?” Afke van het Meer had een zus die als kind glashard kon liegen – „waar ik dan vaak de dupe van werd.”

Sint bezoekt dit jaar zeker twintig asielzoekerscentra. Hoe reageren de kinderen op de komst van zwarte pieten?

Al spelen op de achtergrond zo nu en dan nog andere Sinterklaastrauma’s mee. Saskia van Gent herinnert zich van Sinterklaas weinig vreugdevols – zij kreeg ooit „voor straf” een zak zout in haar schoen. Tel daarbij op dat haar man drie jaar geleden zijn baan verloor – precies voor de feestdagen. Toen hun dochter vroeg waarom Sinterklaas wél alle wensen van vriendinnetjes in vervulling liet gaan, gaf dat de doorslag haar het hele verhaal op te biechten. Van Gent: „Hoe moest ik anders uitleggen dat wij dat jaar geen dure cadeaus konden kopen?”

Foto Spaarnestad/HH, jaartal onbekend

In de drie gezinnen werd afgesproken dat hun kinderen geen andere kinderen van het geloof zouden brengen. Volgens Saskia van Gent heeft dat nooit voor problemen gezorgd. Zij wonen in een gereformeerde gemeente. „Mijn kinderen zijn gewend dat de één wel en de ander niet gelooft. Voor Sinterklaas gold hetzelfde principe.” Marja Odijk heeft het voor dit artikel nog even bij haar kinderen nagevraagd: „Mijn zoons hebben er nauwelijks bij stilgestaan. De wetenschap deed niets af aan hun plezier. Ik ben benieuwd welke keuze ze straks bij hun eigen kinderen maken.”

Ze vertelden hun drie zoons dat Sinterklaas een spel is

Overigens is de kinderfantasie standvastig, zo blijkt – of je nu wel of niet over het bestaan van Sinterklaas vertelt: op dringend verzoek van haar zoon zet Saskia van Gent de hele decembermaand het zolderraam open. Dan kunnen de Pieten ’s nachts de schoenen vullen. En als de dochter van Afke van het Meer haar schoen zet, zingt ze niet. Maar wie goed luistert onderaan de trap, hoort haar in de badkamer zachtjes Sinterklaasliedjes neuriën.

    • Lineke Nieber
    • Francisca Wals