Er komt een fantastisch baanaanbod: moet je partner zich dan maar aanpassen?

Gelijkheid Allebei een goede voltijdbaan, jonge kinderen. Wie gaat dan voor, als die belangrijke carrièrekans zich voordoet?

Illustratie Roland Blokhuizen

Een opmerking van haar neef, die vanwege de carrière van zijn vrouw in Los Angeles woont, zette Stephanie Hessing aan het denken. Met twee kinderen kun je wel twee banen hebben, zei hij tegen haar, maar niet twee carrières tegelijkertijd.

Dus toen Hessing (39) zes jaar geleden met haar partner, voor zíjn wetenschappelijke carrière, naar de Verenigde Staten vertrok, bedacht ze: we krijgen er kinderen en in het ergste geval heb ik drie carrièrejaren weggegooid. Hoe moeilijk ze het ook vond haar zekerheden los te laten – een carrière als jurist, een mooi appartement in Leiden, haar vrienden – ze ging mee. „Ik wist al vóór onze eerste kus dat hij dit wilde. Ik denk zelfs dat hij destijds voor zijn carrière zou hebben gekozen, en niet voor mij. Dus ik dacht: grote meid, tanden op elkaar. Want ik wilde een toekomst met hem.”

Hessing en haar partner maken onderscheid tussen het verdiepen van je carrière („echt een stap voorwaarts zetten”) en het verbreden ervan. Dus terwijl hij in de VS zijn wetenschappelijke loopbaan verdiepte, deed zij dat laatste. Ze vond een managementbaan op universiteit Yale, waarin ze vooral haar „softskills ontwikkelde en veel Engels sprak”. Hessing: „Je leert altijd wel wat. En een van beiden moet nu eenmaal wat soepeler kunnen zijn met betrekking tot de kinderen.”

Nadat het gezin, eveneens voor zijn carrière, naar Frankrijk was verhuisd, duurde het niet lang voordat de rollen werden omgedraaid. Zij vond een goede baan als zakelijk directeur van Institut Pascal, onderdeel van de Universiteit Paris-Saclay. Hij besloot de wetenschap te verlaten en ging vanuit huis voor een Nederlandse start-up werken.

Hessing: „Zoals Claire Underwood zegt in de serie House of Cards: nu is het mijn beurt.” Zij is nu kostwinner en wordt benaderd door headhunters. Háár carrière is leidend bij het bepalen wanneer ze terugkeren naar Nederland, en waarheen dan precies. „Hij is nu aan het buitenspelen, ik ga rechtdoor, de verdieping in.”

Hessing en haar partner hebben om beurten een carrière. Wie er aan de beurt is, laten ze afhangen van wat op hun pad komt en wat de beste keuze is voor het geluk van elk gezinslid. Dat vereist „heel veel overleg en elkaar heel veel gunnen”.

Als hoogopgeleide dertiger en veertiger met jonge kinderen behoren zij tot de eerste generatie die hier op grotere schaal mee te maken krijgt. Voor hun ouders was een traditionele rolverdeling – moeder grotendeels thuis, vader kostwinner – nog gebruikelijker. Nu is de arbeidsparticipatie van vrouwen hoger dan ooit: ruim 65 procent van de vrouwen tussen de 15 en 75 jaar werkt, van de mannen is dat ruim 75 procent.

En ondanks het nog altijd dominante anderhalfverdienersmodel in Nederland (driekwart van de vrouwen werkt in deeltijd), komt het ook steeds vaker voor dat partners met minderjarige kinderen allebei in voltijd werken. In 2005 gold dat nog voor 6 procent van de stellen, tien jaar later was dat al 10 procent, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Om beurten carrière maken

Meer stellen moeten er dus samen uitkomen als een van beiden een carrièrekans krijgt, waarvoor bijvoorbeeld een verhuizing noodzakelijk is. Of als er kinderen komen en ze die niet vijf dagen per week naar een kinderopvang willen brengen, iets wat de meerderheid in Nederland niet wil. Dat het in verreweg de meeste gevallen de vrouw is die de man volgt of die snoeit in haar arbeidsuren, staat buiten kijf. Maar het is niet meer vanzelfsprekend, zeker niet bij hoogopgeleide vrouwen. Zij werken vaker en hebben ook vaker dan lager opgeleide vrouwen een grote deeltijdbaan of een voltijdbaan. Zij zijn vaker economisch zelfstandig.

Het is bovendien ook deze groep die even ambitieus is als mannen in vergelijkbare omstandigheden. Zij willen, anders dan gemiddeld voor hun seksegenoten, even vaak veel bereiken in hun werk en doorgroeien naar een hogere functie of toppositie. Dat blijkt uit de Emancipatiemonitor van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) uit 2016, een tweejaarlijks onderzoek naar de (on)gelijkheid tussen vrouwen en mannen.

Deze vrouwen moeten dus echt iets opgeven als hun partner graag naar de VS vertrekt voor een baan, om maar een voorbeeld te noemen. Al is nooit expliciet onderzocht hoeveel stellen hiermee te maken krijgen, het kan een groot probleem zijn voor specifieke groepen, zegt SCP-onderzoeker Anne Roeters. Specifiek als in: allebei een carrière, waaraan op weinig plekken kan worden gewerkt. „En dat komt meer voor onder hoogopgeleiden.” Wetenschappers bijvoorbeeld, die vaak in één onderwerp zijn gespecialiseerd en daarmee niet op elke universiteit terecht kunnen.

Het beurtelings afwisselen van een carrière is een strategie die tweeverdieners vaker toepassen, volgens een al wat ouder Amerikaans onderzoek naar hoe werkende stellen uit de middenklasse werk en gezin combineren. Iets meer dan een derde van de geïnterviewde stellen koos voor trading off. Afhankelijk van hun levensfase en de omstandigheden, hadden ze om beurten de ‘hoofdcarrière’, die leidend was in bijvoorbeeld het aantal werkuren of verhuizingen. Deze stellen „hebben het allemaal”, schrijven de onderzoekers. Veelal ging het daarbij wel om mannen van eind 40 of in de 50, die al een gevestigde carrière hadden voordat ze de vrijheid namen minder te gaan werken. Hun partners pakten dan (pas) hun carrière weer op.

De andere twee strategieën die de onderzoekers vonden pakten meestal uit in het voordeel van de carrière van de man, ook al werden ze vaak gehanteerd vanuit een gelijkwaardige ideologie. Daarbij had de vrouw een ‘gewone’ baan en haar partner een carrière. Of was zij degene die grenzen stelde aan haar werktijden, en sloeg ze promoties en nieuwe banen af als die verhuizen of meer reistijd betekenden.

Recent Nederlands onderzoek (2018) laat zien dat het in Nederland meestal nog zo gaat bij werkende ouders. Zodra stellen kinderen krijgen, worden zowel de rolverdeling als de opvattingen daarover traditioneler. De beste buffer daartegen hebben oudere, hoogopgeleide moeders met een voltijdbaan en een al wat oudere partner.

Stephanie Hessing is zo’n hoogopgeleide moeder die altijd voltijds heeft gewerkt. En die de om-de-beurtstrategie samen met haar partner evenwichtig weet uit te voeren. Hessing: „Ik heb wel het gevoel dat het in balans is. Ik heb er steeds voor gezorgd dat ik óók een baan vond in het buitenland, waardoor hij me bleef zien als een gelijke op werkgebied. Anders wordt het moeilijker om je carrière te bevechten.”

Ze maakten hun carrièrekeuzes van begin af aan bewust. Dat is cruciaal, zegt Tanja van der Lippe, hoogleraar sociologie van huishoudens en arbeidsrelaties aan de Universiteit Utrecht. Want een belangrijke voorspeller voor wiens carrière voorgaat, is wie het meeste loon inbrengt. En dat is vaak degene die de eerste carrièrestap mocht zetten. Van der Lippe: „Het is dan makkelijker en logischer dat diegene ook de tweede en derde stap maakt. Er is moed voor nodig om dat te doorbreken, ook omdat de heersende genderrollen een andere richting op wijzen. Als je dat toch wilt, moet je daar rekening mee houden – van tevoren én tijdens de rit.”

Hakken in het zand

Hoe kunnen stellen dat het beste aanpakken? Esther Kluwer is als psycholoog en als bijzonder hoogleraar gespecialiseerd in conflicten en rechtvaardigheid binnen intieme relaties. De belangrijkste vraag is volgens haar wat de wensen en behoeften zijn van beide partners: in hoeverre is carrière maken belangrijk voor je en in hoeverre is de zorg voor de kinderen dat?

„Veel Nederlandse ouders willen graag zelf voor hun kinderen zorgen. Als de een dat belangrijker vindt dan de ander, is dat medebepalend voor je onderhandelingspositie.” Andere vragen: welke belangen staan er op het spel, zoals de impact op de financiën als degene met het hoogste salaris minder gaat werken, en welke barrières zijn er? Wordt het op het werk bijvoorbeeld geaccepteerd als je ouderschapsverlof opneemt of in deeltijd gaat werken? Is het makkelijk of moeilijk om op een andere plek een nieuwe baan te vinden?

In Frankrijk gaan bijna alle kinderen vijf dagen per week naar de crèche. Lees ook: De dwang van de Nederlandse deeltijdcultuur

Het moeilijkste is dat mensen vaak blijven hangen in standpunten, zegt Kluwer. „Als je zegt: natuurlijk doen we dit, want het levert heel veel geld op, dan wals je over een heleboel andere belangen heen. We zijn geneigd onze eigen standpunten te poneren en vinden het moeilijk door te vragen naar de behoeften van de ander. Als we ons bedreigd voelen, bijvoorbeeld omdat onze partner wil verhuizen, dan zetten we onze hakken in het zand.”

Het is volgens Kluwer niet vanzelfsprekend dat de ene partner zich aanpast als de andere een fantastisch baanaanbod krijgt. „Want dat kan enorm gaan wrikken. Net als omgekeerd: als dat geweldige aanbod moet worden afgeslagen. Kijk dus heel goed naar de voors en tegens voor beide partners én voor de rest van het gezin. Het belang van kinderen die worden weggerukt uit hun sociale omgeving kan bijvoorbeeld ook meespelen.”

Elke stap in een carrière vraagt om opnieuw nadenken en onderhandelen, zegt Tanja van der Lippe. En dan kán het dus wel: om beurten kiezen voor een carrière. „Als je die vrijheid neemt, geef je natuurlijk ook dingen op. Misschien verdien je met elkaar wat minder, dat is de prijs die je er mogelijk voor betaalt.” Maar aan de andere kant: dertigers en veertigers van nu moeten langer doorwerken dan de oudere generaties. Ze hebben dus ook meer tijd om carrière te maken. „En als partners vaker om en om de hoofdcarrière hebben, zullen ook werkgevers daaraan wennen. Dan wordt dat doorbreken van de heersende rolpatronen vanzelf gemakkelijker.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Anne Dohmen