Opinie

    • Hugo Camps

John en Johan

Johan Derksen heeft de provocatie nodig om te zijn wie hij is. Contramine als levensideaal. Hij gaat niets en niemand uit de weg in zijn danspasjes naar leuke anarchie. Althans, dat is zijn handelsmerk. Man met de grootste schreeuw. Als Feyenoord zondag van PSV verliest, zal het hem weinig moeite kosten om het legioen aan te hitsen tot een Franse colère. De analist van Veronica Inside kan het stoken niet laten. Waar brandjes uitbreken, blaast hij mee met de wind, want zijn opperste genot is rebellie. En altijd ten voordele van zijn tv-programma. De vrijbuiter laat desnoods stenen vechten.

Er is een andere Derksen. Man van blues en innigheid met vrouw en kind. Al moeten ook zij eerst worden afgeblaft. In avonduren op de canapé ontstaan schuld en spijt, maar dat geeft hij nooit toe. Toch ben ik getuige geweest van zijn vertwijfeling over de persoonlijke aanvallen en de gestichte brandhaarden. Hij weet perfect wanneer hij te ver is gegaan, en zijn toevlucht neemt tot een arsenaal aan schijnbewegingen. Zijn verbale rodeo’s zijn als design van zijn leven. Hij, Johan Derksen, is de enige kerstboom in huis die licht en genade brengt. Hij waant zich geroepen tot spreekplicht over het onzegbare. Respect is ondergeschikt aan zijn humor, dat weet zelfs de groenteboer.

In het Frans noemen ze het type-Derksen un caractériel. Moeilijk te dresseren voor natuur en cultuur, voor nuance en algemeen belang. Zijn ultieme roeping is vogelverschrikker zijn van het Nederlandse voetbal.

Lees ook: ‘Derksen weet niet hoe diep het verdriet en angst zitten bij lhbt-jongeren’

Daarbij gaat hij soms uit de bocht. Zoals nu weer met zijn plaagstoten naar homo’s en lesbo’s. Het is zelfs geen overtuiging, het is vooral spel. Johan Derksen is geen homofoob, maar Vuittontasjes werken op zijn zenuwen. Zijn tolerantie voor de islam is overigens beperkter.

Derksen is een product van de Nederlandse voetbalcultuur. Hij heeft dedain voor vrouwenvoetbal, lacht om homomaniertjes, is een rechtse bal die uit mercantiele overwegingen breeddenkend doet. Hij wil voetballers met haar op de tanden, geen jeanetten die toch altijd ontsporen als juffertjes. Derksen is vooral commentator van het verzet tegen nieuwlichterij. Jaap Stam, Johan Boskamp en Rinus Israël zijn z’n mascottes. De laatste tijd vragen makers van latenightshows hem ook naar zijn maatschappelijke bewogenheid. Die houdt niet over, zegt hij zelf trots. Nee, hij is geen mensenvriend.

Ik zal nooit het etentje in Haarlem met arbiter John Blankenstein vergeten. John had zich geuit als homo die er alles aan wou doen om de middeleeuwen uit het voetbal weg te slepen. Hij wou dat voetballers het lef hadden om uit de kast te komen. Zelf kreeg hij tijdens het fluiten van wedstrijden alle mogelijke bagger over zich heen. Pervert, pedo, kinderverkrachter en wat al voor genetische afwijkingen werden hem naar het hoofd geslingerd. John negeerde de primitieve verwensingen en floot dapper door.

Toch, die avond in Haarlem bij het smullen van een coucou de Malines à l’orange bekende hij dat hij eraan gedacht had te stoppen met arbitrage. „Mijn vriend neemt al die scheldpartijen persoonlijk op en dat kan ik niet toelaten. De koren in de stadions hebben van mij een beul gemaakt.” Er viel een traantje. John voelde zich eenzaam en alleen. Alleen al voor de geweldige tolerantie van John Blankenstein had Johan Derksen zijn ruige homograpjes moeten stileren. Lachen is niet om het even waar gezond.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.

Correctie (30 november 2018): in een eerdere versie werd nog gesproken over Voetbal Inside in plaats van Veronica Inside.

    • Hugo Camps