Is de harmonica van een bus een gevaarlijke plek om te staan?

Durf te vragen Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag. Vandaag: waarom staan in een bus, waar dan ook, net iets gevaarlijker is dan zitten.

Het beweegbare deel van een harmonicabus is meestal de laatste plek waar je wilt staan: de vloer beweegt er, de muren ook, je moet je evenwicht bewaren bij elke bocht, je bil raakt klem tussen de balg en er is kans op wagenziekte omdat je niet naar buiten kunt kijken. Maar, hoe gevaarlijk is het om hier te staan als de bus botst? Dat vroeg een lezer zich af.

Harmonicabussen, ook wel gelede bussen genoemd, bestaan uit twee of drie delen met een scharnierstuk ertussen. Ze rijden al meer dan een halve eeuw door Nederland. Onder de vloer van het buigbare stuk zit een systeem dat de twee busdelen met elkaar verbindt. De muren bestaan uit vouwbalgen, bedekt met siliconenstof die UV-werend, warmtevasthoudend, scheurbestendig en brandveilig is.

Op het oog lijkt zo’n harmonicagedeelte te fungeren als kreukelzone bij een botsing. „Maar dat is absoluut niet zo”, zegt de woordvoerder van Hübner Group, een Duits bedrijf dat sinds 1952 de buigbare gedeeltes maakt voor bussen, trams, metro’s en treinen. „Het harmonicadeel is net zo veilig als de rest van de bus, het lijkt zelfs stabieler”, zegt hij.

Alle bussen die in Nederland rijden zijn goedgekeurd door de Rijksdienst voor het Wegverkeer en voldoen aan de Europese veiligheidseisen, voor alle zit- en staplaatsen. „Stadsbussen rijden vrij langzaam en de werkelijkheid wijst uit: er gebeuren heel weinig ongelukken mee”, zegt Riender Happee, die 15 jaar onderzoek deed naar botsveiligheid bij TNO, en nu werkt bij de TU Delft. „Statistisch gezien is het gevaar voor buspassagiers dus verwaarloosbaar klein.”

Uit onderzoek van Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) blijkt dat ook. In 2011 publiceerde ze een studie naar ongevallen in het openbaar vervoer. Tussen 2000 en 2009 vielen er gemiddeld een kleine 200 slachtoffers (doden en gewonden) per jaar bij ongevallen met bussen, trams, metro’s en treinen. Van de slachtoffers zat 10 procent in het openbaar vervoersmiddel, de overige 90 procent bestond uit voetgangers, fietsers, scooterrijders en automobilisten die ermee in botsing kwamen.

Hobbel in de weg

In een andere studie van de SVOW uit 2003 staat dat de mensen die gewond raken in een bus, het letsel meestal oplopen doordat een buschauffeur al begint te rijden voordat een passagier is gaan zitten, doordat een chauffeur een hobbel in de weg mist, of een noodstop moet maken. Passagiers kunnen dan uit hun stoel vliegen.

Gjalt Rameijer, woordvoerder van busmaatschappijen Connexxion en Hermes, reageert per e-mail dat, „voor zover hij kan nagaan”, er geen enkel incident geweest is waarbij de harmonica van een gelede bus invloed had op het letsel van een passagier.

Wat zou er in theorie kunnen gebeuren bij een flinke botsing? Er zijn twee manieren van kreukelen, zegt Happee. „Het voertuig kan in de lengte korter worden, of het kan gaan zigzaggen.” Dat laatste zie je wel gebeuren bij ernstige treinongevallen in bijvoorbeeld India, legt hij uit, „waar minder op de snelheid en veiligheid gelet wordt. Dan zie je wel dat de trein ombuigt op de scharnierpunten. Mensen zijn daar dan toch het kwetsbaarst voor beknelling.”

Maar in harmonicabussen maakt hij zich, zoals gezegd, geen zorgen. Bij een botsing maakt het niet uit waar je in de bus zit. Iedereen ondervindt bij het afremmen dezelfde kracht. Zitten is wel veiliger dan staan. Want dan word je tegengehouden door de stoel voor je.

    • Anne Martens