Alle ogen zijn op Trump en Xi gericht bij G20

China vs Amerika

De ontmoeting van president Trump en president Xi op zaterdagavond moet een diepe crisis voorkomen.

Chinezen wachten op president Xi Jinping voor het begin van de G20 top in Buenos Aires Foto Sergio Moraes/ Reuters

Er staat hoogstwaarschijnlijk Argentijnse biefstuk op het menu. Maar dat is meteen ook het enige wat we weten over het diner van Xi Jinping en Donald Trump, deze zaterdag in Buenos Aires, in de marge van de G20.

In theorie is het mogelijk dat Xi zich tijdens het diner zo onheus behandeld voelt door Trump dat hij gewoon besluit op te stappen. Vicepresident Mike Pence schoffeerde China de laatste tijd geregeld. Zo stelt Pence bijvoorbeeld dat het eigenlijk Amerika was dat China aan zijn nieuwe welvaart heeft geholpen, waar in China met grote verontwaardiging op werd gereageerd.

Toch stapt Xi vast niet echt op. Hij is er niet op uit om de relatie met de VS te verbreken of verder te bemoeilijken. Voor China zou een koude oorlog, waarin de grootmachten tegenover elkaar staan zonder dat ze elkaar echt aanvallen, een regelrechte ramp zijn. China is nog te sterk afhankelijk van de VS als afzetmarkt, maar ook als bron van hoogtechnologische kennis en techniek.

De kans op een koude oorlog wordt wel steeds groter. Hank Paulson, voormalig Amerikaans minister van Financiën, zei onlangs in Singapore dat hij bang was voor een „lange winter” in de relaties en voor een „economisch ijzeren gordijn”. Paulson werkte namens de VS nauw samen met China om de gevolgen van de financiële crisis van 2008 te beperken.

Als beide leiders elkaar op deze top niet vinden, verhogen de VS per 1 januari de huidige importheffingen op Chinese goederen van 10 naar 25 procent, en voeren ze nieuwe heffingen in op alle nog niet belaste Chinese goederen – goederen met een waarde van 267 miljard dollar.

Een term uit de Culturele Revolutie wordt nu in China weer gebruikt

Pieter Bottelier, voormalig hoogste vertegenwoordiger van de Wereldbank in China, zegt als antwoord op schriftelijke vragen van NRC dat de top: „ de ‘laatste kans’ kan zijn om een ramp in de bilaterale relatie te voorkomen.” Hij voegt toe: „De hele wereldeconomie zou daar diep onder lijden .”

Xi beseft dat beter dan Trump, maar het is voor hem onwenselijk én onmogelijk om op de meest essentiële eis van de VS in te gaan: dat China stopt met het verstrekken van subsidies aan staatsbedrijven. China moet van Trump meer ruimte scheppen voor eerlijke concurrentie, zowel aan buitenlandse spelers als aan de privésector, en niet langer de producten van staatsbedrijven dumpen op de internationale markt. Dat is een ook in de EU gehoorde klacht.

Veel gewone Chinezen hebben geen idee welk bezwaar Amerika nu precies tegen China heeft. Het is ze nooit verteld. Zij zien Xi als de sterke man die het Amerika van Trump zo langzamerhand wel op de knieën kan krijgen, desnoods met militair geweld.

Staatssteun

Op het punt van de staatssteun kan Xi niet buigen. Onder hem hebben staatsbedrijven meer ruimte gekregen, en privébedrijven juist minder. Ze worden vaak opgekocht en ingelijfd door staatsbedrijven en kunnen ook moeilijker leningen krijgen.

„Dat heeft een politieke grond”, zegt een journalist die voor een staatsmedium werkt, en die niet geciteerd wil worden om zijn positie niet in gevaar te brengen. „Xi krijgt steun van hardliners binnen de communistische partij. Een toenemende greep van de Partij op de economie is de basis onder hun macht. Xi gelooft zelf ook dat de staatssector, aangestuurd door de communistische partij, leidend moet zijn.”

Ook Lu Zhizhen, specialist financiële markten bij China Policy, een bedrijf dat Chinees beleid analyseert, denkt niet dat China op dit gebied veel zal toegeven. „Xi heeft onlangs nog gezegd dat de staatsbedrijven de hoeksteen vormen van het Chinese politieke systeem”, zegt hij. Bottelier daarover: „Ik ben bang dat de regering meer geïnteresseerd is in het versterken van de rol van de staat dan in de marktgerichte hervormingen die zo’n veertig jaar geleden werden ingezet.”

De journalist wijst op het hernieuwde gebruik van de term ‘zili gengsheng’, die zoiets betekent als vertrouwen op je eigen krachten om tot groei te komen. „Dat is een term uit de Culturele Revolutie [de periode 1966-1976, waarin China vrijwel volledig van het buitenland was afgesloten, red.] We hebben die term niet meer gehoord sinds Deng Xiaoping in 1978 met de openstelling van China begon. Nu is hij opeens terug.”

Lees ook: Dit staat er op het spel bij de G20

De journalist wijst ook op een uitspraak van Wang Qishan, politicus en invloedrijk adviseur van Xi. Die zei onlangs; „Ook als Chinezen gras moeten eten, kunnen ze het een jaar uithouden.” Je ziet het de moderne, verwende en welvarende Chinese jeugd eerlijk gezegd niet meteen doen. Maar het is de overheid die bepaalt.

Xi herhaalt op internationale fora steeds dat hij absoluut niet op uit is op een mogelijke terugkeer naar isolatie. Hij garandeert een verdere openstelling van China en pleit voor verdere globalisering van de wereldeconomie.

Dat geldt echter alleen op de gebieden en onder de voorwaarden die China profijt opleveren. Het gaat langzaam. Te langzaam, vinden de VS en de EU.

Opvallend is dat noch China, noch de VS pogingen lijken te doen om de EU hun kamp in te trekken voorafgaand aan het diner van zaterdag. Een goed ingevoerde Europese diplomaat zegt dat de EU volledig buitenspel staat en niet wordt gezien als belangrijke strategische speler.

Overheidsbescherming

China is met een geleidelijke openstelling heel ver gekomen. In 1978 was de consensus in het buitenland dat China zich het beste in één klap volledig kon openstellen. Had China geluisterd, dan was het misschien nooit verder gekomen dan Afrika, waar multinationals lokale producenten vaak volledig uit de markt konden drukken. Dat dit in China niet is gebeurd, komt mede door overheidsbescherming van zwakke sectoren en stimulering van inheemse Chinese bedrijvigheid. Buitenlandse investeerders waren welkom, maar nooit erg vrij. Dat is nog steeds zo.

„Toch is het in het belang van China dat er in bepaalde sectoren meer wordt geïnvesteerd door buitenlandse partijen”, zegt Lu, die erop wijst dat bijvoorbeeld de financiële sector veel baat heeft bij een injectie van buitenlands kapitaal en kennis.

Ook op het gebied van een betere bescherming van het intellectueel eigendomsrecht is het in China’s belang om stappen te zetten. Het land krijgt namelijk zelf steeds meer eigen intellectueel eigendom te beschermen.

Het diner in Buenos Aires hoeft niet per se rampzalig te verlopen. Xi kan besluiten om meer Amerikaanse goederen te kopen, om de investeringsmogelijkheden voor Amerikaanse bedrijven in bepaalde sectoren te verruimen en om het intellectueel eigendomsrecht beter te beschermen.

Misschien is dat genoeg voor Trump om nieuwe maatregelen tegen China voorlopig op te schorten.

Lees ook: Handelsconflict kan Trump zijn kiezers kosten
    • Garrie van Pinxteren