Opinie

    • Arjen Fortuin

Het vraagteken als belangrijkste wapen

Zap Natascha van Weezel fietst in een reportageserie door Israël en de Westelijke Jordaanoever. Het bewustzijn van hoe beelden gelezen kunnen worden, tekent haar werkwijze.

Natascha van Weezel in Ramallah voor Natascha’s beloofde land (VPRO).

‘Ik ga een champagneborrel geven”, riep de moeder van Natascha van Weezel toen ze in 1993 zag hoe de Israëlische premier Rabin en de Palestijnse leider Arafat elkaar in Washington de hand schudden. Maar twee jaar later werd Rabin doodgeschoten in Tel Aviv. De vredesbubbels zijn inmiddels ver uit zicht geraakt.

De Amsterdamse journaliste Van Weezel (32) komt al haar hele leven geregeld in Israël. In het begin van de vierdelige reportageserie Natascha’s beloofde land (VPRO) maakt ze het kettinkje met davidsster los dat ze altijd draagt; geen sieraad dat geschikt is voor reportages in de bezette gebieden. Het blijkt nog een heel gepruts voor de sluiting van het kettinkje open is: „Heel symbolisch”, zegt ze.

Dat bewustzijn van hoe beelden gelezen kunnen worden, tekent haar werkwijze. Want een ding is zeker: wie een programma over Israël maakt, krijgt de wind van voren – het is alleen de vraag uit welke hoek. Van Weezel zoekt regelmatig naar woorden: haar belangrijkste wapen is het vraagteken.

Ze wil in de eerste plaats op zoek naar jongeren in Israël en de Westelijke Jordaanoever (Gaza is te gevaarlijk) om te zien hoe die leven in de schaduw van het conflict, maar ontkomt er ook niet aan dat ze vertrouwder is met Israëliërs dan met Palestijnen.

Tien jaar geleden nam ze deel aan een gesponsorde Birthright-reis voor Joodse jongeren uit de hele wereld. Die worden in de watten gelegd, inclusief toespraak van premier Netanyahu die ze nadrukkelijk uitnodigt om zich in Israël te vestigen. Er zijn studiebeurzen en fiscale voordelen. „Het ging ook om het produceren van joodse baby’s.”

Hoewel ze in Nederland bleef, noemt Van Weezel Israël wel ‘een levensverzekering’. In Tel Aviv bezoekt ze een Nederlandse vriendin die gehoor gaf aan de oproep en nu woont in een stad waar het bestaan volgens Van Weezel draait om „strandleven, uitgaan en de perfecte selfie”. Dat veertig kilometer verderop de Gazastrook ligt, daar heeft niemand het over. „Tel Aviv is een bubbel. Ik wil mijn ogen niet sluiten en ik ben bang dat ik dat hier wel zou doen.”

Het hippe nachtleven

Van Weezel fietst naar Ramallah, de modernste stad van de Westelijke Jordaanoever. Er staan letters ‘We Ramallah’. Ze ontmoet twee jonge vrouwen uit de modewereld en laat zich meenemen het hippe nachtleven in. Vooraf ging het even over relaties. Een verhouding met een Israëliër willen de Palestijnse vrouwen niet. Een buitenlandse jood is geen probleem.

Dichter bij het conflict komt de fietsende verslaggever als ze op bezoek gaat bij Ahed Tamimi, een zeventienjarige Palestijnse die acht maanden vast zat wegens het slaan van een soldaat. Nare beelden van het intimiderende verhoor van de minderjarige gingen de wereld over. Van Weezel begrijpt waarom Tamimi bewonderd wordt, maar vraagt zich af wat „de bevrijding van Palestina” precies betekent: het einde van de nederzettingen, Jeruzalem als hoofdstad van Palestina of ook het verdwijnen van Israël?

Herhaaldelijk spreekt Van Weezel haar gedachten en twijfels rechtstreeks uit in de camera – als in een vlog, wat voor een deel compenseert dat ze geen erg assertieve interviewer lijkt. Als ze een Israëlische soldaat heeft gesproken pleit ze ervoor dat joden zich minder laten leiden door het leed dat ze als volk hebben doorstaan. „Sorry oma”, zegt ze erbij. Het zou Israël goed doen als men meer naar de toekomst zou kijken.

De tragiek is dat Natascha’s beloofde land laat zien hoeveel verleden en heden daarbij nog in de weg zit.

    • Arjen Fortuin