Het grootste talent

Vroeger liet een wereldkampioen zich over zijn voorgangers in het openbaar alleen in de meest lovende termen uit. In kleine kring was het soms anders. Alexander Aljechin, die José Raúl Capablanca y Graupera in 1927 opvolgde als wereldkampioen, hield niet van zijn voorganger en als hij boos was riep hij graag: „Heren, gedraag u toch niet als Capablanca!” In het openbaar was hij hoffelijk.

Tegenwoordig is het een deugd om alles er uit te flappen. Toen aan Magnus Carlsen, nadat hij woensdag de tiebreak van de match tegen Fabiano Caruana had gewonnen, werd gevraagd wat hij vond van de harde kritiek die de oud-wereldkampioenen Garry Kasparov en Vladimir Kramnik twee dagen eerder hadden op zijn strategie om in de laatste klassieke partij zelfs met duidelijk voordeel alleen op remise te spelen, zei hij simpel: „Ze hebben het recht op hun stomme opinies.”

Carlsen had het gelijk van de winnaar. Hij had aangestuurd op de tiebreak van snelle partijen en hij won die met 3-0. Ik had graag gezien dat Caruana een tijdje wereldkampioen was geworden, niet alleen omdat verandering van de wacht verfrissend is, maar vooral omdat ik het spel van Caruana beter begrijp dan dat van Carlsen.

Carlsen is geheimzinnig. Opeens staan zijn stukken op de goede plaatsen en weet hij soms water uit de rots te slaan, je begrijpt niet goed hoe het komt. Die geheimzinnige vaardigheid om zonder nadenken de goede zetten te doen, is het pure schaaktalent, dat in snelle partijen beter tot zijn recht komt dan met lange bedenktijd.

In zijn laatste twee matches om het wereldkampioenschap, in 2016 tegen Sergey Karjakin en nu tegen Caruana, heeft Carlsen van 24 klassieke partijen er een gewonnen, een verloren en 22 remise gemaakt. Het is niet de indrukwekkende overmacht van vroeger, maar hij blijft terecht wereldkampioen, want hij is het grootste talent.

Fabiano Caruana - Magnus Carlsen, WK Londen, twaalfde partij.

1. e4 c5 2. Pf3 Pc6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 e5 6. Pdb5 d6 7. Pd5 Pxd5 8. exd5 Pe7 9. c4 Pg6 10. Da4 Ld7 11. Db4 Hoewel het hier niet goed ging, speelde Caruana dit later ook in de tweede rapidpartij. Toen deed Carlsen 11…Db8. 11…Lf5 Een uitnodiging tot zetherhaling met 12. Da4 Ld7 13. Db4 12. h4 h5 13. Da4 Ld7 14. Db4 Lf5 Opnieuw een stil remiseaanbod. 15. Le3 a6 16. Pc3 Dc7 17. g3 Le7 18. f3 Pf8 19. Pe4 Pd7 20. Ld3 0-0 21. Th2 Een diepzinnige zet, maar misschien geen goede. Wit gaat lang rocheren en brengt zijn toren alvast in de verdediging. 21…Tac8 22. 0-0-0 Lg6 23. Tc2 f5 24. Pf2 Deze passieve zet werd misschien ten onrechte algemeen afgekeurd. Het actieve 24. Pg5 was na 24…Lxg5 25. hxg5 e4 ook niet prettig voor wit. 24…Pc5 25. f4 a5 Zowel 25…exf4 26. Lxf4 b5 als meteen 25…b5 was kansrijk voor zwart. 26. Dd2 e4 27. Le2 Le8 28. Kb1 Lf6 29. Te1

Zie diagram (boven).

Nu was 29…La4 veelbelovend. Na 30. b3 Lxb3 31. axb3 Pxb3 32. Dd1 a4 zeggen de computers dat zwart een winnende aanval heeft, en na 30. Tcc1 b5 is zwarts aanval ook sterk. 29…a4 Carlsen vermijdt avonturen, hoe kansrijk ze ook waren. 30. Db4 g6 31. Td1 Ta8 Remise op voorstel van Carlsen. Zwart staat nog steeds beter.

    • Hans Ree