Recensie

Zo’n stille, magere jongen die op elk meisje verliefd wordt

De hoofdpersoon van Marco Kamphuis’ Schipbreuk is zo’n stille, magere jongen die verliefd wordt op elk meisje waar zijn oog op valt. Het is allemaal erg voorstelbaar en, voor wie in de jaren tachtig de middelbare school bezocht, herkenbaar.

De hoofdpersoon van de kleine vertelling Schipbreuk van Marco Kamphuis is geen opvallende jongen, maar eerder een standaard gymnasiast. Zo’n stille, magere jongen die verliefd wordt op elk meisje waar zijn oog op valt, en ‘soms op twee tegelijk, om mijn kansen te vergroten’, al durft hij meisjes nauwelijks aan te spreken. Hij zit bij het schooltoneel en de schoolkrant. In de vierde klas verruilt hij zijn uilenbril voor een ziekenfondsbrilletje en gaat naar de vlooienmarkt, voor gebloemde hemden en krijtstreepjasjes. Hij neemt dan ook ander, vlot haar, een oorbel en welja, een hoed.

Het is allemaal erg voorstelbaar en, voor wie in de jaren tachtig de middelbare school bezocht, herkenbaar, het kabbelt aangenaam voort. We volgen de jongen, thuis, met een meisje en als hij naar zijn vrienden gaat. Met hen gaat het er een beetje kwastig aan toe, ze troeven elkaar af met kennis en spannende verhalen, zoals zulke jongens doen. Ze zijn links op een middelbare-schoolmanier. ‘Inbreken in de kamer van de rector is een aanslag op de structuur van het kapitalisme, op het politiek-economische-ideologische personeel dat er de uitdrukking van is’, zegt de een. ‘Nou, precies, dat bedoel ik’, zegt de ander.

In de cafés waar ze komen schallen The Simple Minds, Duran Duran, Spandau Ballet, Appollonia 6 of met veel geluk Prince uit de boxen. Tijd om te feesten alsof het 1999 is! De hoofdpersoon vindt Prince ‘een tikje overgewaardeerd’. Zulke nummers kan hij zelf ook wel schrijven, beweert hij. Natuurlijk komt er dan toch een meisje dat daarin trapt. Rode haren, zwarte nagels: Machteld. De hoofdpersoon woont in een villawijk, zij is de dochter van een buschauffeur. Bij hem thuis wordt getafeld met linnen servetten. Bij haar huis staat overdag de tv aan. Kamphuis vermeldt dit soort details onnadrukkelijk. Zonder het zo te benoemen geeft hij knap weer hoe ze tegen elkaar opkijken, en dat niet over en weer doorzien en begrijpen.

Schipbreuk vormt het vervolg op het al even fijnzinnige Havik, een roman over dezelfde jongen, dan twaalf jaar oud. Die jongen doet in dit nieuwe boek eindexamen en gaat studeren, op kamers in Nijmegen, net als zijn vrienden. De een komt goed terecht, de ander houdt zich met moeite staande, een derde, de knappe van het stel (dat zal je altijd zien) raakt aan de drugs. De hoofdpersoon wordt opnieuw verliefd.

Zo gaat dat allemaal, en Kamphuis schrijft erover. Er staan geen uitschieters in dit boek, het blijft subtiel, geestig en gevoelig over gebaande paden gaan. De lezer drijft genoeglijk mee en vermaakt zich wel. Het is allemaal bekend en beheerst, je oog blijft nergens haken, verrassingen blijven uit. Tot het einde, dat des te harder aankomt.

    • Judith Eiselin