Het droevig lot van de automatiekkroket

Wat eten we? Eens had elke zichzelf respecterende slager alsmede elke zichzelf respecterende bakker kroketten. Uit eigen keuken. Waar zijn ze gebleven?

Foto Remko de Waal/ANP

Er zijn zoveel toeristen in ons land en vooral in Amsterdam, dat je er soms naar snakt om ze een tip te geven. Ga niet naar dat stomme martelmuseum! Neem liever de bus naar Volendam, steek met de boot over naar Marken, wandel langs de haven… Wat zoeken jullie toch op het Rembrandtplein? Kijk liever eens hoe mooi de binnenstad van Amersfoort is. Eet niet zo’n rare wafel met Nutella! We hebben toch zoveel smakelijker dingen te bieden, en dan zeg je verheugd, ook tegen jezelf: De haring! De kroket!

Maar als je in de druk bezochte binnenstad van Amsterdam op zoek gaat naar een kroket blijkt die heel wat moeilijker te vinden dan een wafel met Nutella of een donut of iets anders zoets. Eens had elke zichzelf respecterende slager alsmede elke zichzelf respecterende bakker kroketten. Uit eigen keuken. Johannes van Dam schreef het. En hij zei er ook bij: banketbakkerskroketten hebben romige ragout met kleine stukjes vlees, slagerskroketten een bruinige draadjesvleesragout.

En hoewel slagers en banketbakkers op een enkeling na geen eigen kroketten meer maken, is dat onderscheid nog steeds te maken: automatiekkroketten zijn slagerskroketten, Kwekkeboom en Van Dobben zijn banketbakkerskroketten, qua type. Want natuurlijk zijn ze dat niet echt. Het zijn allemaal fabriekskroketten. De firma Kwekkeboom verkocht de eigen kroketten, slim, al snel aan allerlei snackbars en sinds 2008 zijn zowel de Kwekkeboom als de Van Dobben eigendom van fabrikant Royaan.

Behoorlijke dikke paneerjas

Het kan een subjectieve beleving zijn, maar het onderscheid tussen die twee kroketten lijkt sterk vervaagd: beide namen duiden op een kroket met een vulling van tamelijk stijve witte salpicon (iets dikkere ragout) met weinig vlees dat in piepkleine blokjes is gesneden, en het geheel zit in een behoorlijk dikke paneerjas.

Hm. Wie even vergeet dat de naam ‘Kwekkeboom’ geacht wordt voor een kwaliteitskroket te staan, moet toegeven dat er niet veel meer aan is, aan de ooit zo geliefde vaderlandse kroket.

In het gat dat was gevallen door de verwording van de voormalige kroketkampioenen sprong ‘de Bourgondiër’. Een kroket ‘uit het zuiden’, zo laat de firma Van Geloven weten, waarmee het bourgondische aspect natuurlijk benadrukt wordt. Het is een kroket van het slagerstype met meer vlees en meer smaak. Gefabriceerd in eigen ‘kroketterij’. En inderdaad een sterke verbetering, te vinden in de betere snackbar of cafetaria, soms ook wel ‘qualitaria’ genoemd. Vijf jaar geleden al werd-ie als beste getest in een vergelijking met de twee andere zwaargewichten.

Maar waar vindt de toerist die dolgraag de Nederlandse culinaire bijzonderheden wil genieten (nu ja, de kroket is op zichzelf helemaal niet Nederlands, maar de automatiekkroket is dat wel) zo’n kroket? Waar zijn alle automatieken en snackbars gebleven? Waarom wint Nutella op alle fronten en verwaarlozen wij onze nationale trots?

Denk daar eens over na.

    • Marjoleine de Vos