Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Geld en geluk

Voor de derde keer in korte tijd stapte ik op station Arnhem in bij dezelfde taxichauffeur die qua uiterlijk moeiteloos in The Sopranos had kunnen spelen. Leren jas met bontkraag, indrukwekkende wallen onder de ogen, papperig, een zak met fastfood naast de pook.

Hij: „Naar de moeder, in Velp...”

Ik: „Ja.”

Ineens herinnerde ik me hem ook. In een vorig leven advocaat in Afghanistan. Een vijftiger in het lichaam van een zestiger. Altijd ingewikkelde verhalen, vaak binnensmonds, in matig Nederlands. Over dat hij geloofde dat er een opperwezen is dat iedereen geeft wat hem toekomt in het leven, over de hiaten in de Nederlandse grondwet… het hoefde van mij niet nog een keer.

Ik zei dat ik hem ook herkende en voegde eraan toe: „Ik geef fooi als je je mond houdt.”

Hij lachen.

Meteen daarop een verhandeling over dat je van geld niet gelukkig wordt.

Ik: „Jawel hoor.”

Hij: „Nee, ik hoef geen loterijprijs, echt niet.”

We passeerden de flat in Presikhaaf waar ik geboren ben. Ik keek uit het raam en hij begon aan een oeverloos verhaal. Ik luisterde niet, maar heb het toch onthouden. Zijn opa was de rijkste man van Herat, een provincie die grenst aan Iran. Zijn vader erfde een deel van het vermogen, waardoor hij zijn kinderen kon laten studeren. Er was altijd geld, er waren bedienden.

„Maar ik zag mijn vader niet als vriend, ik kon geen bijzondere waardering voor hem opbrengen.”

Een vluchtverhaal en dertig jaar later had hij zelf drie kinderen. De oudste twee gingen naar het Thorbecke Gymnasium in Arnhem, een mooi gebouw. Hij werkte dag en nacht om ze later te kunnen laten studeren. Vorig jaar reed hij zijn taxi total loss tegen een meterkast. Toen hij uit het ziekenhuis kwam moesten zijn kinderen huilen. Ze smeekten hem om het rustiger aan te doen en ook om te stoppen met roken. Hij voelde hoe afhankelijk ze van hem waren.

„Ik werk voor hen. Mijn leven heeft zin. Dat gevoel zou ik nooit hebben als ik zomaar veel geld zou hebben of krijgen. Armoede maakt rijk. Je hebt een doel nodig om gelukkig te zijn.”

Ik rekende af, hij toeterde bij het wegrijden, de lamp in de slaapkamer van de buren van moeder ging ervan aan.

Mijn moeder zat in haar rode ochtendjas in een stoel voor de televisie. Ze herinnerde zich een jeugd in Brabant zonder luxe. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, zeiden ze toen nou nooit eens tegen elkaar dat geld niet gelukkig maakt.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.
    • Marcel van Roosmalen