Opinie

    • Christiaan Weijts

Geelhesjes

De politie is net bij hem langs geweest, als ik Danny Cornelissen bel in Nijmegen. Of hij spandoeken mee gaat nemen. Leuzen scanderen? Allemaal niet. Zaterdag loopt iedereen die ontevreden is met het kabinet gewoon met een geel hesje door de binnenstad. „Niet schreeuwen, geen vernielingen. Gewoon, op de Knotsenburgse manier.” Naar de naam van de stad in carnavalstijd. „Een babbeltje maken. Gezellig. Of je hier geboren bent of niet, dat zal me aan m’n reet jeuken, we zijn Nederlanders. Heb je onvrede over Rutte III? Trek een hesje aan.”

Net liep hij langs de Action. Alle hesjes uitverkocht. Dus ja, het wordt een succes, de komst van de gilets jaunes naar Nederland. In Den Haag is een landelijke bijeenkomst, gelijktijdig met lokale initiatieven als van Danny Cornelissen.

Ook bekend van actiegroep Nijmegen Rechtsaf. Is er niet het gevaar dat de geelhesjes straks als nieuwe bruinhemden worden gezien? „Ik doe mee aan acties waar ik inhoudelijk achter sta. Als links met iets goeds komt, doe ik ook mee. Ik ken allerlei mensen in de stad, links en rechts vinden elkaar hierin. Eenheid.”

De Occupy-beweging doofde uit omdat het juist zo’n allegaartje was aan protestopvattingen en ongecoördineerde lokale netwerken. Stellig: „Dit is geen allegaartje, dit is een wervelwind.”

In elk geval práát hij als een wervelwind. Een vol uur lang. Over de voedselbank bij hem om de hoek („pijn in m’n hart dat mensen blij zijn met een pakje rijst van 89 cent!”). Ouderenzorg. Vanouds linkse thema’s allemaal. Studiekosten. Werkdruk. Ziekenhuizen met te weinig personeel. „Vroeger was dat niet zo.”

Dat zinnetje komt steeds terug in zijn tirade. Hij verlangt terug naar een wereld met naastenzorg en sociale voorzieningen. Het ziekenfonds. Betaalbare huurhuizen. „Bij demonstraties blijven mensen vaak thuis. Maar dit is laagdrempelig. Iedereen kan meedoen. Of hang je hesje ergens op. Dat het ineens overal is. Als een merk.”

Als ik, tegen het einde, naar zijn leeftijd informeer, schetst hij zijn beknopte levensgeschiedenis. Zevenendertig jaar. Alleenstaande vader van vier kinderen. Vanaf z’n dertiende als slager en uitbener gewerkt, daarna in de bouw. Totdat z’n knieën stuk waren. Geen kraakbeen meer erin. En nieuwe krijgt hij niet. Die vergoeden ze maar één keer en gaan niet zo lang mee. Dus krijgt hij pijnstilling en een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Misschien over tien jaar een nieuwe knie. „Dan ben ik vijftig, en twaalf jaar uit het werk. En dan? Wat ben ik dan? Alleen een levenloze ziel, die z’n kinderen laat opgroeien. Of dat probeert.”

Voor het eerst hapert zijn woordenstroom even. Dan zegt hij: „Vroeger was dat niet zo.”

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.
    • Christiaan Weijts