Eenmaal strijdend tegen de NS liet Salo Muller niet meer los

Salo Muller Holocaustoverlever Hij overleefde de Holocaust en masseerde de benen van Cruijff. Het duurde lang voor Salo Muller de strijd aanging met de NS, maar hij toonde nog dezelfde werkwijze als in zijn tijd als verzorger bij Ajax. Soepel als het kan, aandrukkend en duwend als het moet.

Salo Muller: „We kwamen niet voor de koffie, maakten we meteen duidelijk.” Foto Claudine Grin

De oorlog zit in Salo Muller. Kijk maar.

Zijn ogen, die in de Hollandsche Schouwburg in 1942 nog even zijn ouders hadden gevonden voordat die werden weggevoerd – eerst naar Westerbork, toen naar Auschwitz – en dat beeld nooit vergaten.

Zijn handen, die door Ajax jarenlang Europa rondgestuurd werden om de kuiten en knieën van Cruijff, Neeskens en andere sterren te masseren, zelfs in Neurenberg, zelfs met Jom Kipoer.

En zijn hoofd, dat alles met alles associeert: de verjaardagen van zijn omgekomen ouders, plaatsen met een oorlogsverleden, treinreizen. „Daar zit ik dan, tweede klas, heerlijk, terwijl die mensen in veewagens stonden, met zijn vijfenzestigen op elkaar gepropt.”

Het duurde lang voordat Muller (82) aanvoerder werd in de strijd tegen de Nederlandse Spoorwegen voor schadevergoedingen aan Holocaustslachtoffers, maar eenmaal begonnen, liet hij nooit los. Toen Muller en zijn advocaat Liesbeth Zegveld aankondigden naar de rechter te stappen, gingen de NS deze week, na drie jaar onderhandelen, overstag.

Wéér die trein

Het begon, zegt Muller, met het autobiografische boek dat hij in 2005 uitbracht over zijn oorlogsjaren, Tot vanavond en lief zijn hoor. „Toen besefte ik: al die mensen, meer dan honderdduizend, die zijn verdomme allen vervoerd met de trein”. Van Amsterdam en elders naar Westerbork, van daar naar de Nederlandse grens: de NS voerde het werk uit én werd door de Duitse bezetter goed betaald. „En dat kwam vaak nog uit geroofd geld ook!”

Lees ook: Gebaar NS aan Holocaustslachtoffers past in deze tijd

Op zijn boek volgde een roman, De foto, waarin opnieuw de oorlog centraal stond. Daar was hij weer, merkte Muller al snel toen hij de zwart-witbeelden uit die jaren bekeek. „Wéér die trein, waar al die mensen ingeduwd werden door het personeel. Geen beetje ruimte hadden ze, ik moest er niet aan denken.”

Alleen een aanleiding ontbrak. Die kwam in 2014, toen de Franse overheid besloot nabestaanden van de Holocaust in de Verenigde Staten te compenseren voor de transporten door het Franse staatsspoorbedrijf. „Ik dacht: nú sla ik toe.” Dit was een klus voor hem, besloot Muller. Confrontaties was hij nooit uit de weggegaan. „Ik ben een pitbull, hè.”

Gouden handjes

Excuses van de NS waren er toen al, net als bloemenkransen op de Dam, monumenten en steun voor het op te richten Nationaal Holocaustmuseum. Compensatie kwam er nooit. Muller: „De reactie van de NS was: ‘We doen al van alles.’ Maar alles was altijd collectief. Wat hebben de individuen daaraan? Wat merkt een overlever die nooit op de Dam komt van die krans?”

Niet alleen de joodse gemeenschap verdient in zijn ogen nu herstelbetalingen. Ook de Sinti, ook de Roma, ook homo’s en andere vervolgden hebben daar recht op. Allemaal hebben ze geleden, ieder met een eigen oorlogsverhaal.

Neem dat van hemzelf. Vijf jaar oud was hij toen zijn ouders op de trein naar Westerbork werden gezet. Kleine Salo werd ondergebracht op onderduikadressen, acht stuks in totaal, moest slapen onder planken vloeren en schuilen voor de bezetter in een kippenhok. Hij zag hoe de kruideniersknecht die hem had verklikt door de boer die hem verschool met een hooivork werd gedood en is de bloedplas op de winkelvloer nooit vergeten.

Lees ook het NRC-interview met Salo Muller uit 2004: De man met de gouden handjes

Met hard werk probeerde hij het verleden bij Ajax van zich af te zetten. Als fysiotherapeut werd hij met zijn werklust een clubicoon. Niet als nu – ‘hands-off’, ‘revalideren’ – maar áánpakken. „Eerst praten, dan afwegen, dan aan het werk.” Knieën repareren, zwellingen wegkneden, de opgedane pijn verlichten.

Ajax hees hem op het schild als mascotte, als „de man met de gouden handjes”, maar overvroeg hem en betaalde slecht. Achter de mooie woorden ging onwil schuil: dat gevoel zat hem dwars. Zijn masseerhanden waren dan zacht, zijn karakter niet. Hij vertrok en nam het stadionverbod dat erbij hoorde op de koop toe.

Hij wist dus waar hij aan begon toen hij de NS in 2015 onwrikbaar tegenover zich vond. De hoogste baas was intussen Roger van Boxtel, oud-commissaris bij Ajax, dat hielp. ‘Noem mij gewoon ‘Roger’,” zei Van Boxtel aan de telefoon, „want voor mij ben jij ‘Salo’.” Hij werd vriendelijk ontvangen en aangehoord, maar de reactie bleef ongewijzigd: geen herstelbetalingen.

‘Van Boxtel was empatisch’

Na een uitzending over zijn vastbesloten strijd in Nieuwsuur, vorige zomer, kwam er schot in de zaak. Muller kreeg contact met advocaat Liesbeth Zegveld, die eerder tegen de Nederlandse staat procedeerde namens nabestaanden uit Srebrenica en de familie van de Molukse treinkapers. „Het klikte meteen.”

Met Zegveld aan zijn zijde deed Muller een nieuwe poging de NS aan tafel te krijgen. „We kwamen niet voor de koffie, dat maakten we toen meteen duidelijk.” Zo voerden ze de druk op. Keer op keer wilden de NS van niets weten – tot de dreiging van een rechtszaak deze week alsnog voor een omslag zorgde. Muller: „Van Boxtel ontpopte zich als empatisch en bereidwillig, een geweldig aardige man.”

Zo streed Muller tegen de Spoorwegen op precies de wijze die hem ooit was aangeleerd tijdens zijn opleiding tot heilgymnast-masseur. Toegewijd en behoedzaam, knedend als een masseur: soepel als het kan, aandrukkend en duwend als het moet. „Frictioneren”, in de taal van de man met de gouden handjes.