Recensie

Fallout 76 is een grote speeltuin met kernwapens

Game Gamers kijken altijd uit naar een nieuw deel in de serie Fallout. Maar het nieuwe Fallout 76 is vooral een poging zoveel mogelijk ‘leuke’ dingen in één spel te proppen.

‘We kunnen hem maar beter laten gaan”, zegt medespeler Tim twijfelend. Voor onze neus zweeft een gedrocht met een paarse kap op zijn hoofd door een fraai herfstlandschap. We lopen snel verder, het beest negeert ons. Tims stem kraakt uit mijn tv: „Hij heeft me gisteravond al een keer afgeslacht.”

Samen spelen we – online – het nieuwe Fallout 76. Voor veel gamers is een nieuw deel in de Fallout-serie altijd een happening. Miljoenen mensen keken eerder dit jaar naar de livebeelden waarmee maker Bethesda aankondigde dat er een nieuwe game aankwam. Fallout 4 (2015), het vorige deel, werd alleen al in de eerste weken 14 miljoen keer verkocht.

Fallout 76 oogt precies als eerdere edities van de befaamde reeks, die plaatsvindt lang nadat een kernoorlog de samenleving zoals wij die kennen heeft weggevaagd. Je verlaat een nucleaire bunker, loopt het Amerikaanse landschap in – ditmaal West Virginia – en gaat met geweer in de hand op onderzoek in een vergiftigde wereld. De mensheid, geteisterd door gemuteerde wezens, probeert zichzelf te herpakken.

Aan dit deel zit echter een vreemd gevoel, een absurdistische afstand. In Fallout speelde je altijd alleen, omringd door markante personages, maar die zijn er nu niet. ‘Wij’ moeten nu elkaars markante personages zijn, 24 spelers op een lap grond. Die mensvormige aliens, je medespelers, zijn geen vervanging voor karakters met persoonlijkheid. Ze springen op en neer, zwaaien soms hallo, negeren je volkomen of beginnen – met de microfoon aan – luidkeels te klagen over zaken buiten de game.

Ik speelde alleen, ik speelde met vrienden, ik speelde met vreemden, en na vele uren snap ik nog steeds niet wat dit spel wil zijn. Een traditionele Fallout, maar dan met andere mensen? Een speeltuin om af en toe een paar uurtjes met je vrienden aan te rotzooien?

Fallout 76 voelt vooral als een poging om zoveel mogelijk ‘leuke’ dingen in één spel te proppen. Er is een systeem om huisjes te bouwen, voor de bouwliefhebbers. Er zijn vijanden om op te schieten, voor de schietfans. De wereld is vele malen groter dan eerdere Fallouts: ook de wandelaars kunnen zich uitleven.

Een van de opties, de mogelijkheid om met atoomwapens te gooien, leidde de afgelopen weken tot debat onder kernoorlogdeskundigen. Kernwapens zijn geen fun, vinden sommigen. Vlak voor de lancering van de game half november, gaf de Nederlandse defensie-expert Sico van der Meer (Instituut Clingendael) op verzoek van Bethesda commentaar op het realisme en het scenario van de game.

Oorlogen zijn en blijven onvoorspelbaar, zei Van der Meer, zelf geen gamer. Het zou allemaal kunnen. „Maar ik ben bang dat de jeugd van tegenwoordig niet genoeg meekrijgt over de verschrikkingen van een nucleaire oorlog.” Volgens Van der Meer verslapt de aandacht voor het onderwerp op scholen – wie weet zou een game toch enige indruk kunnen maken.

Alle klachten die er waren over vorige Fallouts, de bugs, de ongeloofwaardige personages, de zwakke verhalen, zijn weer aanwezig in Fallout 76. De ernst die eerdere edities kenmerkte, ontbreekt nu. De straling die het landschap doordrenkt, zorgt voor gekke monsters.

Deze game zal nog vele malen worden geüpdate. Wie weet komt er een dag dat het allemaal klopt. Maar dat is nu nog niet.

    • Len Maessen