Opinie

    • Michel Kerres

Een Europese spionnenschool is nog geen Europees leger

De nieuwe orde vereist een militair sterker Europa. Iedereen heeft het over een Europees leger, maar wat is dat eigenlijk, vraagt Michel Kerres zich af.

Iedereen heeft er tegenwoordig een mening over. President Macron is vóór en bondskanselier Merkel sinds kort ook. Premier Rutte is tegen. Pieter van Vollenhoven? Ook tegen, meldde hij op Twitter. Dat u het weet.

Vicepremier Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) is dan weer voor, maar dat mag niet, want ze is lid van het kabinet en het kabinet is tegen. Minister Bijleveld (Defensie, CDA), zelf tegen, moest dat in de Kamer nog eens uitleggen.

Het ‘Europese leger’ is niet meer dan een visioen, toch is een vrij debat nu al lastig. Centrumrechts praat liever niet over een ‘Europees leger’ om eurosceptici niet te alarmeren. D66 heeft die smetvrees niet, maar maakt het leger juist onderdeel van een gedroomd sterk Europa.

Poetins assertiviteit en Trumps America First heeft de discussie over een Europees leger gereanimeerd. Als Europa bedreigd wordt vanuit het Oosten en niet blind kan vertrouwen op de grote vriend in het Westen, wordt het tijd dat Europa zichzelf leert verdedigen. Een ijzeren logica. Zelfs als Poetin zich inhoudt en de VS een betrouwbare NAVO-partner blijven, is het goed dat Europa voor zichzelf leert zorgen.

Een Europees leger dus. Maar wat wordt er precies mee bedoeld? Want het kabinet is dan wel tegen een Europees leger, Nederland doet wél mee aan diverse nieuwe Europese initiatieven op militair gebied, inclusief Macrons plannen voor een Europese interventiemacht.

Een Europees leger in zijn puurste vorm is anno 2018 niet haalbaar. Dan hebben we het over een leger dat direct Europeanen rekruteert en onder een eigen Europese bevelsstructuur brengt. Dit betekent dat de soevereiniteit over de vraag of Nederlandse soldaten blootgesteld worden aan dodelijke risico’s wordt overdragen aan een Europese instantie. Je kunt er ook voor kiezen nationale legers meer te laten samenvloeien. Dan hou je meer nationale zeggenschap. Maar je ziet het de EU27 nog niet doen, onder extreme tijdsdruk beslissen over leven en dood. En dan nog: hoe zou dat zijn in één EU-leger met Victor Orbán? Een Europees leger van een klein gezelschap eensgezinde staten is aannemelijker, maar ook die staten moeten het wel eerst eens zijn over buitenlands beleid.

In de praktijk wordt intussen steeds meer samengewerkt. Nederland loopt voorop in bilaterale militaire samenwerking, met Duitsland en België. Er zou enorme financiële winst te boeken zijn als Europese legers hetzelfde materieel zouden gebruiken. Er komt een Europese spionnenschool en er is al een piepklein Europees hoofdkwartiertje. Dat zijn veel Europese initiatieven, maar die tellen bij lange na niet op tot een Europees leger –hoe je dat ook definieert.

De nieuwe orde vereist een militair sterker Europa. Het is zaak daar stapsgewijs naar toe te werken. Dat kan ook best, want vooralsnog is de NAVO operationeel. Het is zaak dáár in elk geval sterk te staan door de nationale krijgsmacht op peil te brengen. De 20.000 tulpenbollen die Nederland deze week cadeau deed aan de NAVO-tuin zijn reuze sympathiek, maar ik hoor Trump bij de volgende top nog niet zeggen ‘bedank voor die moeie bloeme’ als de defensie-uitgaven ver onder de NAVO-norm blijven en de Nederlandse krijgsmacht zijn taken niet aankan. Want hoe je het ook noemt of organiseert: het begint bij het besef dat het lovefest van de jaren 90 echt voorbij is en dat we een efficiënte krijgsmacht niet kunnen missen. Dat die macht steeds Europeser wordt, is onvermijdelijk.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.
    • Michel Kerres