De zeearend voelt zich thuis, de patrijs verliest terrein

Vogelonderzoek

De nieuwste editie van de Vogelatlas van Nederland laat in 1.030 kaarten zien hoe het gaat met de verspreiding van 369 vogelsoorten in ons land. „Geen enkele soort is stabiel.”

Vogelaar Harvey van Diek turft vogels in natuurgebied de Bisonbaai, bij Nijmegen. Foto Rien Zilvold

‘De eenvormigheid van het Nederlandse landschap en de huidige wijze van landbouw, dat zijn de grootste bedreigingen voor de Nederlandse natuur – en dus voor de vogelstand”, zegt Ruud Foppen van Sovon Vogelonderzoek Nederland. Als wetenschapper is hij verbonden aan de nieuwste editie van de Vogelatlas van Nederland. Een imposant boekwerk van 3,7 kilo, 640 bladzijden met 1.030 verspreidingskaarten en 369 beschreven vogelsoorten.

„Het is nauwelijks mogelijk de Vogelatlas in een oneliner weer te geven”, aldus Foppen. „Je kunt wel met zekerheid zeggen dat geen enkele soort stabiel is. Eens meer algemene soorten als de veldleeuwerik, klapekster en huismus zijn dramatisch gekelderd. Steden lijken de ideale plek voor de huismus, maar niets is minder waar. Alles in de stad wordt nog meer van steen, er zijn geen strookjes vergeten groen of rommelhoekjes meer waar ze veiligheid vinden. Veldleeuwerik en patrijs hebben niets meer te zoeken in het landelijke gebied, door tekort aan voedsel zonder akkerranden of bloemrijk groen.”

Harvey van Diek, vogelaar en beeldredacteur van Sovon, vult aan: „Tijdens het werken aan deze atlas deden zich enkele spectaculaire veranderingen voor. Allereerst de succesvolle entree van de zeearend als broedvogel. Dat was twintig jaar geleden ondenkbaar. Hij is nu voor het eerst opgenomen in de Vogelatlas.” Ook de grote zilverreiger is als wintervogel toegenomen. Zelfs niet-vogelaars zien deze schitterende, oplichtend-witte waadvogels overal in ons land. Ze zijn afkomstig uit Oost-Europa, vooral Polen en Wit-Rusland. Als het daar te koud wordt, wijken ze uit naar ons land. Foppen: „We zijn maar een stipje op de landkaart van Europa. Vogels trekken zich niets van grenzen aan. Wat elders gebeurt, is van invloed op onze vogels. Daarom werken we nu ook aan een Europese vogelatlas, die in 2020 moet verschijnen.”

Dat landen buiten ons van invloed zijn op ‘onze’ vogels, bewijst helaas het lot van de zomertortel. Deze izabelkleurige duif heeft met alle denkbare tegenslag te maken die vogels anno nu ondervinden. Foppen: „Broedplaatsen van de zomertortel in het boerenland verdwijnen. Door de klimaatverandering moet hij nieuwe plekken vinden om te foerageren. En dan is er de fatale jacht, eigenlijk op de hele trekroute van Nederland naar de Middellandse Zee. Ook in Afrika worden de omstandigheden ongunstiger. Deze vogel maakt grote kans hier uit te sterven. ”

Het gaat slecht met de zomertortel; bijna overal in Nederland is sprake van een afname (kaart rechts). Sivib Vogelatlas

Atlasblokken

Er zijn gelukkig ook plekken in ons land waar er van al die pijn niet veel te bespeuren is. Neem de Bisonbaai ten noorden van Nijmegen aan de Waal: dit natuurgebied valt in atlasblok 40-53 van Harvey van Diek. Sovon heeft ons land opgedeeld in zo’n 1.700 atlasblokken van 5 x 5 kilometer. Tellers nemen een van die blokken voor hun rekening en verrichten daar tellingen in zowel de broedtijd (1 maart – 31 juli) als de wintertijd (1 december – 28 februari). Aan de zuidzijde van dit blok liggen beboste heuvels, polders met hagen en fruitboomgaarden; dan daal je af naar de baai zelf met zijn zandoevers, struweel en meidoornhagen. „Dit gevarieerde landschap zorgt voor grote vogelrijkdom”, zegt Van Diek. „Het grote verlies in ons land is dat alles op elkaar lijkt. Hier geldt die trend minder.”

Van Diek plaatst zijn telescoop op de oever en spiedt de waterpartij af. Hij noteert zijn waarnemingen op een telformulier en een plattegrond van de baai. In de kortst mogelijke tijd ontdekken we op het water niet alleen wilde eenden en meerkoeten, maar ook futen, brilduikers, grote zaagbekken, aalscholvers, krakeenden, zelfs een zeldzame wintergast als de Pontische meeuw, afkomstig uit de omgeving van de Zwarte Zee. In de verte achter de wilgenrij vliegen zilverreigers voorbij. Aantallen zijn ook van belang, aldus de vogelteller: dertig aalscholvers, twintig futen, drie brilduikers, een V-vorm van zo’n vijftien grauwe ganzen. Hoog boven ons klinkt ijl roepen. Dat zijn koperwieken en Van Diek schat in en zegt: „Deze vliegen te hoog over, dus die tellen niet mee.” Vluchten putters en vinken zeilen voorbij.

„De soorten met de meeste overlevingskans zijn de generalisten, zoals meeuwen en kraaien”, zegt Van Diek. „Die kunnen zich aanpassen. Natuur is altijd dynamisch, de ene soort neemt toe en de andere verliest terrein. Maar dat de vogelwereld zo op zijn kop zou staan als de laatste decennia, dat had niemand verwacht. Nauwelijks nog weidevogels, steeds minder broedvogels van duin- en heidegebied, zelfs een afname van kustbroedvogels.”

Winnaars in ons vogelland zijn onder meer de boomklever en middelste bonte specht, die profiteren van de ouder wordende bossen. Nu broedt in de stedelijke omgeving de slechtvalk, wat vroeger was uitgesloten. Visarend en wilde zwaan zijn nieuwkomers. Kwetsbaar, en dus verliezers, zijn vogels die sterk met een habitat zijn verbonden, zoals de patrijs en ortolaan, die akkerranden en kleinschalige landbouw nodig hebben. Dat alles is verdwenen.

Opeens gaan alle meeuwen en ganzen op de wieken, er ontstaat een grote vogelonrust. En ja, daar verschijnt hoog het imposante silhouet van de zeearend, een van de spectaculairste nieuwkomers in ons land. Hij zit al een tijdje verderop in de Millingerwaard. Dit is een volwassen exemplaar met opvallend witte staart, donkerbruin verenkleed en onmiskenbaar zware snavel. Zo snel verandert de vogelwereld.

    • Kester Freriks