De middeleeuwse hits hoor je steeds minder vaak live

Zang Het aantal gregoriaanse koren daalt gestaag. Het Sint Jozefkoor in Helmond houdt nog stand. „Ik weet niet of ik zonder de muziek nog in de kerk zou komen.”

Het Gregoriaanse Jozefkoor zingt in de Sint Jozefkerk in Helmond tijdens een katholieke mis. Foto Folkert Koelewijn

Het orgel speelt, de kerkgangers, voornamelijk oude mensen, zoeken hun plaats in de banken. Een gewone zondagochtend in de rooms-katholieke Sint Jozefkerk in Helmond. De zoete geur van tientallen brandende kaarsen. Dan, van achter in de kerk: zingende mannenstemmen. Si iniquitates observaveris Domine, Domine quis sustinebit? (Als Gij acht slaat op ongerechtigheden, Heer, Heer wie zal dan stand houden?)

In eenvoudige witte gewaden lopen twaalf zangers plechtig voor de pastoor en de misdienaars uit naar voren. Hun klank is robuust, maar de twee lage treden naar het altaar worden door sommigen aarzelend genomen. Een van hen heeft een arm nodig van de dirigent.

Al 94 jaar, sinds de oprichting in 1924, luistert het Sint Jozefkoor iedere zondag de mis op met gregoriaanse gezangen. Deze liturgische muziek met zijn kenmerkende eenstemmigheid, vrije ritme en golvende melodieën stamt uit de vroege middeleeuwen en wordt wel beschouwd als de basis van de westerse muziek. Zowel mannen als vrouwen (oorspronkelijk monniken en nonnen) kunnen het gregoriaans beoefenen, maar – vanwege de vereiste eenstemmigheid – niet gemengd. Ooit, begin jaren vijftig, bestond het Sint Jozefkoor uit 265 mannen en jongens. Vanuit de voorste kerkbanken in het middenschip zongen ze, met hun rug naar ‘het volk’, zoals ook de pastoor met de rug naar de gelovigen stond. De Sint Jozefkerk was toen nog twee keer zo groot; in 1992 werd die in tweeën gedeeld en werd de helft bestemd voor zalen en een parochiekantoor.

Luister hier een paar gregoriaanse hits.

Het is de vraag of het Sint Jozefkoor de honderd haalt. Sinds de jaren 60 daalt het aantal leden, en de gemiddelde leeftijd stijgt rap: in 1999 was die 50 jaar, nu 77. Alle kerkkoren in Nederland krimpen – niet zo vreemd gezien de ontkerkelijking. Het aantal leden van de Sint-Gregoriusvereniging, waar alle zangers van katholieke kerkkoren verplicht bij zijn aangesloten, is sinds 2003 gedaald van 125 duizend naar 68 duizend. Gregoriaanse koren als het Sint Jozefkoor zijn langzaam maar zeker aan het verdwijnen, al sinds het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) allerlei liturgische moderniseringen inluidde. Heel wat pastoors gaven in de jaren 60 en 70 de voorkeur aan ‘beatmissen’ boven het gregoriaans: eucharistievieringen die opgeluisterd werden door livebands, met de bedoeling jongeren te trekken.

Geen gewiebel, geen gesmoes

Hoeveel gregoriaanse koren er nog zijn in Nederland is niet precies bekend, ook omdat de definitie niet vaststaat. Sommigen rekenen er alle koren toe die weleens gregoriaans zingen, anderen vinden dat minimaal drie keer per maand de mis zingen een vereiste is. Marc Schaap, coördinator van de Sint-Gregoriusvereniging, schat dat er van die laatste categorie nog zo’n veertig, hoogstens vijftig bestaan in Nederland. De lijst waarover de stichting Amici Cantus Gregoriani (‘vrienden van de gregoriaanse zang’) beschikt, telt 45 koren, die gemiddeld zo’n tien tot twaalf zangers tellen.

Wij zeggen altijd: ‘Pastoors komen en gaan, het Sint Jozefkoor blijft bestaan’

Jos Leenen

Beatmissen bestaan niet meer, maar weerzin tegen het gregoriaans bestaat nog steeds, vertelt musicologe Katrijn Kuypers (55), bestuurslid van Amici Cantus Gregoriani en lid van het Nijmeegse gregoriaanse vrouwenkoor Voces Caelestes. „Moderne katholieken associëren het gregoriaans vaak nog met het benauwde geloof van vroeger. Daarom weren veel priesters het gregoriaans uit de kerk. Wat meespeelt, is dat een krachtige rechts-conservatieve stroming in de katholieke kerk, vertegenwoordigd door de Vereniging voor Latijnse Liturgie, juist wél voorstander is van het gregoriaans, niet uit muzikale interesse maar louter uit nostalgie naar de Latijnse missen van voor het Tweede Vaticaans Concilie. Het is een groepering waar wij als liefhebbers van gregoriaanse zang niets mee te maken hebben.”

Foto’s Folkert Koelewijn

De zaterdagavond voor de mis in de Sint Jozefkerk: repetitie. Achter houten lessenaars, opgesteld in hoefijzervorm, staan of zitten tien mannen, oud en grijs maar met stevige stem en zeer geconcentreerd. Geen gewiebel, geen gesmoes. Als Jos Leenen (68), de dirigent, een grapje maakt, wordt er gelachen, maar meteen daarna gaat de aandacht weer naar de muziek. En naar de tekst: Leenen geeft steeds een vertaling van het Latijn, en weet de woorden op smakelijke wijze tot leven te brengen: „Sicut unguentum in capite, quod descendit in barbam Aaron. Als balsem op het hoofd, die afdruipt in Aarons baard. Dat druipen hóór je in de noten!”

Hoewel sommigen – bij andere koren – ook ander repertoire zingen, heeft het gregoriaans voor de leden van het Sint Jozefkoor een speciale betekenis. De meesten zijn oud-leerlingen van de Sint Jozefschool, een lagere school voor jongens waar Theo Driessen (1901-1977), een sociaal bewogen onderwijzer die gegrepen was door het gregoriaans, generaties arbeiderskinderen uit de Sint Jozefparochie leerde zingen. Na zijn pensioen werd zijn werk voortgezet door oud-leerlingen, onder wie Jos Leenen, die ook onderwijzer werd op de Sint Jozefschool.

Anders dan vroeger speelt het geloof niet altijd een grote rol meer. „Ik weet niet of ik zonder de muziek nog in de kerk zou komen”, zegt Jo Kuijpers (86), oud-fabrieksdirecteur. Hij begon in 1942 bij de Sint Jozefzangertjes, de jongensafdeling van het Sint Jozefkoor. Frans van de Leur (72), gepensioneerd docent restauratietechniek en – met onderbrekingen – sinds 1953 bij het koor: „In het geloof ben ik niet zo fanatiek meer, maar het gregoriaans blijft me boeien, al vind ik het moeilijk te zeggen waarom. Wat ik fijn vind is dat we kwaliteit leveren met dit koor. Van jongsaf hebben we discipline geleerd. Bij een ander koor waar ik lid van ben, wordt tijdens de repetities heel wat af gekletst.”

Met elkaar verbonden

Kuijpers heeft een paar jaar niet kunnen zingen omdat zijn vrouw Alzheimer kreeg en hij haar niet alleen thuis kon laten. Toen ze naar een verpleeghuis ging, heeft hij zich weer gemeld bij het koor. Elke week kijkt hij uit naar de repetitie op zaterdag en het zingen van de mis op zondag. „Zó ontspannend! Ik heb wel tegen Jos gezegd: als ik een stoorzender word, moet je het zeggen. Dan stop ik ermee.”

Jos Leenen, vanaf 1959 koorlid en sinds 1991 dirigent, kan lyrisch uitweiden over de schoonheid van het gregoriaans, dat hij ‘het verklanken van de stilte’ noemt. „De kunst is om het, tijdens het zingen, stil te maken in jezelf en bij de toehoorder. Als dat lukt, hoor je achter de muziek een tweede laag: de stilte. De eenstemmigheid staat voor eenvoud, en wat mij betreft ook voor ‘gelijkgestemdheid’. Als koorleden voelen we ons sterk met elkaar verbonden, ook al zien we elkaar doordeweeks nauwelijks. Maar als het nodig is, bijvoorbeeld als er iemand ziek wordt, zijn we er voor elkaar.”

Het koor, met in het midden dirigent Jos Leenen. Foto Folkert Koelewijn

Net als Katrijn Kuypers merkt Leenen dat sommigen het gregoriaans associëren met kerkelijk conservatisme en benauwd katholicisme. Ten onrechte, naar zijn idee. „Wij zeggen altijd: ‘Pastoors komen en gaan, het Sint Jozefkoor blijft bestaan,’ om aan te geven dat wij ons als koor behoorlijk vrij voelen binnen de kerk. Zo hebben we zelf ooit besloten om die liturgische gewaden, ‘albes’, te gaan dragen tijdens de mis. En niet, zoals mensen wel denken, omdat wij ons willen onderscheiden van het volk, maar juist om ons niet te onderscheiden, door allemaal hetzelfde te dragen.”

Leenen heeft er vrede mee dat het gregoriaans, in ieder geval in de kerk, een aflopende zaak is. „Als iets voorbij is, is het voorbij. En wie weet wat er voor in de plaats komt. In de Limburgse heuvels, waar ik graag wandel, heb je van die draaihekjes. Vaak als je zo’n hek doorgaat en achter je dichtdoet, doemt er voor je een prachtig nieuw landschap op.”

Golfbewegingen

Los van de kerkelijke context lijkt de interesse voor het gregoriaans als muzikaal genre de laatste jaren toe te nemen. Zo is het Nijmeegse vrouwenkoor Voces Caelestes, opgericht in 2010, niet aan een kerk verbonden. Andere niet-kerkelijke koren, ook professionele, nemen gregoriaans op in hun repertoire. De Stichting Gregoriaans Festival organiseert sinds 2006 een tweejaarlijks evenement waar gregoriaanse muziek ten gehore wordt gebracht, in combinatie met andere kunstvormen als dans, beeldende kunst en theater. Ook verstrekt de stichting compositieopdrachten, met de bedoeling het gregoriaans in hedendaagse muziek te laten voortleven.

Lees ook: In het Gregoriaans klonk ooit de kwarttoon

Katrijn Kuypers van Amici Cantus Gregoriani hoopt dat die opleving van het gregoriaans op muzikale podia meer amateurzangers enthousiast kan maken, net als de cursussen die de stichting organiseert in samenwerking met gregoriaanse koren. Overigens heeft de belangstelling voor het gregoriaans door de eeuwen heen altijd golfbewegingen gekend, zegt ze. „In de achttiende en negentiende eeuw was het gregoriaans bijna verdwenen, om in de twintigste eeuw weer helemaal terug te komen.”

Na de mis in de koffieruimte van de Sint Jozefkerk gaat het over het koor van de Pauluskerk dat onlangs werd opgeheven, na het overlijden van de dirigent. Een paar in het gregoriaans geschoolde leden hebben zich nu aangesloten bij het Jozefkoor. Fijn, maar iedereen weet dat het geen garantie is dat het eeuwfeest gevierd zal kunnen worden in 2024. „We hebben een paar jaar geleden een cd opgenomen met requiemmuziek,” vertelt Frans van de Leur. „Voor als er niemand meer is om op onze uitvaart te zingen.”

    • Brigit Kooijman