De handbalcirkel is een speelplaats voor rouwdouwers

EK handbal De Nederlandse handbalvrouwen lijken op het EK in Frankrijk minder kansrijk nu twee cirkellopers niet beschikbaar zijn. Hoe cruciaal zijn de gevechten – hard, maar niet gemeen – op deze aanvallende positie?

Cirkelloper Yvette Broch, hier in actie tegen Servië op het WK van vorig jaar, is er niet meer bij op het Europees kampioenschap in Frankrijk. Foto Andre Weening/OrangePictures

Paniek is een te zware kwalificatie, maar Nederland begint zaterdag onbestendig aan het EK in Frankrijk. Die tweede plaats van twee jaar geleden in Zweden lijkt onhaalbaar. Alsof een bloem in volle bloei is geknakt, zo voelt het. Staat er na decennia eindelijk een zorgvuldige opgebouwde Nederlandse handbal ploeg van wereldklasse, vallen twee sterke cirkellopers weg.

Yvette Broch (27) was geestelijk niet langer bestand tegen de druk van tophandbal en deelde afgelopen zomer, overstromend van emoties, mee met onmiddellijke ingang te stoppen. In recente interviews meldt de speelster (118 interlands, 303 doelpunten) nog geen aandrang voor een rentree te voelen. Zij ambieert voor nu een leven zonder handbal.

Hoe anders ligt dat bij Danick Snelder (28), de aanvoerder van Nederland, die nog barst van de aspiraties. Zij moet het EK laten schieten vanwege een rugblessure. Als een kloek die haar kuikens niet wenst te verlaten, woonde zij de voorbereiding op het EK volledig bij. Kon ze en passant haar vervangster Merel Freriks van adviezen voorzien; die nieuwe cirkelloper zat boordevol vragen.

De positie oogt als een speelplaats voor rouwdouwers. In het gevecht met verdedigers wordt geduwd, getrokken, gesjord en soms rake tikken uitgedeeld. Je moet het maar kunnen. Maar vooral: je moet het maar willen. Hoe afhankelijk is een team van de cirkelloper? En waarom zijn Broch en Snelder zo goed op die positie ? Zijn er twijfels over het niveau van hun vervangers? Wat maakt de rol zo gecompliceerd? Het sloopwerk van de cirkelspeler nader belicht.

De taak

„De cirkelloper is de belangrijkste speler”, zegt Peter Portengen. De ervaren handbaltrainer – momenteel bij de mannen van Volendam – was zeven jaar assistent-bondscoach van het vrouwenteam, tot en met de Olympische Spelen van Rio de Janeiro in 2016. Hij heeft de internationale opmars van Nederland mede vorm gegeven.

Portengen legt uit dat aan de overbevolkte cirkel ruimte gecreëerd moet worden, zodat de cirkelspeler zelf in scoringspositie kan komen of medespelers in de gelegenheid stelt om te scoren. „Je hebt er die in de weg lopen, maar de goede cirkelspeler loopt goed, maakt gebruik van haar lichaam en geeft opbouwspelers de ruimte voor een pass of een schot. De cirkelloper moet een goede afstemming met de opbouwspelers hebben en onder druk de bal kunnen vangen, als het moet met één hand.”

Broch en Snelder hebben hun postuur mee: groot en sterk. Een tegenstander kan het zich niet permitteren die één-op-één te verdedigen, zegt Portengen. Hun fysiek is een pre, evenals hun timing, eigenschappen die worden ondersteund met een neusje voor doelpunten. Broch en Snelder zijn bovendien, vooral vanwege hun lengte, pilaren in de verdediging. Of zoals Portengen dat verwoordt: „Zij beheersen de structuur van de ploeg. Overigens verwacht ik dat Nederland Snelder meer in de dekking dan aan de cirkel zal missen.”

Duw- en trekwerk

Of je gemeen moet zijn? Nee, zegt Snelder. „Hard, maar niet gemeen. Het gemeenst vind ik als er aan je haar wordt getrokken. Doe ik nooit. Ja, per ongeluk. Je houdt eens een shirt vast, hebt hars aan je handen, dan kan je haar meepakken. Maar er zijn spelers bij wie dat helaas wel erg vaak ‘per ongeluk’ gebeurt.”

Knijpen is evenmin fijn. Maar Snelder, die bij FTC Hungária in de Hongaarse competitie speelt, breng je er niet mee uit haar evenwicht. Ze weet niet beter of er wordt geknepen, vooral in het bovenlichaam. „Nee, we dragen geen speciale, beschermende bh’s. Ik ben inmiddels zover dat ik het knijpen amper meer voel.”

Over duwen en trekken hoor je een cirkelloper al helemaal niet klagen. Slim zijn, dat is het adagium. Goed kijken door wie je wordt verdedigd. Groot, klein, dun, dik, steeds maar weer die zwakke schakel in de dekking zoeken. En je vooral niet laten intimideren. Snelder: „Als iemand je gek probeert te maken gewoon een pokerface opzetten, haar aankijken met een blik: dat doe mij niks.”

De bestrijding van tegenstanders kent ook culturele verschillen, weet Snelder. „In Oost-Europese landen wordt daar vanaf de jeugd op getraind. Hoe houd ik een shirt vast, hoe moet ik duwen. In het Westen worden die trucjes later aangeleerd. In Oost-Europa is het uitgangspunt: wij moeten het tactisch spelletje ontregelen. Wij redeneren: als een cirkelloper twee verdedigers bindt, ontstaat er elders op het veld ruimte.”

Merel Freriks (20), de nieuwe cirkelloper van het Nederlands team, weet niet beter of ze speelt handbal met doorlopend fysiek contact. Freriks is vanaf de jeugd cirkelloper en voelt zich helemaal zen op die positie. „Ik vind het wel lekker als er iemand aan me hangt”, zegt ze. „Ik gooi makkelijk op doel tussen al dat fysieke geweld. Kwestie van goed staan, op de juiste momenten lopen en altijd de bal verwachten. Het zijn automatismen.”

De vervangers

Tegen veler verwachting in koos bondscoach Helle Thomsen in de EK-selectie voor maar één cirkelloper. Freriks, bij Bensheim/Auerbach actief in de Duitse Bundesliga, was voor haar geen twijfelgeval, wel Nikita van der Vliet van VOC Amsterdam. Met achttien jaar nog te jong en te breekbaar voor het grote werk, oordeelde de bondscoach.

Thomsen heeft als stand-ins voor Freriks, die onmogelijk volledige wedstrijden kan spelen, twee oudgedienden aangewezen: Kelly Dulfer en Jessy Kramer. Dulfer heeft enige ervaring als cirkelspeler, Kramer in het geheel niet. „Voor mijn gevoel loop ik op die plek meer in de weg dan dat ik iets goed doe”, zegt ze. De coach gaat me niet veel laten spelen, verwacht ik. Ik beschouw me tijdens het EK als derde keus cirkelloper.”

En Dulfer? Als cirkelloper was ze altijd een noodgreep. „Ik ben makkelijk aan te spelen, dat is een voordeel”, zegt de lange speelster. „Nee, ik ben niet echt verrast met die nieuwe rol. Het zal wel wennen zijn, want bij het betere duw- en trekwerk heb ik al snel het gevoel van: hé, blijf van me af. Ik ben niet gemeen, maar kan dat wel zijn. Verdekt, want ik krijg weinig straffen.”

    • Henk Stouwdam