‘Zo moet Rembrandt eruit hebben gezien toen Saskia hem leerde kennen’

Schilderkunst De liefdesgeschiedenis van Rembrandt en Saskia is de rode draad op de tentoonstelling over liefde in de Gouden Eeuw, te zien in het Fries Museum.

Huwelijksmaal ter gelegenheid van het huwelijk van Eraert van Pipenpoy met Jel van Liauckema in de grote zaal van Liauckemastate in Sexbierum, 1616. Foto’s Fries Museum Leeuwarden, Collectie Koninklijk Fries Genootschap

„Zo moet Rembrandt eruit hebben gezien toen Saskia hem leerde kennen.” Marlies Stoter, conservator van het Fries Museum in Leeuwarden, kijkt haast vertederd naar het zelfportret van Rembrandt uit 1632. Vanaf het ovaalvormige schilderij blikt de schilder met lichte arrogantie terug – 26 jaar jong, met een vlassig snorretje, rossig krulhaar en een guitig kuiltje in zijn kin. „Dit”, zegt Stoter, „is de jongen op wie Saskia verliefd werd.”

Hij was net van Leiden naar Amsterdam verhuisd, vastberaden om het in de grote stad te gaan maken als kunstenaar. Zij was zes jaar jonger, kwam uit een rijke juristenfamilie uit Friesland – haar vader was de eerste burgemeester van Leeuwarden die aan een universiteit had gestudeerd – en logeerde in Amsterdam bij haar nicht Aeltje Uylenburgh. Ze was een nakomertje – een ‘hekkensluitertje’ noemden ze dat destijds – en had zeven oudere broers en zussen.

Rembrandt, Zelfportret, 1632, olieverf op paneel. Burrell Collection, Glasgow

Hoe de twee twintigers elkaar in 1633 ontmoetten, is niet precies duidelijk. Misschien zag Saskia Rembrandt aan het werk in de winkel van haar neef Hendrick Uylenburgh, waar de schilder werkte aan De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp. Wellicht sprong daar, aan de Amsterdamse Breestraat, de vonk wel over. Nog diezelfde zomer besloten ze in ondertrouw te gaan. Dat jaar schilderde Rembrandt zijn eerste portret van zijn jonge geliefde: een ietwat mollig meisje met blozende wangen en vrolijke, nieuwsgierige ogen. Op 22 juni 1634 trouwden ze, vanuit het deftige huis van Saskia’s zus in Sint Annaparochie.

De liefdesgeschiedenis van Rembrandt van Rijn en Saskia Uylenburgh loopt als een rode draad door de tentoonstelling Rembrandt & Saskia: Liefde in de Gouden Eeuw in het Fries Museum. De expositie vormt het sluitstuk van het jaar waarin Friesland zich Culturele Hoofdstad mocht noemen, en is tegelijk de aftrap van het themajaar Rembrandt en de Gouden Eeuw. In 2019 wordt Rembrandts 350ste sterfjaar uitgebreid herdacht, met tentoonstellingen in onder meer het Mauritshuis, het Rijksmuseum en De Lakenhal.

„Het was nog niet gemakkelijk om met het Rembrandtjaar op komst een mooi zelfportret van Rembrandt te lenen”, zegt Stoter. „Veel musea hadden al hun eigen plannen.” Maar Stoter wist dat de Burrell Collection in Glasgow wegens renovatie gesloten was en dat die over een fenomenaal zelfportret beschikt. „Het was een zaak van uithoudingsvermogen om dit schilderij te krijgen”, lacht ze. Pas een maand geleden wist ze echt zeker dat-ie zou komen.

Nu hangen de prille geliefden zij aan zij, in de eerste zaal van de tentoonstelling. In de vijf zalen die volgen, wordt uitgeweid over het societyhuwelijk in de Gouden Eeuw. Er zullen andere ‘upperclass’-koppels voorbijkomen. Er wordt verteld over hofmakerij, huwelijksgebruiken, het krijgen van kinderen, overspel. Maar de liefde van Rembrandt en Saskia staat in iedere zaal centraal.

Hun relatie duurde nog geen tien jaar. In die tijd baarde Saskia vier kinderen, van wie er drie als zuigeling al stierven. Alleen de laatste, Titus, bereikte de volwassen leeftijd. Maar Saskia zou hem nooit zien opgroeien. Ze overleed net voor haar dertigste verjaardag, toen Titus negen maanden oud was. Rembrandt hertrouwde nooit, ook niet met zijn latere geliefde Hendrickje Stoffels, met wie hij nog een dochter, Cornelia, kreeg. „Maar dat kan ook een geldkwestie zijn geweest”, zegt Stoter. „Saskia had een testament laten maken op Titus. Zodra Rembrandt zou hertrouwen, had hij geen recht meer op die erfenis.”

Geborduurde zakdoeken

Naar smeuïge details van het huwelijksleven van Rembrandt en Saskia is het gissen. Dagboeken of brieven waaruit hun liefde zou kunnen blijken, zijn er niet. Uit de historische documenten zijn alleen de droge feiten te herleiden, zoals de trouwdatum en de geboortes van de kinderen. In een vitrine ligt een notarieel stuk waarin Rembrandts moeder Neeltgen haar toestemming geeft voor het huwelijk. Omdat ze niet kon lezen of schrijven, ondertekende ze het document met een kruis. Dat ene krabbeltje, 384 jaar geleden op papier gezet, maakt Rembrandts familiegeschiedenis opeens heel tastbaar.

Op de tentoonstelling wekken objecten de omringende schilderijen tot leven

„Maar we hebben natuurlijk wel al die tekeningen van Rembrandt”, zegt Stoter. „Daardoor kom je toch heel dicht bij hun gezinsleven.” Rembrandt had zelfs een map met ‘huiselijke tekeningen’, intieme privé-prenten die niet voor de verkoop bestemd waren. Die tekeningen en etsen laten bijvoorbeeld zien hoe een dienstbode Saskia’s rossige haren kamt, of hoe ze uitgeteld in bed ligt, vlak na de bevalling van een baby. „Het zijn snapshots uit het dagelijks leven. In dat opzicht vind ik Rembrandt net een fotograaf. De spontaniteit van die tekeningen is echt uniek. Ze zijn zó anders dan de statige portretten die in die tijd gebruikelijk waren.”

Een absolute parel op de tentoonstelling is Rembrandts ets van een paar in bed: Het ledikant, uit 1646. Het is een zeldzaam voyeuristisch inkijkje in het seksleven van de Gouden Eeuw. Op een omgewoeld hemelbed ligt een jonge vrouw, nog wel gekleed in nachtpon, op haar rug. Tussen haar dijen zit een man op zijn knieën. Zij heeft haar handen bemoedigend op zijn heupen gelegd. Als je goed kijkt, zie je zijn blote billen.

Rembrandt van Rijn, Het ledikant, 1646, ets. Teylers Museum Haarlem

Het leuke van deze tentoonstelling is dat er ook echt zo’n eeuwenoud bed staat – opvallend klein, want de zeventiende-eeuwer sliep graag half zittend. Ook de kwetsbare kussenslopen en het beddengoed zijn origineel. Die objecten wekken de omringende schilderijen tot leven. De sieraden en de handschoenen die de geportretteerde dames dragen, zijn er ook in ‘real life’.

Zo hangen in een vitrine in de zaal over ‘hofmakerij’ de talloze giften waarmee de jongemannen in de Gouden Eeuw hun huwelijksaanzoeken deden: zilveren trouwkistjes en gouden penningen met daarin flirtende paren gegraveerd. Er zijn ook opvallend veel geborduurde zakdoeken tentoongesteld. Die ‘neusdoeken’ waren in de vroege zeventiende eeuw een populair modeaccessoire en maakten in Friesland een soort doorstart, omdat ze gebruikt werden bij huwelijksaanzoeken. Volgens Fries gebruik werd de zakdoek gevuld met geldstukken – het ‘pand der minne’ – en met een koord losjes dichtgeknoopt. Als het meisje die knoop tijdens het aanzoek strak aantrok, gaf ze haar ja-woord. ‘To tie the knot’, zoals dat in het Engels nog steeds wordt genoemd.

Creditline:Rembrandt van Rijn, Portret van een jonge man, waarschijnlijk Titus, de zoon van de artiest, 1663olieverf op doek, collectie Dulwich Picture Gallery, Londen
CampagnebeeldRembrandt van Rijn, Saskia en profil in rijk gewaad, 1633-1642, olieverf op paneel Museumslandschaft Hessen Kassel, Gemäldegalerie Alte Meister
Ute Brunzel
Links: Rembrandt van Rijn, Portret van een jonge man, waarschijnlijk Titus, de zoon van de artiest, 1663, olieverf op doek, collectie Dulwich Picture Gallery,
Londen. Rechts: Rembrandt van Rijn, Saskia en profil in rijk gewaad, (1633-1642), olieverf op paneel, Museumslandschaft Hessen Kassel, Gemäldegalerie Alte Meister.

Foto’s Fries Museum Leeuwarden, Collectie Koninklijk Fries Genootschap

Het is grappig om te zien hoeveel gebruiken en symbolen uit de Gouden Eeuw ook nu nog gangbaar zijn. Van het ‘geef elkaar de rechterhand’ tot de rode rozen en brandende harten op de huwelijksborden (‘Hulde aan het bruidspaar’, zou daar nu op staan) – het lijkt of er in drieënhalve eeuw trouwtraditie weinig veranderd is. Seks voor het huwelijk werd in de zeventiende eeuw overigens al oogluikend toegestaan. De ongeschreven regel luidde dat jongeren gewoon met elkaar naar bed konden gaan, als ze elkaar maar een trouwbelofte hadden gegeven.

Vlijtige huisvrouw

Dubbelportretten van Saskia en Rembrandt bestaan er nauwelijks. Op de tentoonstelling hangt één geweldige ets uit 1636, waarop Rembrandt zichzelf met veel bravoure op de voorgrond heeft afgebeeld, zittend aan een tafel met een tekenpen in de hand. Achter hem zit Saskia, als vlijtige huisvrouw die ongetwijfeld bezig is met een borduurwerkje. De voorstelling heeft wel iets weg van de cover van een streekroman. Zij de muze, hij de koning onder de schilders.

Rembrandt, Zelfportret met Saskia, 1629-1633. Rijksmuseum, Amsterdam

Omdat Stoter toch ‘het gezin Rembrandt’ wilde tonen, heeft ze in de laatste zaal met behulp van drie topstukken een prachtig familieportret samengesteld. In het midden hangt het schilderij Saskia en profil in rijk gewaad, dat voor het eerst in 268 jaar weer in Nederland te zien is en in bruikleen is van de Gemäldegalerie Alte Meister in Kassel. Ze wordt links geflankeerd door het eveneens uit Kassel afkomstige Zelfportret met helm uit 1634 en rechts door een portret van hun zoon Titus uit 1668, afkomstig uit de Dulwich Picture Gallery in Londen. Titus had op dat moment dezelfde leeftijd als zijn vader toen die zijn moeder ontmoette. De 26-jarige Titus lijkt op Rembrandt, met hetzelfde vlassige snorretje en een vergelijkbaar kuiltje in de kin. Maar hij is lang zo zelfverzekerd niet. Zijn bleke gezicht heeft ingevallen wangen, onder zijn ogen tekenen zich wallen af. „Misschien was hij hier al ziek”, zegt Stoter. „Titus werd niet oud en stierf vlak voor zijn 27ste verjaardag.”

Kunsthandelaar Jan Six presenteerde in mei een onbekende Rembrandt. Collega Sander Bijl beticht hem nu van bedrog. Lees ook: De reconstructie van een vete.

Naast het drietal portretten ligt, op een kussentje, een klein boekje waarin het overlijden van Saskia vermeld staat, op 14 juni 1642. Ze was, 29 jaar oud, gestorven aan de ‘uitteerende siecte’ tuberculose. Haar portret uit 1634, dat Rembrandt tijdens hun hele huwelijk bij zich had gehouden, paste hij na haar dood aan. Op Saskia’s rode hoed schilderde hij een bos witte veren, als symbool van vergankelijkheid. In haar rechterhand kreeg ze een takje rozemarijn, als teken van eeuwige trouw.

Was het ware liefde? Marlies Stoter denkt van wel. „Kijk naar de tederheid waarmee Rembrandt Saskia keer op keer heeft vastgelegd. Daar spreekt zo veel genegenheid uit. Ja, die twee hielden echt van elkaar.”

Rembrandt & Saskia: Liefde in de Gouden Eeuw. T/m 17 maart in het Fries Museum, Wilhelminaplein 92, Leeuwarden. Van 12 april t/m 11 aug. 2019 is de tentoonstelling te zien bij Gemäldegalerie Alte Meister in Kassel (Dld.).
    • Sandra Smallenburg