Al meer dan dertig jaar Sinterklaas: ‘Een beetje ijdel moet je wel zijn’

Peter de Vries (52) speelde op zijn tweeëntwintigste voor het eerst Sinterklaas en doet dat nog steeds. Wel is er veel veranderd, ziet hij. “Een kind op schoot nemen is nu een ingewikkelde vraag.”

Foto Lars van den Brink

Peter de Vries (52) is gereformeerd, maar niet zo gereformeerd dat hij geen Sinterklaas kan spelen. „Nooit over nagedacht”, zegt hij. Ook niet toen hij nog behoorlijk orthodox in zijn geloof was en voor het eerst in de rol van katholieke bisschop stapte. Dat was in 1988, op zijn tweeëntwintigste. Hij zat op de gereformeerde pedagogische academie in Zwolle, was getrouwd met een gereformeerd vrijgemaakte vrouw uit ’t Harde en liep stage op een gereformeerde basisschool in Winsum. „Ik werd ervoor gevraagd”, zegt hij. „Ik heb niet gesolliciteerd.”

Nee, ze vroegen hem niet om Zwarte Piet te spelen. Het was meteen: Sinterklaas. Weet hij waarom? „Het beschouwende, het statige, ik denk dat ze het goed bij mij vonden passen.” Vond hij dat zelf ook? „De persoonlijke klikfactor met de rol is er bij mij altijd geweest. Zwarte Piet is ontzettend leuk, hoor. Dat dansen en springen en grappig doen, echt ontzettend leuk. Maar de rol, de overdréven rol van de wijze bemiddelaar past me beter.”

Dat klinkt best… „Een beetje ijdel, ja. Die kant moet je wel in je hebben. Ik sta graag op het podium, als spreker, als muzikant. Ik speel trombone in een militaire kapel, soms als solist. Maar ik heb, denk ik, voldoende zelfspot om mezelf te beschermen tegen al te ijdel gedrag. Het leukst aan de rol van Sinterklaas vind ik de tegenstellingen die erin verenigd zijn, de absurditeit ervan. De jeugdige kindervriend met het uiterlijk van een bejaarde theoloog.”

‘Ze moeten niet bang voor me zijn’

Hij was die eerste keer, in 1988, meteen in vol ornaat. Baard, mijter, mantel, staf. Hij had zich voorgenomen geen ogenblik te doen alsof hij écht bestond. „Ik wilde absoluut niet dat de kinderen bang voor me zouden zijn. Geen Sinterklaas met de goddelijke eigenschappen van alwetendheid.” Lukte dat, bij kinderen die dat ook elke zondag in de kerk te horen kregen? „Nee, zeker niet bij de kleintjes. Die geloven altijd dat je alles van ze weet. Maar daar speel ik dus mee. Je laat ze in je grote sinterklaasboek kijken en je zegt: kijk, dit heeft de juf voor Sinterklaas opgeschreven.”

Wat ook hielp, zegt hij, was dat hij bij zijn entree in de klas alle kinderen een hand gaf. En hij had een grap bedacht, samen met zijn toenmalige schoonvader. Hij zou de dominee, die bij het feest aanwezig was, een sinterklaasliedje laten zingen. In ruil zou hij zelf een psalm zingen. „De dominee was een zeer stijve en gedegen man, mijn schoonvader dacht dat hij het nooit zou doen. Maar hij deed het wel en de kinderen lagen dubbel. Dat vinden ze het leukste wat er is. Volwassenen die een kunstje moeten doen, iets dat helemaal niet bij ze past. Volwassenen die in de maling worden genomen.” En die psalm? „Ging niet door. Dat wilde de dominee niet.”

De angst van de kinderen bleef, zegt Peter de Vries. „Die is er altijd. Ze voelen zich geïntimideerd door Sinterklaas. Dus doe ik ontzettend lief tegen ze. Ik pak hun handje, ik aai het. Ik praat heel rustig tegen ze.” Neemt hij ze op schoot? Hij knijpt zijn ogen even dicht en zucht. „Dat is een heel ingewikkelde vraag. Vroeger deed ik het zonder nadenken, ik maak gauw lichamelijk contact, maar nu… Mijn vrouw, mijn tweede vrouw, zei vier jaar geleden dat ik moest gaan oppassen. Ik zei: Sinterklaas mag toch wel een kind op schoot nemen? Zij zei: ik denk het niet. Dus nu… Het moet heel duidelijk zijn dat het kind het zélf wil en er zélf om vraagt. De hele klas moet erbij zijn en ik houd oogcontact met de juf.”

Zwarte Pieten moeten niet straffen. Ze moeten pedagogisch te werk gaan

Wat is het probleem? „De wereld is veranderd. In 1990 had ik mijn eerste baan in het onderwijs, op een school in Heerde, en daar had ik een meisje in de groep, groep drie, dat me elke ochtend een zoen gaf. Hoi mees. Aan het eind van de middag deed ze het weer. Daar had je het dan over met de ouders tijdens het tienminutengesprek. Ja, ze voelt zich zo thuis op school, zo leuk. Ondenkbaar nu. Misbruik in de Katholieke Kerk, #MeToo, we weten zoveel meer.” Hij zucht weer. „Iets in mij verzet zich ertegen dat het niet meer zou kunnen. Maar de waarheid is dat het moeilijker wordt.”

Nog inspiratie nodig? Vind hier de cadeautips van NRC.

Hij scheidde van zijn eerste vrouw na tien jaar huwelijk. „Het was een persoonlijke worsteling.” Een belofte aan God – elkaar trouw zijn tot de dood je scheidt – verbreek je niet. Zijn tweede vrouw had hij leren kennen toen hij directeur was van een kinderdagcentrum in Harderwijk. Zij werkte daar ook. Door haar is hij lid geworden van een PKN-gemeente, minder orthodox. Zij had al drie kinderen, samen kregen ze nog een dochter. Die is nu veertien. Sinds vijf jaar is Peter de Vries Sinterklaas op de oude school van de kinderen, de protestants-christelijke Prins Bernhardschool in Ermelo. De vorige Sinterklaas hield ermee op en toen zei Peters vrouw: dan wil Peter wel. „Geen seconde over nagedacht”, zegt hij. „Ik vind het fantastisch.” Hij overweegt om samen met de Hoofdpiet eigen pakken te gaan kopen en zich vanaf volgend jaar te verhuren voor andere sinterklaasfeesten. Er zijn al een paar aanvragen.

In Ermelo zijn de pieten geen onderwerp

Even over zijn pieten. Zijn die zwart? Lichtelijk uitdagend: „Ja.” Ja? „Ja. Ik ben daar niet op tegen. Maar ik ben geen fundamentalist. Ze zijn er wel hoor, in Ermelo, pieten die zeggen dat ze niet meer meedoen als ze niet zwart mogen zijn. Dat vind ik jammer. Je moet die discussie met pedagogische argumenten voeren. Maar weet je,” – hij kijkt alsof hij een geheim gaat verklappen – „het is bij ons totaal geen onderwerp. Voor de school niet, voor de ouders niet, voor niemand niet. Ermelo is een importdorp, met bijna honderd campings in de buurt, het leger, zorginstellingen, en toch is dat hele zwartepietenprobleem niet mee-geïmporteerd. Niemand heeft het erover.”

Geeft hij nog altijd alle kinderen een hand als hij binnenkomt? „Allemaal.” Het zijn er honderdvijfenzeventig. „Ik maak contact met elk kind en zeg iets aardigs. Na afloop neem ik van elk kind afscheid.” Want? „Je gezien weten geeft een gevoel van veiligheid. Die behoefte heeft elk kind, elk mens. Ik doe niets als ik niet eerst contact met iemand heb. Daar begint het mee, anders hebben alleen de branieschoppers lol.” Peter de Vries is tegenwoordig onderwijsadviseur, gespecialiseerd in de relatie tussen ouders en school.

‘Zie het goede in de ander’

Waarom wil hij niet dat kinderen geloven dat Sinterklaas echt bestaat? „Omdat je een leuker feest hebt, meer ontspannen. Het is zo’n mooi sprookje, je kunt zoveel met elkaar doen. Kleurplaten, liedjes, gedichten, elkaar in de maling nemen, surprises. Bij ons op school is er op 4 december een show van alle surprises die de kinderen gemaakt hebben. Soms ontaardt dat een beetje, dan hebben ouders de surprises gemaakt om meer bewondering voor hun kinderen te krijgen. Is dat erg? Je kunt ook zeggen: het is één groot handvaardigheidsfeest waarin de ouders ook betrokken zijn, ingebed in een levend sprookje.”

Lees ook: Moet je je kind wel of niet in de Sint laten geloven?

Met als moraal? „Dat je het goede moet zien in de ander, dat je iets overhebt voor de ander. Sinterklaas staat voor goedheid, voor wijsheid. Niet voor straffen, nee, nee. Dat was vroeger. Zwarte Pieten moeten ook niet straffen. Ze moeten pedagogisch te werk gaan. Durft een kind geen liedje te zingen? Zal Zwarte Piet het dan eerst doen? Of zullen we het de juf laten doen? Ja, de juf! Die juf moet een liedje zingen!”

Ook dit jaar zal Peter de Vries na zijn act op het schoolplein – „dit jaar denken we aan iets met een knalgele trekker” – en na zijn ronde door de klassen bij alle zieke kinderen langsgaan. En dan, helemaal aan het eind, op bezoek bij zijn schoonmoeder van 87. „Dat is mijn enige voorwaarde. Ik wil Sinterklaas zijn als ik ook bij mijn schoonmoeder op bezoek mag.”

    • Jannetje Koelewijn