Recensie

Akoestische poolmetaforen in een meesterlijke architectuur

Klas Torstensson

Muziekgezelschap Norrbotten NEO (Zweden) gaf in het Muziekgebouw een integrale uitvoering van ‘Lantern Lectures’, gecomponeerd door de Zweeds-Nederlandse Klas Torstensson. Het was een urgent spelend geheel.

Het nieuwe Zweedse muziekgezelschap Norrbotten NEO. Gustaf Waesterberg.

Componist Klas Torstensson heeft internationaal weinig te klagen over uitvoeringen van zijn muziek. Toch was hij de afgelopen jaren in Nederland niet heel frequent te horen. 2018 bracht daar verandering in. De Doelen benoemde hem tot componist in focus en programmeerde vier concerten met zijn werk, waaronder de wereldpremière van L’autunno di Christina.

Donderdag klonk in het Muziekgebouw een integrale uitvoering van Torstenssons Lantern Lectures (2000-02), een vierluik voor ensemble met tussenspelen voor kopertrio. Het Zweedse nieuwe Norrbotten NEO, doorgaans zeven man sterk, had voor de gelegenheid internationale versterking opgetrommeld. Komend voorjaar gaat het muziekgezelschap met de partituur de studio in.

Torstensson groeide op in Zweden, maar woont al ruim veertig jaar in Nederland. Niettemin waait in zijn muziek nog altijd een wind uit het hoge Noorden. „Gesublimeerde heimwee”, aldus de componist in een recent interview met deze krant.

In de Lantern Lectures zit het er vol mee. Een poolbriesje suist in brushes op een trommelvel en strijkers vegen over het hout van hun instrument. Ruwgebeitste klankerupties suggereren ruige rotsformaties, een plotseling ijl strijkersakkoord de weidsheid van een ongerept vergezicht. In het derde deel, ‘Aurora Borealis’, klinkt het muzikale equivalent van het noorderlicht in statische flageoletwolkjes en tingelende triangels.

Dat Torstenssons akoestische poolmetaforen nergens verzanden in een naïef soort toonschildering, heeft alles te maken met de inventiviteit van zijn klankkleurexercities (plop- en smakgeluidjes van handen op mondstukken, collectief vingergeknip, een slagwerker die trommelt op been en borst).

Lees ook het interview met Klas Torstensson: ‘Ik werk als Stockhausen, maar zonder dat megalomane’

Ook niet onbelangrijk: de meesterlijke architectuur van de muziek. Met slim terugkerende stuiterritmes en melodische motieven richt Torstensson een minutieus geconstrueerde spanningsboog op die in tachtig minuten nergens inzakt.

Een fysiek dirigerende Christian Karlsen smeedde uit het ad hoc geformeerde ‘NEO Plus’ een urgent spelend geheel, waarin een subliem glijdend, grommend en tetterend kopertrio speciale vermelding verdient. Kom maar op met die cd.

    • Joep Christenhusz